Copyright © 2017 Liber Vitae.
Het materiaal op deze website is zuiver informatief. Doe niet aan zelf-medicatie en raadpleeg altijd een arts of apotheker als je klachten hebt.

Kruiden verwerking

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail


Overzicht

In de kruidengeneeskunde kunnen alle delen van een plant aan bod komen zoals bloemen, bladeren, stengels, zaden, wortels, schors of bast van struiken of bomen.

Het tijdstip van de oogst is belangrijk omdat het gehalte aan werkzame stoffen schommelt met de ontwikkeling van de plant. Ook de wijze van plukken is van belang. (-> Plukken )

Het dus ook zo dat men planten mogelijks maar een klein deel van het jaar vers voor handen heeft.  Zo heeft men door de jaren heen gezocht naar manieren om planten te kunnen bewaren. Zo is het drogen van de plant de eenvoudigste manier voor het bewaren van een plant. Ook invriezen en verwerken in preparaten zijn goede technieken. (-> Drogen en bewaren )

Preparaten maken kan op vele manieren en dat dient verder toegelicht te worden. We behandelen dan ook in meer detail het maken van preparaten op basis van gedroogde kruiden en het maken van preparaten op basis van verse kruiden.

We behandelen tenslotte een aantal speciale preparaten:

 

Plukken

Let bij het verzamelen van gehele planten of plantendelen op de volgende zaken:

  • Kruiden: voor de bloeitijd of bij het ingaan van de bloei
  • Bladeren: wanneer ze volledig ontplooid zijn, maar zo jong mogelijk
  • Bloem: jong maar wel van bij het open gaan
  • Blad, bloem en kruidige plantedelen kunnen het best in de late voormiddag geplukt worden na het opdrogen van de dauw en voor de hete middagzon , tijdens warme zonnige dagen is het gehalte aan geneeskrachtige bestanddelen het grootst.
  • Zaden: wanneer ze volgroeid zijn, maar nog niet te rijp zodat ze afvallen.
  • Schors en bast: in de winter, maar niet als het vriest. Men kan blijven oogsten, tot voor het begin van de sapstroom.
  • Wortels samen met wortelstokken na de volledige ontwikkeling van de plant, dus niet in het eerste jaar, tenzij bij eenjarigen. Wortels en wortelstokken worden geoogst gedurende de rustperiode van de plant, dus in de herfst of het voorjaar als de meeste inhoudsstoffen nog in de wortel opgeslagen zitten.

Denk hierbij nog aan enkele regels:

  • Nooit plukken bij nat en slecht weer.
  • Geen kruiden of planten plukken die ziek zijn bvb meeldauw komt vaak voor bij planten), roest ed.
  • Verse kruiden binnen de 24u verwerken of direkt ophangen in bosjes of op rekken leggen om te laten drogen, dit om schimmels te vermijden
  • Nooit meer plukken in het wild dan men nodig heeft voor eigen gebruik en verwerking, laat steeds genoeg staan om uit te zaaien en de voortplanting te verzekeren.
  • Pluk nooit planten die met uitsterven bedreigd zijn en dus op de rode lijst staan.
  • Als, in de lente, de jonge blaadjes van een plant geplukt worden en er nog geen bloemhoofdjes te zien zijn, let dan op want verwisseling met andere gelijkaardige planten is altijd mogelijk. Indien er enige twijfel is, pluk dan niet!

Vroeger werd er rekening gehouden, zowel bij het inzaaien als het oogsten van een kruid, met de stand van de maan. In oude kruidenboeken kan men dit nog terugvinden. In het algemeen kan men aannemen dat het plukken van de bovengrondse delen van het geneeskrachtig kruid het beste gedaan wordt enkele dagen voor volle maan en het oogsten van de wortels na volle maan, nooit tijdens want de plant bevat dan teveel water en de geneeskrachten zouden groter zijn enkele dagen voor en erna.

