Copyright © 2017 Liber Vitae.
Het materiaal op deze website is zuiver informatief. Doe niet aan zelf-medicatie en raadpleeg altijd een arts of apotheker als je klachten hebt.

Moederkruid (Tanacetum parthenium)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Moederkruid
Moederkruid (Noma Latinus)
Familie > Wilde Planten > Composietenfamilie

Historiek

Moederkruid (crysanthemum parthenium of tanacetum parthenium) is sinds de oudheid in medicinaal gebruik, bij allerlei hormonale problemen, om weeën op te wekken en om kraamvrouwenkoorts te bestrijden, aan welk gebruik het zijn naam ontleend.

Ook de verwijzing naar de (baar)moeder in het Nederlandse Moederkruid en het Duitse Mutterkraut hebben natuurlijk dezelfde reden. Ook de Engelse volksnaam ‘Maid’s weed’ verwijst mogelijks naar de menstruele cyclus.

Parthenos beteken 'jong meisje' of 'maagd'. ‘Parthenium’ was dan ‘een kruid voor maagden, voor meisjes. Crysathemum betekent "goud - bloem" want alleen het 'hart' van de bloemhoofdjes is goudkleurig geel.

Tanacetum is mogelijks afgeleid uit het Grieks afgeleid van 'taanaos' ('lang durend') of ‘athanasia’ ('onsterfelijk') waarschijnlijk verwijzend naar de langdurige bloei en geur van de bloemen.
De bloemen van moederkruid hebben geen therapeutische werking maar geuren sterk. Insekten mijden deze geur waardoor moederkuid ook een natuurlijke insektenbestrijder in tuinen was. Plantenluizen worden er dan weer door aangetrokken zodat moederkruid ook zeer bruikbaar was was in het gezond houden van rozentuinen. Moederkruid werd in de Middeleeuwen ook aangewend om de lucht te zuiveren en ter preventie van levensbedreigende ziekten.

Een andere verklaring, deze keer vanuit het Latijn, is dat Tanacetum komt van 'taenia' ('lintworm') en ‘akestai’ (genezen), omdat de plant werd gebruikt om ingewandswormen te verwijderen. Dit geldt vooral voor Boerewormkruid (Tanacetum vulgare) een plant met eveneens zeer veel bitterstoffen. Die 'verwarring' met Boerewormkruid was er ook al in de  8ste eeuw in de lijst van planten die in de tuinen van Karel de Grote moesten voorkomen (het “Capitulare de villis"). Daar is sprake van een plant die 'Tanazita' wordt genoemd en men verondersteld dat het toch wel om boerenwormkruid gaat.

Dioscorides raadde het kruid al aan bij hete inflammaties en zwellingen, verwijzend naar artritis, ook bij hoofdpijn en allerlei koortsen.

In de Middeleeuwen werd moederkruid ook als hoofdpijnmiddel gekweekt in de kloostertuinen. Verder stond het moederkruid ook als koortswerend en pijnstillend kruid bekend.

Dodoens beveelt in 1554 een afkooksel aan, als een pap of pleister aangebracht op de onderbuik van kraamvrouwen, voor het afdrijven van "nageboorten en de dode vruchten". Ook werd het gebruikt om de bevallingen te bespoedigen en als baarmoeder versterkend en herstellend na de bevalling.

De Engelse naam is trouwens 'Feverfew'. Vooral in Engeland werd het Moederkruid populair door de publicatie van de beroemde herbalist John Gerard ‘Herball’. Hij schreef in 1597 dat moederkruid, ‘gedroogd en verpulverd, twee drachmen vermengd met honing of zoete wijn', 'flegma en zwaarmoedigheid' verdrijft.

Gerard en Parkinson (16 - 17de eeuw) raadden beiden moederkruid aan bij hoofdpijn; omdat de bladeren bitter en onaangenaam van smaak waren adviseerde laatstgenoemde om er een papje van te maken en die op de kruin van het hoofd te leggen. Gerard gebruikte het als remedie tegen vertigo (duizeligheid).

