Copyright © 2017 Liber Vitae.
Het materiaal op deze website is zuiver informatief. Doe niet aan zelf-medicatie en raadpleeg altijd een arts of apotheker als je klachten hebt.

Driekleurig viooltje (Viola Tricolor L.)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Driekleurig Viooltje
Driekleurig Viooltje (Viola Tricolor L.)
Familie > Keukenkruiden > Viooltjesfamilie

Historiek

Alle viooltjes zijn eetbaar, maar medicinaal zijn vooral het Driekleurig viooltje en het Maarts viooltje belangrijk. Beiden zijn wijd verspreid en van de viooltjesfamilie of violaceae.

In de literatuur bestaat er soms verwarring rond de naam 'viooltje'. Immers, ‘Viola’ zou afgeleid zijn van ‘Ion’ (welriekende bloem). Ook andere planten (leucoion) werden hieronder verstaan zoals bijvoorbeeld de Gele Muurbloem en de Lakooibloem. Ook is er zeel veer verwarring tussen het Maarts Viooltje (violette blaadjes met witte voet) en het Driekleurig viooltje (elk blaadje bevat 3 kleuren). Voor zover bekend wordt het Driekleurig Viooltje pas echt duidelijk beschreven als geneeskruid door Dodoens (1554),  bij eerdere bronnen gaat het hoogst waarschijnlijk altijd over het Maarts Viooltje. Daarna komt het Driekleurig Viooltje vaak voor en wordt het veelal ook 'Herba Trinitatis' genoemd, het 'Kruid van de Drievuldigheid'.  Het viooltje werd ook het embleem van Napoleon en de Bonepartisten (de Napoleontische partij).

Het (maarts) viooltje is gewijd aan de godin Persephone (Proserpina), de godin van de onderwereld. Op de munten van de Siciliaanse stad Henna stond het (maarts) viooltje afgebeeld omdat, volgens de mythe, op die plaats Persephone door Hades ontvoerd is naar de onderwereld. Er zijn meerdere mythen en verhalen waarin, met name het viooltje, een rol speelt. Ook werd het viooltje later aan diverse christelijke heiligen gewijd en werd veel op graven geplant waarschijnlijk voor die relatie met de onderwereld maar misschien ook omdat het driekleurig viooltje ook het symbool van de herinnering of van de vrije gedachte zou zijn.

Het viooltje werd door haar zoete, verleidelijke geur ook al met de liefdesgodin Aphrodite en met met trouw en duurzaamheid ge-associeerd. Gedroogde viooltjes werden in liefdesbrieven meegezonden en als aandenken bewaard.

Verder was het viooltje ook een symbool van zuiverheid, maagdelijkheid en zedigheid.  In de middeleeuwen werden de eerste viooltjes begroet met uitbundige voorjaarsfeesten. In Europa waren er veel volks gebruiken rondom viooltjes. Volgens sommige bronnen staat de bloem symbool voor de stiefmoeder (vandaar ook de naam "stiefmoederke"): het grote kroonblad onderaan is de stiefmoeder, aan weerskanten van haar staan haar eigen dochters op een smallere zetel, terwijl bovenaan de twee stiefdochters samen met één stoel vrede moeten nemen!

Hippocrates en Arabische artsen gebruikten viooltjes bij aandooeningen van de luchtwegen. Door de Romeinen werden ze al verbouwd voor het gebruik in een gekruide wijn.

Zowel Hippocrates (ca. 460 – ca. 377 B.C.E.) als Theophrastus (ca. 372 – ca. 287 B.C.E.) vermelden het (maarts) viooltje al. Nadere beschrijvingen zijn te vinden bij Celsus (20-30 C.E.), Dioscorides (ca. 50 C.E.) en Plinius de Oudere (77 C.E.): De eerste wendt het aan om (lokale) vochtophopingen te verdelen over het lichaam, Dioscorides beveelt het aan bij ontstekingen van keel en ogen, net zoals Plinius. Verder vermeldt deze laatste ook nog brandende hoofdpijn, en uitstulpingen van baarmoeder of aars, en ook anale kloven.  De Romeinen droegen viooltjeskransen om een kater na een drinkgelag tegen te gaan.

Hildegarde Von Bingen gebruikte viooltjes als één van de ingrediënten van een oogwater; in de Middeleeuwen zou het gebruikt zijn geweest bij epilepsie.

