Smeerwortel (Symphytum officinale L.)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Smeerwortel
Smeerwortel (Symphytum officinale L.)
Familie > Wilde Planten > Ruwbladigen

Historiek

Als je aan het blad van een smeerwortel (Symphytum officinale) voelt weet je meteen dat deze in de familie van de ruwbladigen thuishoort. Ook al insinueert men al eens dat de naam komt van het smerig zijn van de zwarte, en voor medicinale doeleinden veel gebruikte wortel, het is vooral het gebruik van de wortel waaran de plant zijn naam te danken heeft: als smeersel (zalf) om de gewrichten te smeren,  en ook omdat er zoveel smeer (slijmstof) in de plant aanwezig is.

De officiële Latijnse naam Symphytum verwijst naar de werking van de smeer wortel op het beenderstelsel ter genezing van botbreuken. Ook in oude kruidenboeken zoals het Antidotarium Nicolai wordt hij Simfitum of Walwortel genoemd. Bij genezing van botbreuken ontstaat er een verdikking op de plaats waar het bot zich herstelt (callusvorming), een soort wal, verhoging dus. Mogelijk vandaar Waelwortel.

De wetenschappelijke naam symphytum is afgeleid uit het Grieks sym – phyteuoo, wat je zou kunnen vertalen als ‘ik doe tesamen groeien’. De Nederlandse naam vloeit voort uit de bereiding van smeerwortel: de plant bevat veel slijmstoffen waardoor de papjes die van de wortel worden bereid, er erg slijmerig en ‘smerig’ uitzien.

Smeerwortel is een plant die al eeuwenlang gebruikt werd als medicinaal kruid, doch de laatste jaren wat in onbruik raakte, zeker wat betreft het inwendig gebruik omwille van zijn gehalte aan pyrozylidine alkaloïden.

Een van de oudste geschriften waar de smeerwortel vernoemd word is de Pseudo-Apuleius (4de eeuw ) en wel onder de naam Confirma, ook hier weer een verwijzing naar vastmaken, bevestigen, confirmeren. Apuleius noemt gedroogde plantendelen in wijn als middel bij hevige menstruatie.

Oude Griekse bronnen maakten al melding van een gunstige invloed op onder meer de heling van wonden, en had de plant al de goede reputatie dat ze beenbreuken en wondranden weer aaneen kon laten groeien. Ook de Romeinen kenden de plant als prima middel bij breuken en wonden. Zo schreef Plinius de Oudere, in zijn Naturalis Historica, ook de smeerwortel.: “de wortels bevatten zoveel kleefstoffen dat ze in stukken gehakt vlees aaneensmeden; en als smeerwortel wordt gekookt tot een massa of het blad wordt gekneusd en de massa als pleister op een wonde wordt gelegd, zal hij alle vleeswonden genezen”.
Zo waren in het verleden smeerwortelbaden populair vóór de huwelijksnacht, omdat ze een gescheurd maagdenvlies zouden kunnen helen.

Bij Hildegard van Bingen lezen we ‘Consolida’, een naam die nu ook nog wel eens gebruikt word, de Franse naam is  Consoude en de Italiaanse Consolida maggiore, van souder, lassen of aan mekaar maken. Ook het Duitse ‘Beinwell’ en het Engelse ‘Boneset’ verwijzen naar zijn genezende werking bij botbreuken.

Dodoens vat dit allemaals samen in zijn 'Cruydt-boeck':

'Dit cruyt heet in Griecx Symphyton, ende Symphyton mega. In Latijn Symphytum magnum en Solidago. In die Apoteke Consolida maior. In Hoochduytsch Walwurtz/ Schmerwurtz/ Schwartwurtz/ Schantzwurtz/ Beinwellen. In Neerduytsch Waelwortel. In Franchois Consyre'.

En over de medicinale werking heeft hij zoals gewoonlijk een mooi verhaal in petto:

'Die selve wortele ghestooten heylt ende gheneest alle versche wonden gelijck een plaester daer op gheleyt/ ende es soo seer heylsaem dat zy met eenen huspot oft andere stucken van vleesch ghesoden/ die stucken al tsamen aen een doet wassen'.

Nicholas Culpeper (17de Eeuw) was verrukt over de smeerwortel en schreef over het verschijnsel dat stukken vlees die in een pan werden gekookt, weer aaneen groeiden toen er smeerwortel werd aan toegevoegd. (zie het geschrift van Plinius de Oudere).
Hij schreef verder dat smeerwortelzalf doeltreffend was bij – door sterke melkproductie – pijnlijke borsten. Overigens was het lange tijd gebruikelijk om bij tepelkloven een stukje uitgeholde wortel op de tepel te leggen.