Drogen en Bewaren

Drogen

De eenvoudigste manier om kruiden te bewaren is ze drogen. Dat drogen kan op verschillende manieren gebeuren:

  • Drogen in bosjes:
    • Dit is de beste manier voor kruiden die met stengel geplukt worden, ze worden omgekeerd te drogen gehangen op een luchtige, warme plaats uit de zon.
    • Een afdak, een zolder of een droge luchtige kamer zullen volstaan om heel wat kruiden te drogen.
    • Na het drogen worden ze afgeritst of verhakseld en in papieren zakken, kartonnen tonnetjes of houten kistjes bewaard.
  • Drogen op droogrekken is een gemakkelijke manier als er de plaats voor is.
    • Een droogrek is een gaas, gespannen op een raamwerk. Door het gaas kan de lucht vrij doorstromen.
    • De droogrekken zet men op een warme luchtige plaats.
    • Droogrekken zijn een ideale manier om bloemen te drogen.
    • Leg al het materiaal echter goed open om schimmelvorming te voorkomen.
  • Droogkast:
    • Een droogkast is een kast waar men verschillende droogrekken boven elkaar kan stapelen.
    • In een droogkast maakt men gebruik van een warmtebron, vaak aangevuld met een thermostaat en ventilator.
  • Zonnedrogen:
    • Voor de handige knutselaar is het maken van een zonnedroger een mogelijkheid.
    • Zonnedrogers worden hoe langer hoe meer gebruikt, omdat ze een gemakkelijke en doeltreffende manier zijn om de zonnewarmte te benutten. De via een verstelbare klep toegelaten lucht strijkt over een zwart gemaakte onderlaag, onder glasplaten door, waarbij de lucht opgewarmd wordt. De warme lucht stijgt, dringt door een laag stenen, en vervolgens door een aantal bladen, waarop het te drogen product ligt.
    • De laag stenen wordt in de loop van de dag steeds warmer, en houdt 's nachts de warmte vast.

Invriezen

  • Invriezen is ook een goede manier om kruiden te bewaren die niet goed kunnen gedroogd worden, zoals bieslook, dragon, peterselie en basilicum:
    • Jonge, sappige planten worden snel gewassen, drooggezwierd, in plastic dozen verpakt en omniddellijk diepgevroren.
    • Kleine porties kunnen eerst fijngemalen worden, en in het schaaltje van de ijsblokjes geplaatst, waarna ze in een plastic zak (om uitdrogen te vermijden) kunnen ingevroren worden.
    • De ingevroren kruidenblokjes kunnen nadien in een goed gesloten doos bewaard worden, om als porties gebruikt te worden.

Preparaten maken

  • Vele planten worden onder de vorm van een preparaat verwerkt, denken we maar aan tincturen, tabletten, siropen, gelullen, zetpillen, enz.
  • Deze preparaten bewaren meestal een lange tijd.


Preparaten maken op basis van droge kruiden

Een theeaftreksel maken

Een Theeafireksel is een waterig aftreksel van enkelvoudige of samengestelde kruiden. Men kan het zowel van de verse als de gedroogde plant maken.

De bedoeling bij het zetten van thee is de geneeskrachtige inhoudstoffen van de plant in water op te lossen. Gebruik steeds zuiver water.

Men laat daarom de plant of een deel van de plant een bepaalde tijd trekken in water, waarna men water en plant gaat scheiden om het water als geneesmiddel te gaan gebruiken.

  • Een koffielepel per tas volstaat. Van bloemen gaat men iets meer gebruiken terwijl men van zaden en wortels iets minder gaat gebruiken.
  • Een vaak gebruikte regel is dat men bij kinderen bij jonger dan 6 jaar niet meer dan een kwart van de volwassenen voorgeschreven dosis gaat gebruiken.
  • Voor kinderen van 6 tot l4 jaar gebruikt men de helft van de voorgeschreven dosis.

Thee zet men het best vers maar, indien nodig, zet men de hoeveelheid thee voor één dag. Theeafireksels ontaarden zeer snel, er ontwikkelen gemakkelijk schimmels en gisten. Indien niet anders vermeld drinkt men drie kopjes thee per dag, met kleine slokjes en langzaam doorslikkend als de thee gedronken wordt om de bitterstoffen en deze wil aktiveren.

Een theeafireksel kan men zoeten met honing. Theeaftreksel ter bevordering van de spijsvertering (met bitterstoffen) gaat men echter niet zoeten.