Twee honderd jaar later neemt Dr. Hill, een apotheker uit Covent Garden, de draad weer op in zijn Family Herbal: 'Bij de ergste hoofdpijnen overtreft dit kruid alle andere middelen, verzekert hij'

Verder bij menstruatiepijnen, bij moeilijke bevallingen en nageboorte en bij hysterie (Lewis in 1791, Redwood in 1857, Grieve in 1935). Verder is er melding van toepassingen bij jicht en als algemeen versterkend middel (zoals oa. fenegriek en venkel).

Het kruid werd geplant in tuinen om ziekten en insecten te weren en om de lucht te zuiveren. De verdunde tinctuur op de huid hield insecten af en verzachtte de beten.

Over de oorsprong van het Engelse Feverfew zijn de meningen ook verdeeld: enerzijds wordt verteld dat het verwijst naar de koorstwerende eigenschappen van het kruid, anderzijds wordt het door sommige auteurs beschouwd als een verbastering van Featherfoil (veervormige bladeren) naar Featherfew en vervolgens naar Feverfew.

Door de grote populariteit begonnen dokters klinische onderzoeken te doen, waardoor we steeds meer exacte kennis verkregen over het Moederkruid. Het kruid is dan ook officieel als 'geneesmiddel' in gebruik, preventief, tegen migraine. Deze plant is dan ook een goed voorbeeld van een ouderwets kruid, dat door wetenschappelijk onderzoek uitgegroeid is tot een modern en efficiënt geneesmiddel. Sinds 1978, onder impuls van de Britten Dr Johnson en Mrs Jenkins, terug intensief bestudeerd en vooral bij migraine en reumatische aandoeningen aangeraden.

 

Plantenprofiel

 

De huidige wetenschappelijke benaming van moederkruid is Tanacetum parthenium, waarmee het kruid in hetzelfde plantengeslacht wordt ondergebracht als het boerenwormkruid, Tanacetum vulgare. De plant had in het verleden echter ook andere namen: Linnaeus noemde haar Matricaria parthenium, vanaf het begin van de 19de Eeuw werd dit Chrysanthemum parthenium, en ook Pyrethrum parthenium werd een tijdlang gebruikt.

Overblijvend, doch kortlevend en wintergroen.

  • de plant wordt ruim een halve meter hoog (ts 30 en 90 cm)
  • de wortel is verspreidend en vezelachtig
  • heeft rechtopstaande, gegroefde, wat vierkantige, dicht bijeen gepakte, vertakte harige stengels
  • de bladeren zijn licht behaard, alternerend geplaatst en veerdelig met grote gelobde slippen en een gekartelde rand, ze hebben een ietwat gelig groene kleur
  • de bloemetjes zijn ‘margrietvormig’, en hebben een hartje van gele hermafrodiete buisbloempjes en een krans van vrouwelijke witte lintbloempjes (er komen ook gevuldbloemige varianten voor). Het hele bloemhoofdje bestaat uit een grote aantal kleine bloempjes, ze verschijnen trosgewijs per 5 à 30 op aparte bloemstelen. De bloemhoofdjes zijn anderhalf tot twee centimeter in doorsnede
  • bij rijpheid zijn er bruine vruchtjes met 5 à 10 overlangse witte ribben en een vliezig gekarteld kroontje
  • de plant heeft een doordringende onaangename aromatische geur

 

Het onderscheid tussen beide kruiden is echter niet moeilijk:

  • Kamille heeft veel fijner verdeeld blad, de lintbloempjes zijn meer naar beneden gericht
  • de geur van kamille is veel zoeter en ‘hooiachtiger’ dan de meer kamferachtige geur van moederkruid
  • het hartje van het bloemhoofdje bij Kamille is conisch van vorm, en bij Moederkruid is dit vlak.

 

Er bestaan enkele mooie cultivars:

 

  • Tanacetum parthenium ‘Golden Moss’ is amper 15 cm hoog.
  • Tanacetum parthenium ‘Golden ball’ heeft gele, gevulde bloemhoofdjes en blijft ook klein (tot 25 dm),
  • Tanacetum parthenium ‘Plenum’ heeft witte gevulde bloemhoofdjes, en wordt vaak als snijbloem gekweekt.
  • Tanacetum parthenium ‘Aureum’ met blad dat geler van kleur is dan dat van de soort.
  • Tanacetum Parthenium 'Crispum' met sterker gekruld blad.

 

Deze cultivars zaaien zich minder overvloedig uit dan de soort.

