Absint alsem (Artemisia absinthium)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Absint alsem
Absint alsem (Artemisia absinthium)
Familie > Wilde Planten > Composietenfamilie

Historiek

In de 'Ebers-papyrus' (1550 v. Chr.) in het oude Egypte wordt de 'alsem' aanbevolen als middel tegen de 'uka' (een kwaal waarvan men niet heeft kunnen herleiden wat het behelsde) en tegen wormen.

Al in Bijbelse tijden was Alsem een huismiddel! De bitterheid ervan werd in het boek "Spreuken" als metafoor gebruikt om de gevolgen van overspel aan te duiden.

Hippocrates waardeerde de plant zeer; de Grieken dachten dat de plant hersenaandoeningen kon genezen. Zij maakten van de bladeren een aftreksel in wijn, omdat dit de bedwelmende werking van alcohol zou tegengaan.

Het kruid werd al heel vroeg toegepast als middel om de menstruatie te bevorderen en om abortus te plegen. Voor dit laatste werd het vaak samen met Bijvoet gebruikt.

In een wetenschappelijk onderzoek uit 1979 op ratten, leidde 10 mg scoparone (geïsoleerd uit de Alsem) tot een 100 procent afdrijving van de vrucht in de eerste 7 dagen van de zwangerschap. Zwangere vrouwen moeten dus absoluut absint alsem als je zwanger bent vermijden.

Plinius de Oudere vermeldt dat de Absintalsem werd geëerd tijdens de Latijnse Spelen, die plaatsvonden op het Capitool, de winnaar van de wedstrijd voor vierspannen, kreeg dan een absintkrans als hoogste eerbetoon, zij stond dan symbool voor gezondheid, aldus Plinius. Hij vernoemt ook al een kunstmatige wijn die hij "absinthites" noemde.

Het kruid werd vermengd en ingenomen met azijn tegen paddestoelenvergiftiging, verder werkte het vermengd met wijn als tegengif bij andere soorten gif zoals die van dolle kervel, Ixia (kruid uit de lissenfamilie) en de beet van spitsmuizen, en werd het voorgeschreven bij zeeziekte.

Ook Dioscorides noemt het kruid verschillende malen als wondermiddel tegen allerlei kwalen als een "panacee" o.a. als kruid om een kater mee te bestrijden.

In het "herbarium van Apuleius" (medisch herbarium van de 5de eeuw) lezen we dat reizigers het kruid met zich mee droegen omdat het vermoeidheid zou tegen gaan.

Volgens de school van Salerno versterkt alsem maag en zenuwen en helpt het tegen zeeziekte.

De botanische naam Artemesia is Volgens Plinius is het woord "Artemisia" afgeleid van Artemis, de Griekse godin van de jacht en de kuisheid. In de Romeinse mythologie werd Artemis geïdentificeerd met Diana, de Godin van de natuur, de bossen en de maan. Absinthium betekent in het Oud-Grieks 'ongenoegen'. De plant zou immers één van de bitterste kruiden zijn geweest.

In voorchristelijke tijd werd Absintalsem bij lijkverbrandingen vooraf op de brandstapel gelegd. Door een onjuiste bijbelvertaling is Absintalsem dan een meer symbolische functie gaan krijgen: droefheid van het afscheid en voor de afwezigheid (vandaar het woord 'absent').

Na de kerstening diende de Absintalsem regelmatig als 'versiering' en 'christelijk symbool' op lijkbaren en op grafstenen.

Het bleef echter ook nog fungeren als strooikruid dat op vloeren werd verspreid om insecten te weren. In de 16de eeuw werd reeds vermeld dat geen slang een tuin zou binnen sluipen waarin Alsem, Bijvoet of citroenkruid (allemaal Artemisia-soorten) stond en dat men deze daarom in de hoeken van de tuin moest planten.