Men maakt  een onderscheid tussen een infuus, een decoct en een maceraat.

  • Infuus: Een infuus of warm aftreksel maakt men door kokend water op het kruid te gieten en dit ongeveer 5 minuten laten trekken (best afdekken) waama men gaat zeven.
  • Decoct of afkooksel: Bij een decoct zet men de kruiden op in koud water. Als het water kookt zet men de kruiden af en laat men het decoct nog 5-10 minuten trekken waarna men gaat zeven. Volgende kruiden worden best als decoct klaargemaakt: Alant wortel, Artisjok blad, Beredruif blad, Blaaswier thallus, Fijnstraal kruid, Duivelsklauw wortel, Eik bast, Engelwortel wortel, Gentiaan wortel, Heermoes kruid, Klis wortel, Laurier blad, Leverkruid Wortel, Lindespint, Longkruid kruid, Maïsstempels, Mariadistel
    vrucht, Muisdoorn wortel, Notelaar blad, Ogentroost kruid, Olm schors, Paardebloem wortel, Ratanhia Wortel, Schietwilg bast, St Janskruid kruid, Sleutelbloem Wortel, Tormentilla wortel, Toverhazelaar blad, Varkensgras kruid, Waterdrieblad blad.
  • Koudwater-maceraat: Dit is in feite een koud aftreksel. Het spreekt van zelf dat een koud aftreksel van een kruid een langere tijd zal nodig hebben om de inhoudstoffen in het water te laten overgaan. Een maceraat past men toe bij volgende kruiden: klein hoeíblad, smalle weegbree, smeerwortel, kaasjeskruid, koningskaars, heemst, linde, carrageen, IJslands mos, met andere woorden kruiden met slijmstoffen. Kruiden met antrachionen laat men tevens koud trekken omwille van het omzetten
    van antrachionen door warmte in kramp bevorderende stoffen. Kruiden met antrachionen zijn Senna, rabarber, aloë, vuilboombast, cascara, wegedoorn.  Bij valeriaan heeft men kunnen vaststellen dat de werkzaamheid groter is bij maceratie dan bij infusen en tinctuur. Ook bij maretak zijn de actieve bestanddelen warmte gevoelig, om deze reden gaat men bij maretak koude maceratie toepassen.

Thee aftreksels overzicht

Aanmaak van een TOTUM

De gehele plant wordt hierbij tot ultrafijn poeder gemalen en gestandariseerd. Dit poeder wordt in gelules gedaan (voor orale inname, gelatinecapsules of vegetarische capsules)


Alcoholische extractie

Bij alcoholische extracten onderscheiden we een aantal varianten:

  • Tincturen:
    = drogerij van plant in ethanol (alcohol) van 60 à 70°
    = geeft een verhouding 1/5 of 1/10 (afhankelijk van het deel van de plant)
  • Moedertincturen:
    = de verse plant in ethanol van 60°
    = geeft 1/10 of 1/20 voor bvb goudsbloem (Calendula off.)
  • Alcoholaturen:
    = met de verse plant zoals moedertincturen, doch door een speciale bewerking gestabiliseerd.
  • Extracten:
    = bekomen door macereren, percoleren of uitpersen
    - Vloeibaar: de drogerij in ethanol 30 à 40° = 1/1
    - Droge: een droog gedampt vloeibaar extract = 5/1 (3/1 – 8/1)
    - Nebulisaat: een droog extract, gemaakt met de verse plant, volgens een speciaal procédé op verlaagde temperatuur. Soms wordt hierbij lyofilisatie toegepast, dit is een systeem van vriesdrogen (doen conserveren door bij een temperatuur onder het vriespunt en bij verminderde druk (vacuüm) water in de vorm van waterdamp te onttrekken).

 

Glycerolextractie

Glycerinemaceraten: maakt men van de jonge knoppen of scheuten van de verse plant, door een aftreksel te maken in een mengsel van glycerol, ethanol en water, geeft 1/20 maar wordt steeds verdund tot D1= 1/200 (zie gemmotherapie, een vorm van fytotherapie)

 

Siroop

Plantenextractie in suikersiroop = 65 delen suiker + 35 delen water geeft een siroop; afkooksel van sap houdende bessen in suikersiroop bvb vlierbessen...