 

Teelt en Oogst

Moederkruid werd vaak in kruidentuinen gekweekt, en is van daaruit verwilderd. Het kruid is nu vrij algemeen!

Het wordt probleemloos opgekweekt uit zaad. Het zaait zichzelf over het algemeen trouwens overvloedig uit. Het is ook mogelijk om goed ontwikkelde planten te scheuren, of om ‘hielstekjes’ te nemen in het vroege voorjaar of in het najaar. (Hielstekjes bekom je door een jong zijtakje zodanig los te snijden dat er nog een klein stukje van de twijg waaruit het ontspringt aan vast blijft zitten.

Scheuren en stekken zijn eigenlijk overbodig omwille van de overvloedige zaadvorming (dit is wel afhankelijk van de grondsoort).

Moederkruid is nauwelijks vatbaar voor ziekten (op beschaduwde plaatsen gevoelig is voor meeldauw). Ze houden insectenplagen op afstand (door de aanwezigheid van pyrethrine) en worden om die reden wel eens aangeplant in de nabijheid van meer gevoelige planten (de kleine witte bloemetjes en het lichtgroen, fijngedeelde blad kan erg goed combineren met rode rozen en hun glanzend donkergroene blad).

De planten worden twee tot drie jaar oud. Verjongen van de aanplant is noodzakelijk.

 

Bloeitijd

 

De bloeitijd strekt zich uit van mei-juni tot eind augustus (soms tot oktober)

 

Voorkomen

 

Moederkruid is een in onze streken winterharde vaste plant uit de familie van de samengesteldbloemigen (composieten, Asteraceae), ze zou afkomstig zijn vanuit de Balkan en Klein-Azië, door de Grieken al vroeg in Zuid-Europa ingevoerd en zich van daaruit noordwaarts over Europa hebben verspreid. Ze is ook in Amerika ingeburgerd. Nu algemeen als medicinale plant en sierkruid gekweekt.

Moederkruid is weinig veeleisend, verdraagt wat schaduw, doet het goed op de meeste gronden en kan tegen wat droogte. Alleen al te vochtige condities zijn funest… Houdt vooral van een goed doorlaatbare voedselrijke grond.

Groeit in het wild bij voorkeur op droge, nitraatrijke bodems nabij huizen en wegen, in hagen, bij muren, op ruderale terreinen en rotsachtige bodems; het liefst in een gematigd of warm klimaat.

Let wel op: de planten worden door schoffelen nogal makkelijk beschadigd, dus wieden doe je rondom Moederkruid best met de hand.

 

Gebruikte delen

 

Herba Tanaceti Parthenii of folium Tanaceti Parthenii: de jonge bladeren, tot 3x geoogst van mei tot november, koel en buiten de invloed van licht te bewaren, eventueel in te vriezen. Langdurige opslag kan echter leiden tot een verlies van 35% parthenoliden in een jaar tijd en tot 50% in 2 jaar!

Minder de bloemknoppen en de gehele plant.

Het kruid is het meest werkzaam kort voor de bloei.

 

Inhoudsstoffen

 

  • inuline
  • pyrethrine
  • hars
  • looistoffen met oa melatonine-tannines
  • bitterstoffen
  • flavonoïden: apigenine, luteolinederivaten,  tanetine (anti-inflammatoir)
  • borneol
  • etherische olie ( 0,5 à 0,9%, rijk aan mono- en sesquiterpenen, vooral L-kampfer en trans-chrysanthylacetaat en alpha-pineen;  als ook de, voor deze plant, typische sesquiterpeenlactone (0,5-2%:  met als hoofdbestanddeel 85% parthenolide)
  • polyine (waarschijnlijk enkel in de verse plant)
  • Mg, Ca, Chroom, zink, mangaan en ijzer
  • vitamine C, bèta-caroteen en niacine

 

Werking

 

Klinisch onderzoek aan de universiteit van Nottingham (1988 Murphy et al.) stelde vast dat moederkruid de ernst en frequentie van migraine-aanvallen vermindert bij 70% van de patiënten.

Hieruit volgen de positieve resultaten bij migraine. Voor de parthenolide werd, bij onderzoek en studie, vastgesteld dat het de gevoeligheid van kankercellen op cytostatica, of chemotherapeutica, mogelijkerwijze kan verhogen.