In de 17 de eeuw werden de bladeren en bloemen van deze soort als inwendig middel in een slap aftreksel gebruikt tegen allerlei aandoeningen van geelzucht tot indigestie en hysterie. De bladeren werden gekookt en afgegoten en daarna gebruikt als warme omslag bij gangreen. Gekookt in reuzel, balsem of wijn werd van de bladeren een heilzame pap gemaakt, die men gebruikte op allerlei zwellingen, zoals ontstekingen van de tonsillen en klierziekten. In een kruidenboek van 1770 wordt een aftreksel van de bloemen in cognac aangeraden tegen niergruis en jicht.

Een zeer bekend gebruik van het kruid tenslotte was in de likeur 'Absinth' ( voor het eerst gemaakt in 1797 door Henri Pernod) die in de 19de eeuw (en nu weer) erg populair was, maar ook gevaarlijk door de etherische oliën (een bittere en donkergroene olie) die zich in de plant bevinden zoals thujon en thujol. Deze konden ernstige verschijnselen veroorzaken, zoals hoofdpijnen, duizeligheid en bij een hoge dosis ook hallucinaties, krankzinnigheid, verwarring, verlamming, stuipen, coma en soms zelfs de dood. Het overmatig absinthgebruik werd in de VS en Europa een groot probleem en werd daarom verboden. Het zou de dood van enkele kunstenaars bespoedigd hebben zoals Verlaine en Toulouse-Lautrec! Niettemin werden er goede vervangingsmiddelen gemaakt, waarbij men de alsem verving door anijszaad. In Vermouth, een versterkte witte wijn, worden nog kleine hoeveelheden alsem verwerkt.

Degas schilderde in 1876 een schilderij met de titel "l'Absinthe" ("het absinitisme", of ook "Alcoholvergiftiging" door overmatig gebruik van absint). Ook in Vermout en Beerenburg zit Absintalsem, maar in een ongevaarlijke lage dosis.

In de 19de eeuw dit kruid in de Ver. Staten gebruikt als een wormverdrijvend, versterkend en verdovend middel. De bladeren werden eveneens uitwendig gebruikt als omslagen bij verstuikingen, verrekkingen, hematomen en plaatselijke ontstekingen.

Volgens Künzle is het geschikt voor de patiënt die "groen" ziet als een kikker en steeds meer gewicht en goed humeur verliest.

Mességué zag in alsem ook een uitstekend versterkend middel, dat de eetlust stimuleert en kan ingezet worden bij leveraandoeningen, geelzucht, virale ontstekingen en late menstruatie.

Enkele Duitse onderzoekers hebben een tijd geleden de oude recepten van onder het stof gehaald en de absint nauwgezet volgens de aantekeningen gemaakt. Met moderne technologie bepaalden zij het gehalte aan thujon. En wat blijkt? De hoeveelheden zijn tot 200 maal lager dan de concentraties die in het begin van de 20ste eeuw werden vooropgesteld.  Amerikaanse onderzoekers denken dat er geknoeid werd met de kleur en de kwaliteit van de alcohol, verwerkt in "absinth".  Zo werd de groene kleur opgepept met giftige verbindingen als kopersulfaat en anilinegroen. A.H. Oort, schrijft in 1907 "het feit dat de sterke smaak van het aroma den wansmaak van slechten alcohol bedekt, zodat de op winst beluste fabrikant zeer minderwaardige, soms zelfs gedenaturaliseerden alkohol gebruiken kan, zonder dat de drinker dit merkt."

De vergiftigingen toendertijd waren dus vooral aan een te veel aan alcohol te wijten in combinatie met de slechte kwaliteit van de alcohol.

Je mag dus met gerust hart de toegelaten absint verorberen, zolang je het met mate drinkt. Er wordt nog illegaal absinthlikeur gestookt in het zuiden van Europa!