Smeerwortelbaden waren zeer populair vóór de huwelijksnacht , omdat ze een gescheurd maagdenvlies zouden kunnen helen.

 

Plantenprofiel

Deze, in heel Europa voorkomende, winterharde vaste plant wordt 50 tot 80 cm hoog en is volledig overdekt met korte, stugge haartjes.

De plant wordt 40-100 cm hoog met van mei tot augustus witte, roze of paarse, dicht opeen in een hangende tros gegroepeerde bloemen. De bloemen zijn klokvormig, 2-4 cm groot. De kelkbladen zijn spits, en 1/3 van de buisvormige, vergroeide kroonbladen.

De plant heeft een forse, rechtopstaande , vierkantige en vertakte stengel die van binnen hol en van buiten ruw behaard is. De bladeren zijn dik, donkergroen, sappig , gerimpeld en ruw behaard. De vorm is spitsuitlopend of lancetvormig. Onderaan zijn ze gesteeld en staan ze in een wortelrozet. Hoger loopt het blad door in de steel.

Het wortelblad is het grootst, dit kan 25 cm lang zijn. De hogere bladeren zijn gevleugeld langs de stengel, dat wil zeggen: het blad loopt door langs de stengel tot het vorige blad. De bladeren zijn aan de onderzijde geaderd.

De ronde, holle stengels zijn vertakt. De bebladerde stengels zijn bedekt met borstelige haartjes die jeuk kunnen veroorzaken. 

De wortel is van buiten zwart, van binnen wit. De wortelstok, die medicinaal het meest werd gebruikt, is vertakt en de afzonderlijke delen zijn vlezig, vezelig en spoelvormig, diepzwarte, soms vertakte, met slijmoverdekt ( tot 50 cm lang), die bij doorsnede cremekleurig en kleverig van consistentie is. Hij smaakt zoet, iets samentrekkend en heeft geen geur.

 

Bloeitijd

 Van mei tot augustus vertoont deze plant klokvormige bloemen die in eindstandige, omgebogen bijschermen staan (hangen). Ze kunnen bloeien in gradaties van wit naar paars.

De plant is lastig te plukken. Je hebt meer kans dat je plant aan de basis afrukt dan de stengel halverwege afbreekt. De haren prikken in je handen en de stengel gaat wel stuk waarbij sap en slijm vrijkomt maar breekt niet af. Vroeg in het voorjaar gaat het makkelijker.

  

Voorkomen

De Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) is een vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).

S. officinale groeit in het wild in Groot-Brittannie (en ook in Nederland en België)) op vochtige gronden. De plant houdt van vochtige tot natte, vruchtbare (klei)grond in de halfschaduw of zon.

Maar veel van de Smeerwortel die wordt geteeld en die langs wegkanten groeit, is meestal S. x uplandicum, een natuurlijk voorkomende hybride tussen S. asperrimum en S. officinale.
S. asperrimum werd vanuit Rusland geïntroduceerd in Europa als tuin – en voedselplant voor vee. In de context van de huidige discussie over de giftigheid van deze plant is het interessant om te weten, dat Smeerwortel in Engeland blijkbaar al vanaf de jaren veertig van de 19de eeuw als veevoer werd gezien. 
 
Symphytum officinale en S. x uplandicum zijn erg gelijk en hun nakomelingen zijn vruchtbaar.
Deze soort is in België en Nederland een algemeen voorkomende plant in bermen, op dijken en bij slootkanten. Dit geldt voor geheel Europa met uitzondering van het hooggebergte. De plant is in Noord-Amerika ingevoerd en verwilderd.

S. officinale is kleiner, minder borstelig en heeft gevleugelde bladribben die ieder blad verbinden aan de bladverbinding daaronder. S. x uplandicum heeft smallere vleugels die de vorige bladverbinding niet bereiken. De zaden van de S. officinale zijn glanzend en bij de S. x uplandicum zijn ze dof.

Andere namen zijn; suikerwortel, lijmwortel en consolida.

Goede groenbemester doordat de plant zo rijk is aan mineralen.

Gewone smeerwortel wordt vaak bezocht door hommels. Vaak bijt de hommel aan de achterkant van de bloem een gaatje om bij de nectar te komen. Jac.P. Thijsse noemde dit "diefstal na inbraak".

  

Gebruikte delen

De wortel van smeerwortel wordt geoogst in voor- of najaar, wanneer zijn gehalte aan allantoïne het hoogst is. Na de oogst wordt de wortel in schijfjes gesneden, of overlangs in repen, en vervolgens bij matige warmte gedroogd.