Dodoens noemt het een uitstekend kruid bij kinderziekten en bij kwalen van de luchtwegen. In Engeland werd het veel gebruikt bij hartkwalen (Heart's ease), krampen in de borst en borstvliesontsteking.

Pas vanaf de 16de eeuw werd het gebruikt tegen allerlei huidaandoeningen: "bij korstjes en jeuk over het gehele lichaam" en als bloedzuiverend middel bij oa. reuma en jicht. Verder ook nog voor het losmaken van slijmen; als koortswerend en zweetdrijvend middel.

Shakespeare kende een eerder twijfelachtige ‘kruidenlore’. In ‘a Midsummernightsdream’ knijpt Oberon wat sap uit een viooltje en druppelt dat in de ogen van Titania, opdat ze verliefd zou worden op het eerste levende wezen dat ze zou zien als ze wakker wordt.

In het Franse Pas-de-Calais werd het driekleurig viooltje gebruikt in een orakelspelletje: Om te weten wie haar toekomstige echtgenoot zou worden, hield een meisje een viooltje (pensée) tussen de vingers en zei

“Penses bien!
Où tu arrêteras,
Mon amant sera.
"Denk goed na!
waar je zal blijven staan
daar zal mijn minnaar zijn."

Goethe tenslotte schreef een prachtig romantisch gedicht ‘Das Veilchen’ dat later ook Mozart inspireerde tot een compositie. Overigens doet het verhaal de ronde dat Goethe zoveel van het viooltje hield dat hij het zaad steeds bij zich droeg en het tijdens wandelingen uitstrooide!

In de 19de eeuw werden viooltjes op grote schaal gekweekt voor de parfumindustrie en als sierbloem; dit verminderde snel toen het belangrijkste aromatische element uit viola odorata, IONONE, synthetisch werd bereid!

 

Plantenprofiel

  • Winterharde éénjarige, tweejarige of kortlevende vaste plant die tot 40 cm groot wordt.
  • Heeft een penwortel met slanke zijworteltjes
  • Een tere, weinig vertakte, rechtopstaande stengel
  • Draagt ovale tot lancetvormige, getande tot gelobte bladeren die 3- tot 8-lobbige, soms veerspletige steunblaadjes vertonen (met het eindblaadje sterkst ontwikkeld)
  • Heeft lang gesteelde, alleenstaande, witte, gele, paarse of lila bloempjes, of bloempjes in alle mogelijke kleurencombinaties van deze kleuren
  • Van de 5 kroonblaadjes staan er 4 omhoog en is er één verlengd, naar beneden gericht en gespoord
  • Er zijn 5 meeldraden met gele helmknoppen
  • De stamper is een bolvormige stempel
  • De bloemen ruiken zwak en hebben een bitterzoute smaak
  • De driekleppige, kale doosvrucht bevat vele, bruine, wandstandige zaadjes 

 

Bloeitijd

 Bloeit van maart tot oktober

 

Voorkomen

Inheems in Europa (met uitzondering van het Middellandse-Zee gebied) en gematigd West-Azië tot aan de Himalaya. Elders ingevoerd en nu algemeen verspreid en geteeld.

  • Houdt van een goed doorlaatbare, vochtige, zure tot neutrale, zandige grond
  • In de zon en half schaduw, brandende zon en droogte worden slecht verdragen
  • Niet al te voedingsrijke grond
  • Vroeger veel te vinden in het wild op zandige grond van akkers, onbebouwd land, duinen, slootkanten, wegbermen en kleine wegen, tot op een hoogte van 1800 meter

Onverstandig plukken deed het bestand ervan dalen, maar een grotere, gecultiveerde variëteit (meestal Viola Tricolor "Hortensis") fleurt ondertussen de tuintjes op.

 

Gebruikte delen

Herba Violae Tricoloris: het kruid, nml de bovengrondse bloeiende plant, best geoogst in juli of in augustus, snel drogen. Vooral de subspecies V. Vulgaris (Koch) Oborny en V. Arvensis (Murray) Gaudin, worden medicinaal gebruikt.