Een aftreksel van de bladeren en bloemen wordt door kruidkundigen nu soms nog voorgeschreven vanwege de wormverdrijvende, koortswerende, maagversterkende en tonische werking; als tonicum bij gebrek aan eetlust en algemene verzwakking.

De drie Artemisiasoorten Absint-Alsem, Bijvoet en Citroenkruid werden al rond 1440 zeer begeerd en in kruidentuinen gekweekt.

 

Plantenprofiel

Er zijn ongeveer 180 soorten Artemisia gekend, de meeste komen voor in de diverse delen van Europa, Azië en Noord-Amerika.

Tot 1meter hoge, winterharde, veel vertakte, overblijvende halfheester met een aromatische geur en een zeer bittere smaak.

  • vertoont ondergronds een houtachtige wortelstok en verspreidt zich door rhizomen.
  • stevige, houtige, grijsviltige, wijdvertakte, gegroefde stengels.
  • draagt doffe, aan de bovenkant grijsgroene en aan de onderkant wit-viltige bladeren.
  • bladeren tot 3x diep ingesneden en aan beide kanten zijdeachtig behaard.
  • bloemen bolvormig, klein en geel bestaande uit talrijke buisbloempjes.
De plant is ondertussen al overal ingeburgerd!

Grond: verkiest een goed doorlatende, neutrale tot licht alkalische bodem. Verdraagt droogte en schrale grond

Standplaats: in de zon maar verdraagt een deel schaduw. Veel aan te treffen op braakliggende grond, bermen, duinen, zanderige grond, rotsachtige hellingen en dijken.

Zaait zich goed uit maar verspreidt zich ook door rhizomen.

ANDERE SOORTEN:

Artemisia Maritima (zeealsem): een aromatische, donzige, overblijvende plant van 30cm hoog, met zilvergrijze bladeren en geel-bruine, soms hangende, bloemen. De plant komt in diverse vormen voor in de kustgebieden en de zilte binnenlanden van grote delen van Europa, waaronder het Middellandse Zeegebied en de Kaspische Zee, West-Azïe, Rusland, Centraal Siberië en Mongolië.

Vooral deze soort werd beschouwd als een edel bitterkruid dat de eetlust opwekte (beter nog dan de gewone absint-alsem) en uitstekend was tegen indigestie. Jonge bladeren en scheuten werden in kokend water afgetrokken en vormden een uitstekend maagmiddel. Een tinctuur met brandewijn werd aanbevolen tegen hysterie en scheurbuik. Er wordt echter ook gewaarschuwd dat wanneer men het kruid inneemt, het gehele lichaam, bloed en lichaamsvochten, erdoor beïnvloed worden en dat het bovendien de melk van zogende vrouwen bitter doet smaken.

Artemisia Pontica: een uiterst verfijnde plant, met bladeren die fijner ingesneden zijn en minder harig. Komt vooral voor in Zuid-Europa. De verse scheuten werden gebruikt als versterkend middel, tegen milt- en leveraandoeningen, tegen de pijn bij jicht. De werking is minder sterk.

Alsemwijn, die vooral in Duitsland zeer geliefd is, wordt met deze soort gemaakt. De smaak is vrij aangenaam en deze wijn is sterk eetlust opwekkend.

Artemisia Vulgaris (bijvoet): groeit in het wild in vrijwel geheel Europa, behalve IJsland, en in delen van Azië. In delen van Canada en de VS is ze ingeburgerd na verwildering. Ze komt voor in heggen, ruderale plaatsen, langs wegen, bermen en onbebouwde terreinen. Het is een rechte, enigszins aromatische, veel vertakte, overblijvende plant van 30 à 120 cm hoog. De bladeren zijn aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant donzig wit behaard. Van juli tot september bloeit de plant met talrijke kleine roodbruine of gele bloemhoofden in dichte vertakte piramidale pluimen.

