Smalle weegbree (Plantago Lanceolata L.)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Smalleweegbree
Smalle weegbree (Plantago Lanceolata L.)
Familie > Wilde Planten > Weegbreefamilie

Historiek

De geschiedenis van de smalle weegbree is sterk gelijklopend met dat van de grote weegbree. Ook worden aan dit kruid in grote lijnen dezelfde eigenschappen en toepassingsgebieden als zijn grote broer toegekend, weliswaar in minder sterke vorm.

De plantago 'lanceolata' kreeg zijn naam door zijn puntige bladeren, die deden denken aan de speer die in Jezus zijde gestoken werd, toen hij gekruisigd werd. Daarom symboliseert deze plant het Lijden van Christus.

Het kruid werd 12000 jaar geleden al gebruikt als voedselbron in Kurdistan, zo bewijzen archeologische vondsten.

Grote weegbree (Plantago major) werd door de Angelsaksen als een belangrijk genezend kruid gezien. Plinius beweerde zelfs “dat stukken vlees die samen met de weegbree in een pot werden gedaan weer aan elkaar zouden groeien”. Weegbree stond vroeger vooral bekend als kalmerend oogwater, wondgeneesmiddel en als eerste hulp middel bij bijensteken, beten van wilde dieren, allerlei huidaandoeningen en huidirritatie door aanraking van brandnetels. Mensen persten het sap uit de bladeren, hetgeen enige verzachting gaf.

Pelgrims gebruikten de bladeren bij verstuikingen en kleine ongemakken. Noord-Amerikaanse indianen gebruikten het bij slangenbeten en maalden de zaden om er meel van te maken (indian wheat). 

Hildegarde Von Bingen raadde weegbree oa aan bij beten van giftige spinnen en andere insekten, bij gezwollen klieren.

Paracelsus gaf aan dat volgens de signatuurleer de sterke nervatuur van de smalle weegbree wijst op een werking op het zenuwstelsel.

Dodoens raadde weegbree aan bij: slecht helende wonden en verzweringen, het sap bij oorpijn en vermoeide ogen, de wortel te kauwen bij tandpijn, nier- en leverproblemen.

Ook bij aandoeningen van de luchtwegen deed deze plant meer en meer zijn intrede; Künzle gebruikte het bij hoest en heesheid.

Zigeuners verkochten zelfgemaakte weegbreezalf tegen allerlei problemen.

In oude tijden kende men aan weegbree allerlei magische eigenschappen toe. Zo bestond het gezegde dat drie wortels van de plant een kwaal genezen, vier wortels een andere aandoening laten verdwijnen en zes wortels (om de hals gehangen) nog een andere ziekte genezen.

Omdat het een algemene en nederige plant is, werd hij door Italiaanse Renaissanceschilders veelal afgebeeld op schilderijen die de Nederigheid van Maria of van de Heilige Familie verbeeldden. de weegbree heeft ook nog eens exact 7 bladeren, waardoor dit plantje ook nog eens de 7 Gaven van de Heilige Geest kon symboliseren.

Het beroemde "Isenheimer retabel" (te bezichtigen in Colmar) uit 1515 is een must voor alle plantenliefhebbers want het legt een duidelijk zichtbare getuigenis af van de geneeskrachtige kruiden van die tijd. Het retabel bevat 15 verschillende kruiden die als geneeskrachtige kruiden bij de behandeling van het Sint-Antoniusvuur gebruikt werden. De smalle weegbree komt 2x voor en de grote weegbree eenmaal.

Kruidenkenner Gerard had hier maling aan en noemde het “een belachelijke grap”.

Tijdens de oorlogen deden weegbree bladeren dienst als noodvoedsel in salades; soms werd de plant als veevoeder aangewend.

Toch schrijven Chinese genezers weegbree nog steeds voor bij de meest uiteenlopende kwalen, variërend van urineweginfecties tot oogbindvliesontsteking. In het Westen passen natuurgenezers weegbree bladeren toe ter verlichting van droge hoest, ter verzachting van urineweginfecties en slijmvliesontstekingen van darmen of luchtwegen.