 

Inhoudsstoffen

  • Slijmstoffen (29%)
  • Allantoïne (0,9-0,85) ( van januari tot maart)
  • Aminozuren (1-3%): Asparagine en Choline
  • Looistoffen (4-6,5%)
  • Vitamine B12, Vitamine C, Vitamine A
  • Mineralen: Silicium, Calcium, Ijzer, Fosfor
  • Chlorogeen
  • Koffiezuur 
  • Inuline
  • Etherische olie
  • Gom hars 
  • Lithospermzuur
  • Alkaloïden (pijnstillend en verlammend op het zenuwstelsel): Pyrrolizidine, Consolidine, Symphytoglossine, Consolicine, Symphytine, Echimidine...
  • Choline

 

Werking

Smeerwortel heeft wondhelende, slijmvormende en adstringerende eigenschappen. Het in de plant aanwezige allantoïne prikkelt beschadigd weefsel tot het vormen van nieuw granulatieweefsel en stimuleert ook de celdeling. Het gebruik van smeerwortel bij allerhande verwondingen en zweren vindt hierin zijn verklaring.

Eigenschappen uitwendig:

  • wondhelend, huid- en slijmvliesherstellend
  • verzachtend, samentrekkend
  • bloedstelpend
  • ontstekingswerend (door oa roosmarijnzuur en andere fenolzuren)
  • beschermt tegen de zon
  • regenereert beschadigd bindweefsel en kraakbeen (stimuleert de fibroblasten of bindweefselvormende cellen, en de chondroblasten of kraakbeenvormende cellen), bevordert de callusvorming en dus de heling van botbreuken (stimuleert de osteoblasten of beenvormende cellen) door het allantoïne dat diep door de weefsels dringt en de groei van kraakbeen, bindweefsel en botweefsel stimuleert

Smeerwortel wordt hoofdzakelijk uitwendig gebruikt, en dat zowel bij de behandeling van kneuzingen, chronische aandoeningen van gewrichten, als bij ontstoken spataders.
Sedert enkele jaren wordt in heel wat landen de verkoop van smeerwortelpreparaten voor inwendig gebruik verboden of aan strenge beperkingen onderworpen. Reden is het feit dat het gebruik van grote hoeveelheden risico’s op leverbeschadiging met zich mee kan brengen.

Signatuur :

De beharing van de stengel en het blad geeft aan dat het werkzaam is op huid haren en slijmvliezen.

De hoekige stengel duidt op stevigheid en weerstand.

De kleur van de bloemetjes geeft aan dat ze verkoelend werkt bij koorts en ontstekingen. Dat ze hun kopjes laten hangen is analoog aan de depressieve mens.

Cosmetisch:

Tegenwoordig wordt het geïsoleerde allantoïne, wegens de celdelingbevorderende werking, veel gebruikt in crèmes, zalven en lotions, voor een soepele en strakke huid, in shampoo en in zepen.

Culinair:

  • in Engeland wordt smeerwortel al lang als spinazie gegeten
  • jonge blaadjes rauw in salades

Opgelet: niet al te vaak en in niet al te grote porties eten, alhoewel de bladeren veel minder PA'S bevatten dan de wortel!

Economisch:

- Het werd vroeger als veevoedergewas voor varkens, koeien (meer melkproduktie) en renpaarden gekweekt.

- Door zijn proteïne-rijkdom ook goed als grondverbeteraar, als groenbemester (voor tomaten, bonen en aardappelen) en compost.

- Het helpt composthopen sneller verteren.

 

Indicaties

UITWENDIG:

  • Slechthelende wonden
  • Artritis
  • Sportblessures
  • Ulcus cruris
  • Fantoompijnen
  • Botbreuken
  • Fracturen
  • Luxaties, contusies
  • Beschadiging van de tussenwervelschijven
  • Sudeck-syndroom (of algoneurodystrofie is een pijnlijke gewrichtsaandoening, veroorzaakt door een verstoring in de bloedtoevoer naar de getroffen lidmaat. Meestal zijn de handen, polsen, schouders of voeten het doelwit van de ziekte)
  • Periostitis (beenvliesontsteking)
  • Reuma
  • Artrose
  • Spierontstekingen
  • hematomen
  • Verharde klieren
  • Verharde borstklieren, tepelkloven
  • Anale kloven
  • Aangezichtspijnen
  • Insectenbeten

INWENDIG:

  • Gastritis
  • Maagzweer, maagbloeding, maagkrampen
  • Krampstillende bij diarree, darmzweren, darmontstekingen, darmbloedingen
  • Pijnstillend
  • Astma
  • Chronische bronchitis, hoest, prikkelhoest, slijmophoping, sinusitis
  • zwakke botten en algemene zwakte, osteoporose
  • artritis, artrose en jicht; kraakbeenletsels
  • klierontstekingen en slechte afvoer van gifstoffen

Bij inwendig gebruik is er een omstreden mening dat de PA'S, de alkaloïden,  hepatotoxisch, mutageen en carcinegeen zouden kunnen werken. Dit is omstreden omdat de resultaten zijn verkregen na toediening van hoge geïsoleerde doseringen.