In de Middeleeuwen werd bijvoet in Europa vooral in verband gebracht met hekserij en bijgeloof. Men noemde het "cingulum Sancti Johannii" omdat men dacht dat Johannes de Doper een gordel met bijvoetbladeren droeg toen hij rondzwierf in de woestijn. Wanneer men op 24 juni (Sint Jan) het kruid boven de deur hing, werden de bewoners en het huis beschermd tegen bliksem, terwijl een tak binnenshuis, de duivel buiten zou houden. Wanneer men het poeder van de bladeren een nacht in water liet weken en de volgende morgen als lotion in de nek wreef, was men de hele dag zeer fit. Plinius verwees naar de reizigers die geen vermoeidheid voelden door dit kruid en bovendien beschermd waren tegen allerlei vergiften, wilde beesten, zonnebrand en een tegengif van opium en het sap van blauw maanzaad.

In de 16de en 17de eeuw werden de vrij bitter smakende bladeren en de bloeiende toppen van deze plant in aftreksels en in een dosering van een wijnglas vol, 2 tot 3 maal per dag, gebruikt voor de behandeling van diverse vrouwenklachten. Bijvoetthee was een geliefd middel tegen allerlei pijnen en kalmerend bij stuipen, rillingen en epileptische aandoeningen. Verder werd het gebruikt bij gewrichtsaandoeningen die tot verlamming konden leiden. Uitwendig gebruikte men de gekookte bladeren bij allerlei soorten vrouwenkwaaltjes.

Het sap van de wortel in wijn ingenomen hielp tegen stuipen en wormen bij kinderen. Vermengd met varkensvet tot een zalf zou het werken tegen uitwassen, harde vergroeiïngen en wratten. In 1650 gebruikte men het zilveren dons of het moxa van de onderkant van de bladeren als middel tegen jicht door het brandend tegen het zieke lichaamsdeel te houden, een pijnlijke remedie die stamt uit het oude China.

Het zou minder op de spijsvertering werken dan alsem, maar een sterker emmenagogum zijn. Het kan samen met basilicum, tijm en roosmarijn verwerkt worden in een keukenspecerij.

Artemisia Campestris of wilde Averuit: een houtige, rechtopgaande, overblijvende plant van 30 à 150 cm hoog, met kleine bruine bloemen in dikke eindstandige aren. Deze (variabele) soort vindt men in vrijwel geheel Europa (behalve in Ierland en IJsland) en in delen van Azië. Hij groeit in zandige grond, tussen rotsen en op gelijksoortige onbebouwde grond. Men beschouwde het als een krachtig diureticum en als heilzaam middel tegen hysterie.

Men maakte een jam van de verse toppen en 2x de hoeveelheid suiker samen verwerkt en gebruikt als kalmerend en slaapverwekkend middel zonder schadelijke bijwerkingen.

Artemisia Moxa en de A. Sinensis: van deze soorten werd het moxa in Japan gebruikt bij reuma.

Artemisia Abrotanum: het Citroenkruid, dat voorkomt in het Middellandse Zeegebied en dat net als de andere soorten al eeuwen gekweekt en gebruikt wordt als artsenijmiddel. Het is een kleine, grijs-groene, struikachtige overblijvende plant die 60 à 90 cm hoog wordt en met kleine losse pluimen van gelige bloempjes bloeit.

Dioscorides beschreef het citroenkruid als een plant met kleine haarachtige bladeren die naar appels roken, terwijl een Benedictijner monnik uit Sankt Gallen (Zwitserland) schreef dat dit kruid goede eigenschappen had en in zijn tijd gebruikt werd bij koorts en verwondingen. In de middeleeuwen werd het zaad en de bladeren in vrijwel geheel Europa gebruikt voor dezelfde kwalen als waarvoor men bijvoet gebruikte.

Het werkte heilzaam bij oogontstekingen als men het mengde met wat gepofte kweepeer en broodkruim. Gekookt met boekweitmeel hielp het tegen puistjes en wratten in het gezichten andere delen van het lichaam. De as ervan vermengt met oude slaolie zou de haargroei van hoofdhaar en baard bevorderen.