Minder: radix Violae Tricoloris, de wortel

 

Inhoudsstoffen

  • saponinen (weinig)
  • slijmstoffen (10%) op basis van 35% glucose, 33% galactose, 18% arabinose, 8% rhamnose, galacturonzuur
  • flavonoïden (nierstimulerend): mono-C-heterosiden: vitexine, orientine, saponaretine ; di-C-heterosiden: violanthine, vicenine 2; rutine, quercetine, scoparine, saponarine, myrecetine
  • anthocyanen: violanine (ester van p-coumaarzuur)
  • salicylaten (weinig, 0,065 à 0,3%): salicylzuur, methylsalicylaat, (o.v.v. gaultherine), violutoside
  • fenolzuren: trans-caffeïnezuur, trans- en cis-P-coumarinezuren
  • gentisinezuur, protocatechinezuur
  • Carotenoïden; vitamine E, C en K; mineralen
  • looistoffen
  • alkaloïde: violine
  • coumarines: umbelliferone

 

Werking

 INWENDIG:

  • diuretisch (urinedrijvend), uricosurisch (urinezuurdrijvend), depuratief (bloedzuiverend, ontgiftend, verwijdert toxines door de nierstimulerende flavonoïden, de saponosiden en de gaultherine)
  • antioxiderend op de huid (door vit. E)
  • anti-inflammatoir (ontstekingswerend) en analgetisch (pijnstillend) vnml door de salicylaten en bijgevolg anti-reumatisch.
  • antilithicum (helpt nierstenen voorkomen)
  • expectorerend (bevordert het ophoesten van slijm door de saponinen)
  • mucilaginosum/demulcens (verzachtend) voor de luchtwegen (door de slijmstoffen)
  • antipyretisch/febrifuug (koortswerend door de salicylaten) en diaforetisch (zweetdrijvend)
  • licht laxerend (door de slijmstoffen)
  • antispasmodisch (kramwerend)

UITWENDIG:

  • anti-inflammatoir (ontstekingswerend) door de salicylaten
  • adstringerend (samentrekkend) door de looistoffen
  • emoliens (verzachtend) door de slijmstoffen
  • cicatricans (wondhelend)

 

Indicaties

INWENDIG:

  • zuigelingeneczeem, dauwworm/berg (melkkorstjes), luiereczeem, kinderdermatosen, eczeem
  • acné, meeëters, puisten, steenpuisten (furonkels), zweertjes
  • herpes, impetigo, favus (hoofdzeer= hardnekkige chronische huidziekte, die vooral op de behaarde hoofdhuid voorkomt. Het wordt veroorzaakt door de schimmel Trichophyton schönleini en kan blijvende kaalheid veroorzaken)
  • urticaria (netelroos= overgevoeligheidsreactie van de huid met rode vlekken of bulten, externe oorzaak, jeukend), pruritis (jeukende huidaandoeningen)
  • psoriasis, schilferende huidaandoeningen
  • voorjaarskuren, voorjaarsmoeheid, bloedzuiveringskuren
  • adjuvans bij:
    artritis en artrose (reumatische aandoeningen); artritis urica (jicht); hyperuricemie (verhoogd urinezuurgehalte); cystitis en nefritis (blaas- en nierontsteking); dysurie (pijnlijke urinelozing); oedeem (waterzucht); prostatitis (prostaatontsteking); enuresis nocturna (nachtelijk bedplassen)
  • ter preventie van nefrolithiasis (nierstenen) en niergruis
  • (acute) bronchitis (luchtwegenaandoeningen), taaie slijmen, hoest, kinkhoest
  • infectieziekten met koorts, kliergezwellen
  • constipatie
  • adjuvans bij spastisch colon

UITWENDIG:

  • stomatitis (mondslijmvliesontsteking), gingivitis (tandvleesontsteking), faryngitis (keelpijn) en angina (amandelontsteking) -> mondspoelingen en gorgelen
  • chronische, schilferende en seborrhoïsche huidaandoeningen: zuigelingeneczeem, melkkorstjes, luiereczeem, kinderdermatosen, eczeem, acné, meeëters, puisten, steenpuisten, zweertjes, herpes, impetigo, favus (hoofdzeer), urticaria (netelroos), pruritis (jeukende huidaandoeningen), psoriasis -> compressen, wikkels, gaasverband met aftreksel 

 

Contra-indicaties

Best niet (in grote hoeveelheid) in verse toestand door kinderen te gebruiken, altijd gedroogd of onder vorm van tincturen, infuus... 