 

Plantenprofiel

Weegbree zou willen zeggen "wat zich aan de weg breed maakt" omwille van de vindplaats van deze plant langs de wegen. Verschillende namen verwijzen naar de nerven van het blad zoals hondsribbe, rippenkraut, aderblad. Plantago zou dan weer afgeleid zijn van het Latijnse "planta pedis" (voetzool) en "ago" (gelijkend op): dit slaat op de vorm van de bladeren van de grote weegbree, volgens sommige bronnen werd het blad gebruikt om in primitief of onaangepast schoeisel te leggen voor een beter comfort van de voeten.

De onopvallende meeldraden en helmknoppen zijn eerst wit, later worden deze bruin. Vandaag de dag is weegbree vooral goed te bestuderen wanneer men in de file staat: de bermen van snelwegen staan vol weegbreesoorten! Tegenwoordig passen deskundigen weegbree niet meer bij voetklachten toe.

  • Smalle weegbree is een winterharde plant.
  • Tweejarige of overblijvende, zeer taaie plant met een korte wortelstok en talrijke haarwortels.
  • Heeft een wortelrozet van rechtopstaande, spits toelopende, lancetvormige, parallelnervige bladeren, met 3 tot 7 uitgesproken nerven
  • Dunne gootvormige steel
  • Bovenaan zijn de bladeren donkergroen, onderaan lichter en zijdeachtig behaard
  • De zachtbehaarde, rechtopstaande, gegroefde en niet vertakte bloeistengel wordt nog langer dan de bladeren
  • De bloeistengel draagt bovenaan een aar met bruinachtige kelkbladeren, kleine doorschijnende, lichtgroene bloemen en helderwitte geveerde meeldraden die ver uit de bloemkroon steken
  • De bloemen doen zich voor als een ring die geleidelijk van onder naar boven verschuift
  • Na de bloei verschijnen in aren geplaatste doosvruchten met 2 à 3 donkerbruine ovale zaden

 

Bloeitijd

 Van mei tot september

 

Voorkomen

Is inheems in Europa en West-, Noord- en Centraal-Azië tot aan de Himalaya en in Noord-Afrika; ingevoerd in Noord-Amerika en andere gematigde gebieden. In het wild komt de plant voor op zonnige, open plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond. We vinden hem terug op dijken, grazige duinvalleien, oevers, braakliggende grond, akkers, bermen, plantsoenen, tussen stoeptegels en niet te zwaar bemest hooiland.

In zijn nabije omgeving vindt men ook andere soorten zoals de ruige weegbree en de breedbladige weegbree.

Hij houdt van een goed doorlatende, vochtige, neutrale tot basische, matig humusrijke, zandige grond in de zon of halfschaduw. Zeer verspreid en welig groeiend op graslanden, vruchtbare braakgronden, landwegen en wegbermen, ook tussen straatstenen, op paden, binnenkoeren, langs spoorwegbermen en tussen puin.

Verdraagt armere grond dan de grote weegbree, die meer op rijkere grond voorkomt. Kan minder tegen betreding dan grote weegbree.

In sommige landen kweekt men op grote schaal verschillende weegbreesoorten voor farmaceutische doeleinden. 

 

Gebruikte delen

Herba Plantaginis Lanceolatae: het gehele kruid of Folium Plantaginis Lanceolatae: de jonge bladeren

Minder: Semen Plantaginis Lanceolatae: de zaden (om de laxerende werking)

Zelden: Radix Plantaginis Lanceolatae: de wortel (uigegraven in de herfst) 

Smalle weegbree wordt kort voor de bloei, zonder de bloemetjes, geoogst. Voor medicinale toepassing worden de 20 – 30 cm lange, smalle blaadjes in gekweekte vorm gebruikt.