In het huishouden werd het gebruikt als verfplant om wol in een diep gele kleur te verven. In de slaapkamer werd het als strooikruid gebruikt omdat men dacht dat het afrodisiatische eigenschappen bezat.

De jonge loten werden lang in extracten en infusies gebruikt vanwege de antiseptische, zuiverende, menstruatie opwekkende en stimulerende werking.

Artemisia Cina, syn. A. Santonicum of A. chamaemelifolia: de bloemhoofden werden gebruikt als wormbestrijdend middel al voor de tijd van Dioscorides. De plant werd vroeger veel gevonden in Galië, maar komt ook voor in Iran, het noorden van Turkestan, Siberië en Mongolië.

Artemisia Dracunculus (Dragon) en de hierop lijkende soort A. Dracunculoïdes: de geurige bladeren van de dragon zijn altijd in gebruik geweest als keukenkruid en smaakstof. Het is een struikachtige, overblijvende soort van 60-150 cm hoogmet houtachtige stengels, slanke vertakte scheuten en gladde, smalle, haarloze olijfgroene blaadjes. De plant bloeit in augustus met kleine onopvallende witgroene bloemhoofdjes die in hangende schermen op slappe stelen bij elkaar staan. Hoewel de plant afkomstig is uit Azië, wordt ze in West- en Centraal Europa gekweekt, vooral in Frankrijk, waar men haar gebruikt om azijn mee te aromatiseren, voor inmaakzuren en salades en als essentieel bestanddeel van Franse mosterd en tartaar saus.

De soortnaam Dracunculus komt van het latijnse "draco" (klein draakje) en geeft aan dat dragonolie vroeger gebruikt werd tegen beten van giftige dieren oa slangen maar ook dolle honden. Andere bronnen beweren dat de naam voortkomt van de vorm van de wortel, die zich kronkelt als een slang. De wortel werd gebruikt bij kiespijn. Volgens Valnet kan de EO gebruikt worden bij hik en allergie.

De A. Dracunculoïdes heeft enigszins ruwere bladeren die helder groen zijn en men gebruikt deze soms als vervanging van dragon.

A. Annua L.: de geïsoleerde artemisinine wordt als anti-malaria middel gebruikt.

A. Genipi: lage alpenalsem die nog veel gebruikt wordt in likeuren.

Al de Artemisia soorten hebben een lagere bitterwaarde dan alsem.

 

Bloeitijd

bloeit van juli tot september met pluimen van kleine bloempjes.

 

Voorkomen

Inheems in Europa. Heeft zich ondertussen verspreid over gematigd Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Wordt veel gecultiveerd.

Groeit dikwijls op braakliggende grond, aan de kant van de weg, in duinen, op zandgrond, rotsachtige hellingen en dijken.

 

Gebruikte delen

 

  • Herba Artemisiae absinthii of herba Absinthii, het bovengrondse bloeiende kruid.
  • Soms enkel de summitates Artimisiae absinthii of summitates absinthii, de niet verhoutte stengeldelen (niet dikker dan 4 mm) met bladeren en bloemen, samen met de onderste bladeren.
  • Absinthii Aetheroleum (EO): de door waterdampdistillatie verkregen etherische olie uit de bloeitoppen van de A. Absinthium L. of andere soorten vooral de A. Dracunculus L. Het is een blauw of groen gekleurde olie met s.g. 0,900-0,950 g/ cm3.

 

Oogst: kort voor het openen van de bloemhoofdjes (juli-augustus). Blad en bloemhoofdjes worden van de hardere delen van de stengel afgeritst.

Drogen: in bosjes opgehangen, tijd 3 à 10 dagen.