Plantensiropen worden echter ook veelvuldig gemaakt door mengen van een vloeibaar extract of een tinctuur met een suikersiroop.

 

Olie-extractie

Plantenextractie in olie, meestal soja-olie, arachide-olie, olijfolie, zoete amandelolie of andere.

Dit geeft therapeutische basisoliën zoals kamille-olie, Johannes-olie, Arnica-olie, Calendula-olie, wortelolie of andere.

 

Destillatie

  • Hydrolaten:
    Bekomen door de destillatie van planten in water bvb rozenwater, hamameliswater, lavendelwater, kamillewater, oranjebloesemwater...
  • Alcoholaten:
    Bekomen door destillatie van planten in ethanol bvb Eau de Carmes (karmelietenwater of samengestelde Melissespiritus, ook aromatische spiritus genoemd)
  • Etherische olie:
    Geeft de aroma’s, ook essentiële oliën of vlugoliën genoemd.
    Gebruik:
    • Zuiver
    • In een basisolie
    • In water, melk en thee (EO’s zijn niet of weinig oplosbaar in waterige oplossing)
    • In honing, room, ei
    • In zalf, zetpillen, capsules, crèmes
    • In siroop, op een klontje suiker (inwendig in zeer geringe hoeveelheid)
    • In alcohol

Andere extracten:

  • Wijnen: bekomen door maceratie van kruiden en planten in wijnen
  • Elexiers: bekomen door maceratie van gemengde en gedroogde plantenpoeders en/of harsen en balsems bvb zweeds kruidenelexier
  • Harsen en balsems: bekomen door incisie bvb terpentijn is een destilaat bekomen uit de hars van de denneboom.
  • Hydroglycolaten: bekomen door de maceratie van het plantenmateriaal in propyleenglycol (dit is een glycol, een reukloze en kleurloze viskeuse vloeistof, die verkregen wordt door de hydrolyse van propeenoxide).
  • Propyleenglycol wordt door de World Health Organization gezien als niet-toxisch bij lage concentratie en mag gebruikt worden in voeding, cosmetica en medicijnen. Het E-nummer van propyleenglycol is 1520 en mag gebruikt worden oa:
    • in voeding en cosmetica om vocht vast te houden vanwege de hygroscopische eigenschappen
    • als een oplosmiddel voor kleur- en smaakstoffen

Preparaten maken op basis van verse kruiden

Preparaten maken op basis van verse kruiden is gelijkaardig aan die voor gedroogde kruiden (b.v. aanmaak van thee).

Echter, met verse kruiden kom je ook tot een aanmaak van enkele speciale preparaten zoals:

  • Bachbloesems
  • Sommige homeopathische preparaten
  • Sommige tincturen en nebulisaten
  • Kruidenazijnen
  • Kneuzen van verse plantendelen en applicatie ervan op de huid
  • Aanmaak van sap door persing of centrifugeren (zie verder)
  • Aanmaak van warme oliemaceraten voor inwrijving, wikkels en zalven (zie verder)

 

Plantensappen

Natuurzuivere sappen zijn enkel afkomstig van onbespoten groenten, fruit, kruiden of planten. Bij de analyse van vruchtensappen ziet men dat de base-vormende mineralen K, Na, Ca en Mg de meerderheid hebben tov de zuurvormende Cl, F en S. Vruchtensappen reageren dus alkalisch in het lichaam en herstellen zo het zuur-base evenwicht omdat ze het teveel aan zuur door andere voeding neutraliseren.  Sappen hebben een reinigende en ontslakkende werking op de inwendige organen. Het drinken van sappen stimuleert de nierfunctie, de nieren scheiden meer vocht uit en elimineren afvalstoffen (de kans op nierstenen vermindert).