Medicinaal worden de bladeren het meest gebruikt, meestal in de vorm van thee, tinctuur of kompres. 

 

Inhoudsstoffen

Dit geneeskrachtige kruid heeft vooral ontstekingsremmende, prikkelverlichtende, antibacteriële, bloedstelpende, adstringerende en wondhelingsbevorderende eigenschappen.

Werkzame bestanddelen:

  • Iridoïden als aucubine (0.5-1.6%), aucubinederivaten en aucuboside, asperuloside, catalpol
  • flavonoïden als apigenine, luteoline, scutellarine en baicaleïne
  • kiezelzuur (1.35%)
  • slijmstoffen (6 à 7%): polysacchariden rijk aan oa D-galactose
  • looistoffen (4-6.5%)
  • bitterstof
  • mineralen: vnml K en zn verder nog ca, S, Si, Fe, Mn
  • saponinen, allantoïne, choline, tryptofaan, vette oliën (10-20%)
  • enzymen als invertase, emulsine, diastase
  • triterpeen en fenolzuren als salicylzuur, benzoëzuur, fumarinezuur, chlorogeenzuur en neochlorogeenzuur
  • vit C, vit K, carotenoïden
  • cumarines: aesculetine
  • chlorofyl, fosforzuur, suikers, pectine, glucose, xylose, rhamnose, saccharose

ZADEN:

  • slijmstoffen: tot 30%
  • vetzuren: linolzuur, oleïnezuur
  • eiwit
  • choline

Het zwellingsgetal is hier echter een stuk kleiner dan bij Plantago Ovata (Ispaghula) en Plantago Afra (vlozaad).

Werkingsmechanisme:
Aan Plantago kent men diuretische en haemostyptische eigenschappen toe, ook verder ter behandeling van cystitis met hematurie en bloedende, jeukende hemorroïden. Dierstudies wezen uit dat hydrofiele bladextracten werkzaam zijn als bronchodilatator. Tevens  bloeddrukverlagende eigenschappen bij dieren met een normale tensie.

Vervolgonderzoek met hydrofiele bladextracten toonde aan dat deze extracten ontstekingsremmend werken en de bloedvaten van de kleine capillairen versterken. Bladextracten versnellen de wondgenezing bij dieren. Deskundigen schrijven zowel de ontstekingsremmende als de wondgenezingsbevorderende werking van bladextracten toe aan de hoge concentratie chlorogeenzuur en neochlorogeenzuur.

Auteurs halen herhaaldelijk de antibiotische eigenschappen aan. Vermoedelijk spelen werkzame bestanddelen als aucubine en haemolytische saponinen hier een belangrijke rol in. Vooral extracten bereid uit jonge bladeren hebben krachtige antibacteriële eigenschappen, onder andere tegen stafylokokkus aureus, streptokokkus betahaemolyticus en bacillus subtillus. Aucubine bezit hepatoprotectieve eigenschappen (in dierstudies).

Humane studies bewezen de effectiviteit van Plantago bij de behandeling van chronische (astmatische) bronchitis.
Opvallend zijn zowel subjectieve- als objectieve verbeteringen van symptomen welke onderzoekers constateerden bij patiënten met verkoudheid of griep en die zij behandelden met weegbree bladextracten.

Uit een onderzoek waarbij wetenschappers een combinatieproduct toepasten van weegbree, agrimonie, kamille, pepermunt en sint-janskruid bleek dat deze combinatie de pijn verminderde bij patiënten met chronische maagdarmontstekingen. Na de behandeling wees onderzoek uit dat eerder geconstateerde erosie van het maagslijmvlies en andere slijmvliesbeschadigingen waren verdwenen.
 

Werking

Smalle weegbree is zeer actief werkzaam tegen allerlei ziekteverwekkers zoals strepto- en stafylokokken, die voor ellende kunnen zorgen in de luchtwegen. De thee en de tinctuur worden dan ook gebruikt bij (chronisch) hoesten, bronchitis, astma en kinkhoest => tonicum voor de luchtwegen (verzachtend, antibacterieel, ontstekingswerend, samentrekkend); tonicum voor de slijmvliezen van maag en darm; mild vochtafdrijvend.