 

Bijwerkingen

NEVENWERKINGEN EN TOXICITEIT:

  • geen nevenwerkingen of toxische verschijnselen bij aangewezen dosis
  • bij langdurig gebruik van grote doses kan er een ongewenst laxerend effect of braakneigingen optreden
  • allergische reacties zijn uiterst zeldzaam

 

Interacties

INTERACTIES MET ANDERE GENEESMIDDELEN OF PLANTEN:
Er zijn geen interacties met andere stoffen beschreven.

 

Doseringen

AANWENDINGEN EN DOSIS:

  • moedertinctuur, bij huidaandoeningen, ter bloedzuivering: 3x 50 dr/dag
  • infuus: inwendig gebruik bij huidaandoeningen, ter bloedzuivering, lokale baden: 2 klp à 1 elp of 1,5 à 3 gr per tas heet water, meerdere tassen na de maaltijd. Men kan er ook het eten van kleine kinderen mee aanmaken of het voor kinderen mengen met soyamelk.
  • licht afkooksel, inwendig gebruik bij reumatische aandoeningen, ter bloedzuivering: 40 à 60 gr gedroogde plant in 1 L koud water, een uur laten weken, aan de kook brengen, 20 sec koken, zeven, tot 1 L drinken.
  • geconcentreerd afkooksel, voor compressen, als betmiddel, huidlotion bij huidaandoeningen: 80 à 120 gr gedroogde plant op 1 L water, bereiding zoals hier boven.
  • nebulisaat (1:6): 2 à 4 gr/dag.
  • fijngemalen (onder lage temperatuur) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 0,4% flavonoïden: 3x /dag 1 capsule à 290 mg bij de maaltijd innemen met een glas water.
  • kruid, gestandaardiseerd op 10% galacturonzuur: 3x /dag 200 à 450 mg.
  • zalven en crèmes.

COSMETISCH GEBRUIK:
- een stoombad met driekleurig viooltje is reinigend voor de gezichtshuid
- wordt vaak omwille van de samentrekkende en ontstekingswerende, kalmerende werking op de huid, in cosmetische preparaten verwerkt

CULINAIR GEBRUIK:
- een met viooltjes gekruide wijn werd reeds bij de Romeinen gebruikt
- de eetbare bloemen kunnen, net als madeliefjes, de salade versieren
- decoratieve ijsblokjes, in elk vakje een bloempje leggen, water bijvullen en invriezen
- de bloemen kunnen in confituur, marmelades, honing en desserts verwerkt worden
- geconfijte en gekristaliseerde bloemen kunnen als snoep gegeten worden of als versiering op taarten en cakes dienen
- bloemboter met oa viooltjes en andere bloesems (roosmarijn, madeliefje, meidoorn, tijm, salie, ...)
- als garnering op soepen

ECONOMISCH BELANG:
wordt vooral verbouwd in Frankrijk, Duitsland en Nederland

 

Synergie

ENKELE COMBINATIES MET ANDERE KRUIDEN:

  • met kliswortel (Arctium Lappa) en brandnetel (Urtica Dioica): bij allerlei huidaandoeningen als acné, zweren, eczeem, rode plekken
  • met heermoes (Equisetum Arvense) en grote klis (Arctium Lappa): bij meeëters en puistjes
  • met kliswortel, grote brandnetel, kweekwortel (Elymus Repens), vlierbloesem (Sambucus Nigra), tijmblad (Thymus Vulgaris) en oranjebloesem (Citrus Sinensis), resp. 20 (viooltje kruid)/10/20/10/20/10 en 10 gr bij acné
  • met theunisbloemolie (Oenothera Biennis) bij eczeem
  • met kleefkruid (Galium Aparine), grote brandnetel, rode klaver (Trifolium Pratense), en duivekervel (Fumaria Off.) bij eczeem
  • met heermoes bij gezichtseczeem, rode en geïrriteerde hoofd- en gezichtshuid
  • met katteklauw (cat's claw of Uncaria Tomentosa) bij huiduitslag door candida, bij herpes zoster (zona, gordelroos)
  • met rode zonnehoed (Echinacea) bij huidirritatie in het gezicht
  • met Canadese geelwortel (Hydrastis Canadensis)) bij steenpuisten
  • met kliswortel en artisjok bij bloedzuivering
  • met grote brandnetel ter bloedzuivering bij huiduitslag, bij netelroos (remt de ontsteking)
  • met grote brandnetel, berkenblad en moerasspireabloem (Spirea Ulmaria), gelijke delen, in een bloedzuiverende zweetdrijvende mengeling; aftreksel van een slp kruiden per tas kokend water; 2 à 3 tassen warme thee /dag
  • met okkernotenblad en zoethoutwortel ter bloedzuivering
  • met beredruif (Arctosathylos uva ursi) bij blaasontsteking
  • met tijm bij bronchitis met vastzittende hoest
  • met smalle weegbree bij bronchitis met een allergische factor, bij allergische huiduitslag van gezicht en hoofdhuid
  • met heemstbloem (Althea Off.), kaasjeskruid (Malva Sylvestris-bloem), klaproos (Papaver Rhoeas) en toorts (Verbascum Thapsiforme) in een borstkruidenmengeling