De sesquiterpeenlactonen (oa parthenolide) werken serotonine-antagonistisch (ze verminderen de vrijzetting van serotonine uit thrombocyten en leucocyten). Met andere woorden Parthenolide lijkt een invloed te hebben als ‘Calcium-entry blocker’ en zou ook tussen komen in de serotonine pathways… Hierdoor zullen bloedvaten gemakkelijker ‘ontkrampen’ en wordt de vrijstelling van serotonine door bloedvaatjes, en prostaglandines door witte bloedcellen gestimuleerd. . Deze effecten zouden de werking van het kruid in het ontstaan van migraine verklaren.

Volgens David Hoffman zou het met name gaan om die vormen van migraine die ook verlicht worden door het lokaal toepassen van warmte (warme compressen) op het hoofd (lokale warmte werkt immers ook bloedvatverwijdend).

Migraineuze hoofdpijn wordt veroorzaakt door het verwijden van de bloedvaten aan de buitenkant van de schedel. Met elke hartslag is er dan pijnscheut. De verwijding van de bloedvaten wordt meestal voorafgegaan door een periode van vasoconstrictie (samentrekken van de bloedvaatjes), en die is verantwoordelijk voor de ‘aura’ die door veel mensen wordt gewaargeworden (dit zijn de lichtflitsen, geluiden of gevoelens die veel migrainepatiënten opmerken vlak voor een aanval). Eén van de chemische stoffen, verantwoordelijk voor het ontstaan van migraine, is serotonine (ook wel het "geluks-hormoon" genoemd en dat een rol speelt bij depressies) dat zorgt voor een verminderde bloedstroom naar het hoofd (dat is dus de aureale fase). Als reactie op die verminderde doorbloeding gaat het lichaam de bloedvaten opnieuw openzetten, en dat is het begin van de kloppende hoofdpijn.

De serotonine die de initiële vasoconstrictie veroorzaakt, wordt vrijgezet door de bloedplaatjes als reactie op andere chemische stoffen.

Moederkruid lijkt op verschillende manieren tussen te komen in dit proces, en de invloed van het sesquiterpene lacton Parthenolide is het best bestudeerd.

Parthenolide verhindert de vrijstelling van serotonine door de bloedplaatjes en ook de vrijstelling van histamine.

Het vermindert de aanmaak van prostaglandines en de secretie van enzymes door een aantal witte bloedcellen waardoor ontstekingsreacties verminderen.

Parthenolide (maar ook andere inhoudstoffen van moederkruid) gaan door hun samengestelde werking de reacties van gladde spiertjes (spieren niet onder invloed van het bewustzijn, dus ook die van de bloedvaatjes) op allerlei chemische stoffen in het lichaam verminderen, en daardoor zal de samentrekking van de bloedvaten waarmee de migraine-aanval begint veel minder zijn, en ook de daaropvolgende verwijding is minder sterk. Bovendien zorgt parthenolide ervoor dat het samenklitten van bloedplaatjes vermindert, en ook dit wordt aanzien als mede oorzakelijk in het ontstaan van migraine (dus een betere "vloeibaarheid" van het bloed)

Verder is het kruid nog antipyretisch, anti-inflammatoir, aperient, bitter en tonisch, carminatief, Emmenagoog, stimulerend en een vermifuge

Uiterlijk aangewend werkt het antiseptisch en als insecticide.

In 1995 werd pas het flavonoÏde TANETINE ontdekt, waarvan kon aangetoond worden dat het onstekingsremmend werkt.

 

Indicaties

 

De plant wordt vaak in kruidtuinen gekweekt als koortswerend middel.

Het best bekend is wellicht het gebruik van moederkruid in de behandeling en vooral de preventie van migraine.

Daarnaast heeft het kruid ook een stimulerende werking op de spijsvertering, en heeft langs die weg, en dus secundair (langs een omweg) invloed op die vormen van migraine die samenhangen met een minder vlotte spijsvertering.

In de volksgeneeskunde wordt het gebruikt om wonden uit te wassen, als omslag bij verrekkingen en zwellingen, mondspoelingen na tand-extractie, allergieën, en vroeger als tegenmiddel bij te veel opiumgebruik.