Smalle weegbree is eveneens een goed wondkruid bij snij- en steekwonden. Het is zeer bloedstelpend en desinfecterend, dus ook van nut bij kleine zweertjes. Uitwendig kan men de gekneusde bladeren als een kompres op wonden plaatsen, maar ook een doek gedrenkt in de thee of verdunde tinctuur werkt zeer goed als kompres=> bloedstelpend, ontsmettend, verzachtend, samentrekkend, helend.

Zeer bekend is de werking van smalle weegbree bij brandnetelprikken: snel met het gekneusde blad over de pijnlijke plekken wrijven en de pijn en de jeuk is zeer snel verdwenen. Het werkt net zo goed bij insectenbeten, maar dan kan men beter de eerder genoemde kompressen toepassen. 

De zaden kunnen worden geweld in een half glas koud water. Na twee uur kan het water ongezeefd worden gedronken als middel tegen lichte diarree.
  

Indicaties

INWENDIG:

Het Kruid:

  • bronchitis (luchtweginfecties vooral in de acute fase met een hoestprikkel en rauw gevoel en met droge taaie slijmen), droge nerveuze hoest, verkoudheden, allergische bronchitis
  • herstel van de longen na longziekten, sinusitis, lanryngitis (ev met heesheid), angina, keelpijn, faryngitis, middenoorontsteking, adjuvans bij astma
  • hooikoorts, chronische verkoudheden
  • maag- en darmontstekingen (ook van slijmvliezen), diarree, spastisch colon
  • urineweginfecties met pijnlijk urineren, nierontsteking
  • overdreven menstrueel bloedverlies, adjuvans bij inwendige bloedingen

Het zaad of zaaddoppen:

  • constipatie
  • aambeien, anale fissuren
  • als een zachtere consistentie van de stoelgang gewenst is

UITWENDIG:

  • insectenbeten, schaafwonden, bloedende wonden, slecht helende wonden, zweren
  • jeukende huidaandoeningen, eczeem, acné, puistjes, allergische huidaandoeningen, psoriasis, dermatitis --> gekneusde bladeren, zalf, lotion, ...
  • keelontsteking, amandelontsteking, mondslijmvlies- en tandvleesontsteking --> gorgelen en spoelen
  • middenoorontsteking --> 1 à 2 dr tinctuur of sap
  • lichte oogontsteking of irritatie door bvb rook, zeewater, zwembaden, oogbelasting --> oogbaden
  • ooglidrandontsteking
  • kloven, aderspatzweren
  • aambeien, zona, gordelroos --> gekneusd blad, cataplasma, omslagen, kruidenbrij, sap, lotions
  • witverlies --> spoelen

De grote weegbree (Plantago Major) heeft nagenoeg dezelfde, zij het minder krachtige, werking; is wel meer diuretisch en wordt ook meer bij aandoeningen van de urinewegen aangeraden!

 

Contra-indicaties

  • Excessief gebruik kan laxerend en/ of bloeddrukverlagend werken.
  • Gebruik tijdens de zwangerschap of lactatieperiode wordt ontraden daar weegbree de uteruscontracties versterkt.
     

Bijwerkingen

  • Incidenteel kan aanraking van de plant contactdermatitis veroorzaken.
  • De groene delen van de plant bevatten een mosterdolieachtige component welke genoemde irritatie kan oproepen.
  • Aucuboside kan na overdreven orale inname gastro-enteritis en centraal deprimerende effecten hebben.
  • Bepaalde hooikoortslijders kunnen allergisch zijn aan weegbreestuifmeel.
  • De zaden van de plant kunnen eveneens overgevoeligheidsreacties teweeg brengen.
  • Smalle weegbree is een veilig toe te passen kruid, ook voor kinderen en ouderen.
  • De smalle weegbree is niet giftig en mag gegeven worden aan knaagdieren of konijnen.