 

Het maarts viooltje (Viola odorata)

Plantenprofiel:

Dit viooltje is een circa 15 cm hoge vaste plant.

  • Het blad is hartvormig, rond of aan de top spits toelopend.
  • De bladrand is gekarteld. De plant heeft een wortelstok met kruipende uitlopers.
  • De geurige bloem is violet en heeft een witte voet. De bloem geeft nectar aan vroege vlinders. Er zijn vijf kroonblaadjes, waarvan het onderste een spoor draagt. De spoor is langer dan de aanhangsels van de kelkblaadjes.
  • De bloemen zijn alleenstaand en staan op een lange steel.
  • Het maarts viooltje draagt een bolvormige, behaarde doosvrucht waarin kleine, harde, ronde zaadjes zitten. Deze zijn licht geelbruin van kleur.

Bloeitijd:

Het maarts viooltje bloeit ongeveer van begin maart tot eind mei en soms ook in augustus en september. In milde winters kan de plant al eerder worden waargenomen.

In de zomer worden "cleistogame" bloemen, wat verborgen huwelijk of bevruchting wil zeggen, gevormd, net als bij het bosviooltje (Viola riviniana).

Cleistogame bloemen zijn bloemen die zich niet openen, waardoor ze niet door insecten bezocht en bestoven kunnen worden. Voorbeelden zijn maarts viooltje, bosviooltje of viola riviniana, glad vingergras en sla. Door zelfbevruchting komen ze toch tot zaadvorming en voortplanting. Dit gebeurt dikwijls laat in het seizoen, nadat andere bloemen al uitgebloeid zijn. Ook alleenstaande bloemen kunnen op deze manier toch tot voortplanting komen. Dit is daarom een mogelijke strategie voor pioniersplanten.

Werkzame stoffen:

  • violine (een alkaloïde)
  • salicylzuur
  • saponine

Voorkomen:

In het wild is deze soort te vinden aan beschaduwde slootkanten of onder heggen op rijke en vochtige grond. Ook worden ze veel als sierplant gekweekt. De plant is inheems van West-Europa tot de Kaukasus en Koerdistan.

Toepassingen:

Medisch: De wortel van het maarts viooltje kan worden gebruikt als braak- en uitwerpselstimulerend middel. De plant wordt ook gebruikt tegen hoesten, kinkhoest en reumatische klachten, vooral de handgewrichten.

Aromatisch en cosmetisch: Uit de bloemen wordt viooltjesolie bereid voor parfum. Het blad kan worden toegevoegd aan een gezichtsstoombad.

Culinair: De bloembladeren kunnen gekonfijt worden gebruikt om cakes, ijs en pudding mee te versieren. Ook kunnen de bloembladeren rauw worden gegeten in een salade

Soorten van het geslacht Viola (Viooltje) 
... · V. arvensis (Akkerviooltje) · V. calcarata (Langsporig viooltje) · V. canina (Hondsviooltje) · V. cornuta (Hoornviooltje) · V. cryana · V. curtisii (Duinviooltje) · V. hirta (Ruig viooltje) · V. lutea · V. lutea subsp. calaminaria (Zinkviooltje) · V. lutea subsp. lutea (Geel viooltje) · V. lutea subsp. elegans · V. odorata (Maarts viooltje) · V. palustris (Moerasviooltje) · V. persicifolia (Melkviooltje) · V. pubescens · V. reichenbachiana (Donkersporig bosviooltje) · V. riviniana (Bleeksporig bosviooltje) · V. rupestris (Zandviooltje) · V. tricolor (Driekleurig viooltje) · ...
 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top