Het effect van moederkruid op migraine treedt niet onmiddelijk op, je moet Moederkruid gedurende verschillende maanden gebruiken vooraleer het beoogde effect duidelijk wordt, maar sommige bronnen spreken van een doeltreffendheid bij 80% van de migraine patiënten.

Commerciële moederkruid-preparaten zouden echter in de preventie van migraine weinig effect hebben, tenzij ze gemaakt zijn op basis van het gevriesdroogde, en niet gewoon gedroogd moederkruid: het is met name het verse kruid dat werkzaam is. Vaak wordt daarom aangeraden om dagelijks twee tot drie verse blaadjes van het kruid te eten. (In de winter kan je overigens van ingevroren blaadjes gebruik maken.)

Een onderzoek gepubliceerd in Planta Medica (59:20-5, 1993) wees zelfs uit dat het effect op de bloedvaten van vers en van gevriesdroogd Moederkruid inderdaad vaatverwijdend is, doch dat gedroogd moederkruid wellicht eerder samentrekking van bloedvaatjes kan veroorzaken.

De preciese werking van de inhoudstoffen van Moederkruid in het voorkomen van migraine is nog lang niet opgelost. Eerder integendeel: sommige studies lijken aan te tonen dat het parthinolide, waarvan de werking zonet beschreven is, wellicht toch slechts een geringe rol speelt in het totale effect, en dat andere, en wellicht nog onbekende stoffen ook een rol spelen. In dit verband wordt tegenwoordig ook Tanetine, een flavonoïde, een rol zou spelen. Meest waarschijnlijk is het uiteindelijke effect het gevolg van een synergie, wat betekent dat het totale effect van de inhoudstoffen van het totale kruid groter is dan je op basis van de afzonderlijke effecten van de verschillende stoffen zou verwachten. (Het geheel dat groter is dan de som van de delen.)

De eerder genoemde stoffen Serotonine en prostaglandine spelen wellicht ook een rol bij het ontstaan van reumatoïde artritis. Meest effectief zou het kruid zijn in de acute fazen van de ziekte.

De eerder genoemde prostaglandines hebben nog andere effecten. Sommige moeders weten wellicht dat een bevalling die wat lang op zich laat wachten soms opgewekt wordt door het inbrengen van een paar tabletten in de vagina (prostaglandine-bevattende tabletten). Moederkruid kan het samentrekken van de baarmoeder stimuleren (wat verklaart dat het kruid gedurende het overige deel van de zwangerschap niet gebruikt mag worden!). Het kruid vindt ook zijn toepassing bij een verstoorde menstruele cyclus, bij pre-menstruele klachten en bij dysmenorrhee (pijnlijke menstratie).

Andere toepassingen die soms beschreven worden: bij duizeligheid en oorsuizen (aandoeningen die veroorzaakt kunnen worden door verstoringen in de bloedtoevoer naar het binnenoor)

Hoofdpijn en migraine: preventief en ondersteunend gebruik, vooral wanneer deze veroorzaakt wordt door allergieën, vaatspasmen, vaatvernauwingen in het hoofd of hormonaal onevenwicht bij de vrouw.

Regelmatige inname over een langere tijd doet bij velen de migraine-aanvallen in frequentie en intensiteit afnemen, vermindert aanzienlijk misselijkheid en braken, vermindert de overgevoeligheid aan licht en lawaai, …

 

Contra-indicaties

 

Moederkruid wordt bij voorkeur niet gebruikt:

 

  • tijdens de zwangerschap (ook niet bij zogende moeders)
  • bij kinderen jonger dan 5 jaar
  • voor een tandheelkundige of chirurgische ingreep (14 dagen stoppen)
  • bij personen met actieve bloedingen (zoals maag- of darmbloeding)
  • langer dan 4 à 6 maanden na elkaar, zonder tussenpauze
  • bij gekende alergieën

 

 

Bijwerkingen

 

  • het verse kruid is het meest effectief (zie hoger), maar bevat ook een substantie die het mondslijmvlies zodanig kunnen irriteren, dat kleine aftjes kunnen ontstaan. Soms wordt daarom aangeraden om de blaadjes in een bolletje broodkruim te kneden en zo op te eten. Het lijkt in elk geval het best om ze bij de maaltijd op te eten.
  • zelden spijsverteringsklachten (oprispingen, misselijkheid, winderigheid, diarree, constipatie), hartkloppingen en abdominale pijnen
  • er is een soort ontwenningssyndroom beschreven (Past-Feverfew-syndrome) met spanningshoofdpijn, slapeloosheid, zenuwachtigheid, vermoeidheid, pijnlijke stijfheid van de gewrichten ==> niet bruusk stoppen met de inname, maar stilaan afbouwen!
  • het kruid kan de werking van voorbehoedsmiddelen (de pil) beïnvloeden!!