Enkele voorbeelden van sappen en hun gebruik bij verschillende aandoeningen:

  • Berkensap: bloedzuiverend, diureticum, uitwendig in haarwater
  • Aardappelsap: op nuchtere maag innemen (eventueel verdund met water), bij oprispingen, een teveel aan maagzuur
  • Aardbeiensap: bevat Fe en Ca, bij uitslag, puistjes en koorts
  • Appelsap: heeft een hoog gehalte aan vruchtensuikers, is verfrissend, reinigend, eetlustopwekkend en lost urinezuur op
  • Rode bietensap: is rijk aan mineralen en provitamine A, werkt versterkend, laxerend, bloedvormend
  • Blauwe bosbessap: bij diarree en keelontsteking
  • Frambozensap: bevat veel vit C, bij constipatie, bloedarmoede en algemene zwakte
  • Artisjoksap: bij functiestoornissen van de lever en galblaas, bij spijsverteringsstoornissen met klachten als hoofdpijn, opgezet gevoel en flatulentie
  • Kersensap: is verfrissend en heeft een gunstige invloed op de K-huishouding (nodig voor een goede hartfunctie)
  • Witte koolsap: bevat vit C, bij nerveuse maagaandoeningen
  • Uiensap: bij hoesten, heesheid en verminderde eetlust, is een natuurlijk antibioticum
  • Vlierbessensap: werkt zweetafdrijvend bij koorts en verkoudheid, bij reumatische aandoeningen, bloedzuiverend bij nier en blaasaandoeningen, laxerend
  • Wortelsap: bevat caroteen (provitamine A) en werkt versterkend, bij gebrek aan eetlust
  • Zwarte bessensap: bevat vitamine C, is slijmoplossend (luchtwegen), is bloedzuiverend, waterafdrijvend, goed bij koorts, reuma, jicht, diarree en droge hoest

 

Kruiden omslagen

Men kan kruiden uitwendig gebuiken door middel van omslagen te maken en deze op een deel van het lichaam te leggen.

Bij het maken van een kruidenomslag met verse kruiden kneust men de kruiden of gaat men deze fijnhakken. We gebruiken uiteraard enkel kruiden waarvan we zeker zijn dat ze onbespoten zijn. Enkele voorbeelden:

  • Kruidenomslag met St Janskruid: Bij een zenuwontsteking legt men gekneusd St. Janskruid op de pijnlijke plaats.
  • Kruidenomslag met koolblad: Bij ontstekingen gebruikt men een gekneusd koolblad.
  • Kruidenomslag met aardappel: Een rauwe aardappel geeft verlichting bij lichte verbranding, tevens gebruikt men de rauwe aardappel bij jeuk.
  • Kruidenomslag met smeerwortel: Bij slecht genezende wonden of bij ontsteking van pezen, gewrichten of ook bij verstuikingen gebruikt men het gekneusde blad van smeerwortel of nog beter de gemixte smeerwortel wortel (maar let op: smeerwortel is een zeer harde wortel die moeilijk te verwerken is).
  • Kruidenomslag met prei of ui: Bij ontstekingen legt men een omslag met geplette schijfjes van preiblad of ui op de ontstoken plek. Bij irritatie van de huid, deze eerst insmeren met goudsbloemzalf!
  • Knuidenomslag met goudsbloem: Bij huidproblemen kunnen de bloemen van goudsbloem helpen die men eerst in een beetje olie verwarmd, tot lichaamstemperatuur, au “bain marie”.


Brij omslagen

Bij brij omslagen maakt men vaak gebruik van klei. Als uitwendige toepassing gebruikt men kleibrokken. De klei-brij maakt men klaar in een glazen bokaal of porseleinen kom.

Er zijn vele toepassingen:

  • Schoonheidsverzorging: Kleipleiters gebruikt men in de schoonheidsverzorging omwille van zijn zuiverende
    eigenschappen.
  • Ontstekingen: Therapeutisch gebruikt men kleiomslagen bij ontstekingen, denken we maar aan keelontsteking, gewrichtsontsteking, zenuwontstekingen, ontstekingen van organen,enz.
  • Huidproblemen: Bij huidproblemen gebruikt men een kleipleister aangemaakt met thee of tinctuur van driekleurig viooltje. Ook de tinctuur van Echinacea of Propolis zijn uitstekende middelen bij ontstekingen.
  • Nierproblemen: Bij nierproblemen legt men een kleipleiter aangemaakt met guldenroede, berkenblad of heermoes.
  • Zenuw- peesontsteking: Johannesolie gemengd in de klei is een uitstekend middel bij zenuwontstekingen en peesontstekingen.
  • Slecht genezende wonden of etterende wonden: Een omslag van lijnzaad en fenegriek is een andere soort omslag. Deze omslag is uitstekend bij slecht genezende of etterende wonden. Kook gelijke delen lijnzaad en fenegriekzaad tot een papje (slijmerig) en leg het afgekoelde papje op de te behandelen plaats. Dek af met een verband. Het papje vaak (minstens 3x per dag) verwisselen.Tevens gebruikt men dit papje op abcessen en furunkels(steenpuist, bloedzweer)


