Groot kaasjeskruid (Malva Silvestris L.)

Laatst aangepast op zondag, 13 mei 2012 23:55 Geschreven door Martine maandag, 01 november 2010 14:48

Afdrukken

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Groot Kaasjeskruid
Groot Kaasjeskruid (Malva Silvestris L.)
Familie > Wilde Planten > Kaasjeskruidfamilie

Historiek

Groot- en klein kaasjeskruid zijn vaste planten uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae), een grote, economisch belangrijke familie met o.a. producten als cacao, katoen en de kolanoot.

Malva is afgeleid werd van het Hebreeuwse woord 'malluah' = saladeachtige groente. De Nederlandse naam kaas is afgeleid van de vruchtvorm, die iets van een Goudse kaas wegheeft. De naam staat ook voor "zacht" en verwijst naar de slijmstoffen, en "sylvestris" betekent "uit het bos".

Het zou al in de ijstijd gebruikt zijn! In "Ostra" (Oost-Duitsland) heeft men zaadjes uit die tijd terug gevonden.

De Bijbel citeert deze plant: Mozes zou thee van Malva gegeven hebben aan koortslijders en wordt het vermeld als voedsel in tijden van hongersnood.

Rond de 8ste eeuw v. Chr. Werd kaasjeskruid als groente gegeten door zowel de Egyptenaren als de Armeniërs en de Syriërs. Ook de Romeinen aten de plant bijna in zijn geheel. Zij aten het zaad, kookten de bladeren als kool en aten ze als voedzame groente. Het werd als medicinale plant gekweekt en als "panacee" gebruikt (middel tegen allerlei kwalen).

Tijdens de Romeinse tijd vermeldde Plinius de Oudere het dagelijks gebruik van een glaasje malvasap als bescherming tegen alle ziekten, ook bij de steek van een bij of een schorpioen. Bij bevallingen raadde hij aan om kaasjeskruidbladeren onder de kramende vrouw te leggen om de geboorte te versnellen.

Bij de Grieken beschouwden de volgelingen van Pythagoras de plant als heilig omdat de bloem zich naar de zon keert. Pythagoras adviseerde de plant ook om de geslachtsdrift tegen te gaan en als middel om de maag en het brein te reinigen.

Dioscorides zag kaasjeskruid als een tegengif voor verschillende vergiftigingen en heilzaam bij baarmoederklachten. Hippocrates gebruikte het dan weer bij wondverzorging van soldaten en inwendig als versterkend middel.

Karel de grote (Capitulare de Villis) liet kaasjeskruid verplicht aanplanten op al zijn domeinen.

In de Middeleeuwen werd het kruid als ‘omnimorbia’ beschouwd: goed tegen alle ziekten of een allesgenezend kruid. Men gebruikte de hele plant, maar de wortels bevatten echter de meest heilzame eigenschappen. In water gekookt verkreeg men een aftreksel dat diuretisch werkte, heilzaam bij nieraandoeningen en urineretentie, de schadelijke vochten in de ingewanden verdreef, evenals gal en nierstenen. Men zoette het met siroop van viooltjes en gebruikte het ook bij pijnlijk urineren, blaasontsteking (evenals een jam van de bloemen of een siroop van het sap). Van de verse of gedroogde bladeren, werd ook samen met andere kruiden, een aftreksel gemaakt dat men gebruikte als klysma (vooral in de 15de en 16de eeuw).

In Engeland raadde Nicolas Culpeper het aan bij longziekten, wespensteken en bevallingen. Bij inwendig gebruik heeft kaasjeskruid een verzachtende werking op de bronchiale slijmvliezen, dus bij hoest, bronchitis, heesheid, laryngitis en angina. Een alternatieve hypothese voor de afleiding van de naam Malva is trouwens dat het afgeleid is van het Oudgriekse woord 'malassoo' = verzachten.

Kreeg ook in het Italië van de 16de eeuw als "omniorbia" het predicaat van "middel tegen alle kwalen".

Werd in de volksgeneeskunde vaak gebruikt in plaats van het krachtiger heemst (bevat meer slijmstoffen).

In de Verenigde Staten werd het kaasjeskruid beschouwd als slijmbevattend kruid en daarom voorgeschreven in infusies als verzachtend middel bij hoest en verkoudheid, aandoeningen van de luchtwegen, bij diarree, nier- en blaasaandoeningen.

 

Plantenprofiel

Opgepast: niet te verwarren met de Hibiscus Sabdariffa, die als "malva-thee" verkocht worden. Deze behoren wel tot dezelfde familie als wilde malve, maar bezitten geen hoeststillende eigenschappen, wel laxerende (door de vruchtzuren).

Behoort tot de familie van de MALVACEAE of kaasjeskruidfamilie.

 

Bloeitijd

Van mei tot oktober

 

Voorkomen

Inheems in Europa, Noord-Afrika en Zuid-West Azië; later ingevoerd in Noord-Amerika en nu overal verwilderd in gematigde en tropische gebieden. Er bestaan heel mooie kweekvariëteiten met grotere bloemen en een grotere sierwaarde (bvb de Malva Sylvestris subsp. Mauritiana, deze wordt voor de therapeutische werking van de bloemen graag gebruikt; voor dezelfde therapeutische werking van de bladeren kan ook de verwante Malva Neglecta gebruikt worden).

Groot- en klein kaasjeskruid (Malva Sylvestris en Malva Neglecta)

 

Gebruikte delen

Vooral de FLOS MALVAE, de bloemen: bij voorkeur van subsp. Mauritiana, geoogst in de zomer

Eventueel de FOLIUM MALVAE, de bladeren: geoogst in de lente

Zelden de RHIZOMA MALVAE, de wortel: geoogst in de vroege lente of herfst

 

Inhoudsstoffen

Bloemen:

Bladeren:

 

Werking

 

  1. demilcens, emolliens, mucilaginosum (verzachtend) op de slijmvliezen van de luchtwegen (de slijmstoffen leggen een beschermende laag op de ontstoken slijmvliezen, waardoor het rauwe gevoel vermindert, de prikkel of kriebelhoest afneemt en waaronder het slijmvlies zich kan herstellen
  2. verzachtend op de slijmvliezen van het spijsverteringsstelsel
  3. mild adstringerend (samentrekkend)
  4. verzachtend op de slijmvliezen van de urinewegen, matig diuretisch (vochtafdrijvend); licht bacteriostatisch oa tegen E. Coli
  5. laxerend (oa door de slijmstoffen maar vooral door de alcoholoplosbare stoffen)
  6. verzachtend en mild samentrekkend op geïriteerde slijmvliezen (oa door anthocyanen)
  7. mild ontstekingsweren (oa door de anthocyanen)
  8. verzachtend, prikkelmilderend en uitrijpend op de huid
Kaasjeskruid wordt dikwijls meer uitwendig gebruikt terwijl heemst meer slijmstoffen bevat en inwendig gebruikt wordt, maar men kan ze beiden gebruiken!

 

Indicaties

 

 

Contra-indicaties

Er zijn geen gekende contra-indicaties

 

Bijwerkingen

Geen acute of chronische toxische bijwerkingen

Bij culinair gebruik van de bladeren best geen planten gebruiken die op een kunstmatig bemeste bodem staan, omdat deze dan een hoger nitratengehalte hebben

Uitwendige gebruik remt wondheling af (het verse blad werkt hyperglycemiërend)

 

Interacties

Geen interacties met medicijnen bekend.

 

Doseringen

Bloemen:

De aangewezen gemiddelde dagdosis van de bloemen bedraagt het equivalent van 5 g;

 

Bladeren:

 

 

Synergie

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top