 

Interacties

 

 

  • Wanneer je bloedverdunnende medicijnen (wees ook voorzichtig in combinatie met bepaalde bloedverdunnende kruiden, vitamine E of omega's) neemt, combineer je die ook best niet met moederkruid.
  • Voedingssuplementen en vitaminen niet tegelijkertijd met dit kruid innemen, want het kan de absorptie ervan verminderen!

 

 

Doseringen

 

De doseringsaanbevelingen liggen tussen 50 à 1200 mg bladpoeder, met een equivalent van 0,2 - 0,6 mg Parthenolide. Door klinisch onderzoek heeft men de dosis bepaald op 50 mg droogkruid / dag

 

  • gedroogd blad gestandariseerd op 0,2% parthenolide, ter preventie van migraine: 100 à 250 mg/dag; bij reumatoïde artritis en ontstekingen: 3x 250mg/dag
  • gedroogd blad gestandariseerd op minimum 0,2% parthenolide, in capsules of tabletten: 10mg/kg/dag gedurende drie weken op een maand preventief
  • fijngemalen totaalpoeder van de bloemknoppen, gestandaardiseerd op 0,2% parthenolide: 3x / dag 1 capsule à 260 mg bij de maaltijd in te nemen met een glas water
  • verse, jonge, gekneusde bladeren, ter preventie van migraine: 2 à 4 bladeren eten /dag gedurende 2 maand eventueel versnipperd in een salade of tussen een stukje brood

 

Infuus wordt zelden van het enkelvoudige kruid gemaakt (te bitter) maar in een complex van gelijkaardig werkende kruiden om de baarmoeder te herstellen na een bevalling, om te herstellen na ziekte, om koorts te verdrijven en menstruatie te bevorderen.

Vloeibaar extract: 4 à 8 ml /dag

Tinctuur van het verse kruid voor de bloei: 3 x 30 druppels per dag in een glas water, gedurende 3 weken. Bij opkomende migraine: 5 tot 10 druppels elk half uur.

Pas na 1 maand kan je de werking beoordelen; minstens 3 maanden nemen. Af en toe onderbreken. Klinische studies in Duitsland hebben een positief effect weergegeven na 4 maanden inname van het partheniumextract. In 50% van de gevallen waren zowel de symptomen als de intensiteit van de migraine significant vermindert evenals de begeleidende symptomen als nausea, braken, lichtschuwheid en duizeligheid.

CULINAIR: het bittere blad wordt aperitieven en digestieven te aromatiseren, het jonge blad kan ook in salades verwerkt worden, verder nog bij vlees, vette sauzen en omeletten.

ECONOMISCH BELANG: moederkruid, evenals boerenwormkruid, kan in zakjes tussen het linnen gelegd worden als insectenwerend middel en tegen motten. Als snijbloem en in potpouri doet ze het goed!

 

Synergie

 

 

  • Bij hoofdpijn of preventief: als thee kan 20 g van het kruid, met andere evenwaardige kruiden in een mengeling, gedronken worden met bvb 20 g van moerasspirea, citroenmelisse, pepermuntblad en 10g van oranjebloesem en lieve-vrouw-bedstro, van deze samenstelling (100 g) drinkt men dagelijks 1 à 3 koppen, 1 klp overgoten met heet water en 10 min laten trekken (afgedekt).
  • Met gember bij spijsverteringsklachten te wijten aan de hoofdpijn.
  • Met valeriaan of slaapmutsje tegen stress hoofdpijnen en spierspanningen
  • Met haver, ter ontspanning
  • Met middelste theunisbloem (olie) bij premenstruele migraine
  • Met gember en vrouwenmantel bij menstruatiepijnen
  • Met St Janskruid bij migrainetoestanden gepaard met prikkelbaarheid en depressie, tegen innerlijke onrust en spanningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top