Kruiden olie of kruiden maceraat

Maceraat

Bij het maken van een maceraat gebruikt men de plant en als draagolie meestal olijfolie, zonnebloemolie, sesamolie of amandelolie::

We kennen allen Sint-Jansolie, goudsbloemolie en kamilleolie:

  • Johannesolie (of Sint-Jansolie) wordt vooral gebruikt bij brandwonden, zonnebrand (na het zonnebad), zenuwpijnen en oorpijn. Let op Johannesolie is geen zonnebrandolie, deze olie in combinatie met de zon geeft verbranding
  • Goudsbloemolie of Calendula-olie maakt de huid soepel en is een zeer goede huid verzorgende olie, vooral bij schilferige huid. De goudsbloemolie werkt wondhelend
  • Kamilleolie gaat krampen tegen, daarom gebruikt men deze olie bij buikkrampen. De olie kan men ook gebruiken bij krampachtige pijnen zoals bij een oorontsteking

Men kan zelf nog andere maceraten maken zoals een aromatische olie. Het spreekt van zelf dat een basisolie of maceraat kan dienen als drager voor een etherische olie.

Massageolie - verzorgende olie

Bij het maken van een aromatische olie gebruikt men maximaal 5 % etherische olie. Voor het gezicht slechts 1 tot 3 %, let op niet gebruiken rond de ogen.

Als draagolie gebruikt men een goede basisolie zoals amandelolie of Jojoba-olie, of eventueel een kruidenolie. Let op met etherische olie met een hoog fenolgehalte. Fenol houdende etherische oliën branden op de huid en worden daarom best verdund tot op  1,5 %. Etherische olies met een hoog fenolgehalte zijn rode tijm, bonekruid, oregano, kruidnagel, kaneel en komijn.

De etherische olie van bergamot bevat een hoog gehalte aan coumarines, deze olie maakt de huid gevoeliger aan zonlicht. Bij blootstelling aan zonlicht (ook zonnebank) ontstaan er op de huid onregelmatige pigmentverkleuringen, opletten dus. Veiliger is gebruik te maken van een coumarine vrije bergamotolie.

Etherische olies met een hoog gehalte aan aldehyde veroorzaken ter hoogte van de huid in hoge dosis soms irritatie, jeuk of oedeem. We spreken van etherische olies met citral (o.a. bergamot blad en citroenschil) en citronellal (o.a. de etherische olie van citronella, combava, een soort limoen en eucalyptus ct citronellal).

Badolie

ln plaats van een pure oliebasis kan men tevens een neutrale badolie gebruiken. Een badolie emulgeert met het badwater. Ook hier opletten met etherische olie met een hoog gehalte aan coumarines.

Etherische olie van de schil van citrusvruchten zoals sinaasappel, pompelmoes enz..  kunnen in een badolie de huid irriteren.

De etherische olie van munt wordt omwille van zijn sterk afkoelende werking tevens afgeraden bij gebruik in het bad.

 

Balsem - crème - zalf (uitwendig gebruik)

Kruiden onder de vorm van kruidenolie, tinctuur of etherische olie kan men mengen in een neutrale zalfbasis, zo bekomt men een kruidenbalsem.

Bij kruidentincturen gebruikt men tussen 10-15%, bij etherische olie maximaal 5%.

Men kan de zalven ook maken op basis van vaseline, bijenwas, cacaoboter, shea-butter, al dan niet vermengd met een goede olie.

Dit onderwerp is op practisch niveau verder uitgewerkt in een aparte workshop