 

Interacties

  • mogelijke interacties van het zaad met cholesterolverlagende medicijnen, het zaad kan het effect ervan vergroten
  • door een versnelde darmtransit is er mogelijk een verminderde opname en/of een versnelde uitscheiding van oraal ingenomen medicijnen en voedingssuplementen
  • met medicatie die bloedverdunnend werkt zoals coumarines, aspirines, ontstekingsremmers (NSAID'S)

 

Doseringen

In- en uitwendig:

Warme infusen en vooral decocten hebben minder antibiotische activiteit omdat het beta-glycosidase, dat moet zorgen voor de actieve vorm van aucubigenine, door de verhitting minder actief wordt. De beste preparaten zijn dan ook de tincturen, verse extracten en sappen.

De aangewezen gemiddelde dagdosis bedraagt het equivalent van 3 à 6 g kruid.

  • moedertinctuur: inwendig bij hoest, bronchitis, keelpijn, sinusitis... 3x 30 dr /dag; bij oorontsteking: 1 à 2 dr op een watje in het oor 2x /dag; bij tandvleesontsteking: 25 dr in een mondbad en spoelen
  • vers sap, verdund als gorgelmiddel of spoelmiddel bij ontstekingen van mond en keelholte; lokaal toegepast bij insectenbeten, wonden, aambeien
  • blad, gestandaardiseerd op 0,4% aucuboside: 3x /dag 200 à 400 mg
  • fijngemalen, onder lage temperatuur, totaalpoeder, gestandaardiseerd op 0,4% aucuboside: 3x /dag 1 caps voor de maaltijd innemen met een glas water; mag opgevoerd worden tot 6 caps per dag
  • vers blad, brijomslagen van licht geplet blad of sap ervan: op insectenbeten, jeukende huid, allergische uitslag, schaafwonden, etterende wonden
  • vloeibaar extract (1:1): 3 à 4 x /dag 1,4 ml
  • zalf: wondhelend, ontstekingswerend: met 10% poeder van blad
  • siroop van perssap ingedikt met honing of suiker
  • afkooksel/maceraat: inwendig bij keel- en longaandoeningen; uitwendig voor spoelingen en oogbaden: 30 à 60 g blad in 1 L water even laten opkoken en afzetten, een nacht laten macereren, in de loop van de volgende dag opdrinken
  • infuus: 1,5 à 4 gr of 3 à 4 thlps kruid per tas heet water, 10' laten trekken, zeven; bij mycose (schimmelinfecties) in de mond: 3 spl per tas heet water
  • kort afkooksel uitwendig: 50 g blad op 1L water, even laten opkoken, 20 gr per keer

Cosmetisch gebruik:

Het slijmhoudende sap wordt vooral in cosmetische producten zoals crèmes en lotions verwerkt.

In haarprodukten is het vooral effectief tegen hardnekkige roos en schilferige hoofdhuid.

Culinair gebruik:

Het jonge blad (vrij bitter en wat taai) kan gebruikt worden in salades, sausen, soepen en als spinazie bereid worden. Het zaad kan worden gekookt of gemalen door meel voor brood en gebak worden vermengd.

  

Synergie

Enkele voorbeelden:

  • met venkelzaad in een expectorerend mengsel bij hoest
  • met tijm (kruid) bij bronchitis, droge kuchhoest, allergische hoest en verkoudheid
  • met grove den (knoppen) bij hoest met slijmen
  • met groot kaasjeskruid (bloemen) bij laryngitis en schorre keel
  • met goudsbloem en toorts (bloemen) in oordruppels
  • met driekleurig viooltje (kruid) bij allergische gezichts- en hoofduitslag, eczeem, allergische bronchitis
  • met teunisbloemolie bij eczeem, ontstoken huid
  • met grote brandnetel (kruid) bij jeuk door allergie

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top