Opbrengst: 30-40 ton per Ha vers (= 10 ton gedroogd)

CULINAIR: fijngehakte blaadjes kunnen gebruikt worden om sausen, vleesgerechten (vooral schapevlees) en hutsepotten te aromatiseren.

Economisch belang: In de Europese wetgeving wordt de verkoop van alsem gereglementeerd aan de hand van het gehalte aan thujonen.

Enkel Absintalsem vrij van thujonen mag verwerkt worden in dranken en likeuren.

 

Inhoudsstoffen

 

  • etherische olie (0,25 à 0,30%) bij chemotype thujone zijn dit voornamelijk ketonen (gehalte hoogst tijdens de bloei), monoterpenolen (met thujol) gehalte hoogst voor de bloei, esters, sesquiterpeenlactonen, linalool, cineol, alfa bisabolol, beta curcumeen, chamazuleen (geeft de blauwe kleur), pineen, ea. Er bestaan nog andere chemotypes.
  • bitterstoffen (0,15% bloeitoppen à 0,40% blad): oa de sesquiterpeenlactonen, absinthine, anabsinthine, artabsine (pro-chamazuleen in de verse plant) verder nog matricine, artemisine, ea.
  • looistoffen
  • flavonoïden met oa quercetine
  • koffiezuur en andere fenolzuren
  • appelzuur en barnsteenzuur
  • lignanen
  • K, Mn en vit B6 en C.

 

Werking

INWENDIG:

  • amarum aromaticum (bittertonicum), bevordert de maagwerking (stomachicum), aperitivum (eetlust bevorderend), digestivum, eupepticum (spijsvertering bevorderend), carminativum (windverdrijvend), antispasmodisch (krampwerend)
Werking: prikkeling van de bitterreceptoren in het mondslijmvlies door de bitterstoffen waardoor er reflectorisch een toename is van maag-, pancreas- en galsecretie, rechtstreekse prikkeling van het maag-darm slijmvlies.
  • choleretisch (meer galproduktie), cholagoog (galdrijvend), hepaticum (betere leverwerking)
  • ontstekingswerend op het darmslijmvlies vooral door de flavonoïden
Heeft een positieve werking bij de ziekte van Crohn!
  • tonicum (versterkend) en neurotonicum (zenuwversterkend): in lage dosis => stimulerend, in hoge dosis => hypnotisch, narcotisch (door het stimuleren van de acetylcholine-receptoren in de hersenen)
  • emmenagoog (bevordert de menstruatie) en stimuleert de baarmoeder
  • vermifuug (wormverdrijvend) en anti-parasitair
  • koortswerend, antibacterieel, antifungaal (schimmelremmend), ontstekingswerend
  • diuretisch (vochtafdrijvend)
UITWENDIG:
Ontsmettend, ontgeurend en insektenwerend.

Indicaties

  • hypoaciditeit, atrofische gastritis (is een bijzondere vorm van gastritis die wordt veroorzaakt door gebrekkige afscheiding van maagsappen en een abnormale reactie van het immuunsysteem, waarbij het lichaam antistoffen maakt die het maagslijmvlies aantasten. Het is een aandoening die doorgaans oudere mensen treft, maar ook voorkomt bij mensen bij wie een deel van de maag is weggenomen)
  • maag- en darmatonie (verminderde werking van maag en darmen)
  • anorexie, dyspepsie en indigestie (slechte of zwakke spijsvertering)
  • flatulentie en opgezette buik
  • krampen, kolieken, maagzuur, voedingsintolerantie en allergie, diarree en/of constipatie
  • dyskinesie van de galwegen (verminderde beweeglijkheid)
  • cholecystopathie (met ontsteking van galwegen of galblaas) en verminderde galproductie
  • preventie van galstenen
  • leverinsufficiëntie (zwakke leverfunctie), leveraandoeningen, aambeien door levercongestie, hypercholesterolemie
  • als adjuvans bij de ziekte van Crohn en ontstekingen van de dikke darm
  • herstel na ziekte, bij vermoeidheid en anemie, neurasthenie (zenuwuitputting), depressieviteit, vergeetachtigheid
  • amenorhee en onregelmatige menstruatie
  • worminfecties en darmparasieten
UITWENDIG: bij wonden, zweren, kneuzingen en insectenbeten

Contra-indicaties

  • zwangerschap (vanwege de baarmoederstimulerende werking) en lactatie (maakt de moedermelk bitter)
  • maag- en darmzweren
  • niet geven aan kinderen
  • allergie

 

Bijwerkingen

Het gebruik van dit kruid voor een korte periode in de aangegeven dosis wordt als veilig beschouwd.

In hogere dosering kan het toxisch zijn door het gehalte thujone van de etherische olie (niet de bitterstoffen) en kan hoofdpijn en duizeligheid veroorzaken (zuiver inwendig gebruik van de etherische olie wordt afgeraden) en nog hogere doseringen geven verlammingen, hallucinaties, hersenschade, coma en dood.

Bij lokaal gebruik kan er contactallergie optreden.

 

Interacties

Er zijn mogelijk interacties met medicijnen die oa. de maagzuursecretie afremmen.

 

Doseringen

Een kuur met alsem is enkel aangewezen in een lage dosis en wordt maar enkele weken aangehouden. Hier geldt ook een pauze van 1 week en daarna kan er terug begonnen worden met de inname. De meest praktische bereidingen zijn de het infuus en de tinctuur.

Een inname voor de maaltijd ==> een stimulerende werking op de maag

Een inname na de maaltijd ==> als galdrijvend middel

 

  • infuus: 1 à 1,5 g kruid overgieten met een tas kokend water (of 5 à 15 g met 1 liter), 10 min laten trekken, zeven, niet zoeten (bitterstoffen met een reflectorische werking via de slijmvliezen van de mond), 2 à 3 tassen /dag warm op te drinken voor de maaltijd als aperitivum, of na de maaltijd als galdrijvend middel.
  • tinctuur: 3x 20 à 40 dr /dag in een beetje water om de bitterwaarde te behouden.
  • infuus van verse toppen (8g) in 1 liter kokend water, nuchter te drinken bij ingewandswormen.
  • gestandaardiseerd absintpoeder (0,2 à 0,38% absinthine en 0,25 à 1,52% essentiële olie, laag gehalte thujon), in combinatie met oa kardemom en mastiekboom bij de ziekte van Crohn.
  • poeder: 3x /dag 1g voor de maaltijd.
  • Droogextract: 2 à 3 x 200 mg /dag voor de maaltijd.
  • Alsemwijn: 30g of een handvol bladeren gedurende een week laten macereren in een liter zoete wijn, filteren en 2x /dag een eetlepel wijn voor de maaltijd.
  • Alsemelexir: 40 g bladeren en bloemen gedurende 5 dagen in 40 ml brandewijn laten macereren. Daarna 1 liter witte wijn toevoegen en nog eens 5 dagen laten staan. Filteren en op fles doen. Een glas voor de maaltijd bij oa gebrek aan eetlust.

 

 

Synergie

 

Met Eletraria Cardomomum (kardemom, zaad) en Pistacia Lentiscus (mastiekboom) bij de ziekte van Crohn.

Met Silybum Marianum (Mariadistel, vrucht), Mentha X Piperita (pepermuntblad), Cnicus Benedictus (gezegende distel, blad), Carum Carvi (karwij, vrucht), Rheum Palmatum (Russische rabarberwortel), respectievelijk 20 alsem met 20/20/20/10/10 bij aandoeningen van de galwegen, 1 klp overgieten met 1 à 2 tassen kokend water, 20 min laten trekken, 3x /dag een tasje heet opdrinken.

Met Mentha X Piperita (pepermuntblad) in een spijsverteringsbevorderende thee, om de galwegen te stimuleren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top