 

Contra-indicatie

v  Inwendig gebruik niet langer dan 3 weken of helemaal niet tenzij alkaloïdenvrije preparaten.

v  Zwangerschap en lactatie periode (inwendig en uitwendig gebruik)

v Bij leveraandoeningen of leverbeschadiging

 

Bijwerkingen

Iwendig gebruik:

Er wordt helemaal afgestapt van het inwendig gebruik van smeerwortel. Er bestaat nml een controverse rond de  pyrrolizidine-alkaloïden (PA'S). Een beperkte groep van deze stoffen vertoont een toxiciteit in vitro en in vivo in hoge doseringen (en geïsoleerd toegediend) bij dieren; ze zouden subacuut en chronisch hepatotoxisch zijn en zo leiden tot leverbeschadiging, levercirrhose en op termijn leverkanker veroorzaken bij dieren.

Bij de mens werden er geen acute vergiftigingen vastgesteld of beschreven nochthans zou langdurige inname, een veno-occlusief syndroom kunnen veroorzaken (waarbij de centrale aders worden afgeklemd door omgevende bindweefselvorming) met een zwelling van de lever, vocht in de buikholte (ascites), buikpijn en verlies van eetlust tot gevolg.

Uitwendig gebruik:

Er zijn hier geen gevaren als de dagelijkse aangewende dosis niet wordt overschreden en als de duur van de behandeling niet langer dan 4 à 6 weken bedraagt.

Bij overmatig lokaal gebruik, op grote oppervlakten en voor een langere periode, zou er gevaar bestaan op buikpijn, verminderde eetlust en een abnormale vermoeidheid.

Sommige auteurs gaan evenwel nog verder en raden aan de gewone smeerwortel preparaten alleen op een intacte huid aan te brengen want bij een beschadigde huid zou de kans op resorptie van de alkaloïden te groot zijn. Deze preparaten kunnen de huid bij gewoon gebruik ook licht irriteren zodat deze eerst beschermd dient te worden met bvb olijf- of goudsbloemolie.  

 

Interacties

Er zijn geen interacties bekend met reguliere medicijnen.

Volgens sommige bronnen worden Eucalyptus Globulus en smeerwortel best niet tegelijk gebruikt, ook niet uitwendig, want eucalyptus zou de afbraak van de alkaloïden in het lichaam verminderen zodat de kans op nevenwerkingen vergroot. 

 

Doseringen

INWENDIG:

De tinctuur Symphytum wordt gemaakt van de verse wortel, de zalf ook. Zalven en andere uitwendige preparaten zouden het best een equivalent van 5 à 20% van de wortel moeten bevatten (dagelijks niet meer dan 100 mcg PA'S met een 1,2 onverzadigde necine-tructuur)

Dosering :

  • Blaadjes en de wortel kan je gebruiken om thee van te zetten (deze gegevens zijn informatief aangezien het beter is dit kruid niet inwendig te gebruiken: 20 à 30 g wortel op 1 L warm water, niet koken (anders is er verlies van de looi- en slijmstoffen), een nachtje laten trekken, zeven en 1 tas na elke maaltijd drinken)
  • Moedertinctuur : 3x daags 15 druppels (inwendig indien nodig)
  • Het is een goed kruid in mengsels voor luchtwegen en slijmvliezen.

Typologie :

Smeerwortel past bij de een moedeloos, depressief type mens, die gebukt gaat onder de lasten van het leven en de neiging heeft om krom te lopen. Hij kan weinig vorm geven aan het leven.

UITWENDIG:

Ø  Wortel kan je raspen om als papje te gebruiken bij botbreuken.

Ø  Moedertinctuur; uitwendig onverdund bij dichte huid, bij open wonden gebruik je 40 dr op een 1\2 liter water; op omslagen, compressen: 1 deel tinctuur op 5 delen gekookt en afgekoeld water;

Ø  Zalf, crème en lotions met 10% tinctuur of met 5 tot 20% geplette/geraspte wortel, geperst wortelsap of gedroogd kruid: bij kneuzingen, verrekkingen, peesontstekingen, striemen, littekenweefsel, huidproblemen, spierpijnen.

Ø  Kruidenpap, in omslagen of tussen een compres: bij simpele beenbarstjes (zonder gips), flebitis, kloven, brandwonden, aderspatzweren, kneuzingen en hematomen: pasta van vers geraspte wortel of een papje van droog wortelpoeder met water en eventueel wat maceraat van goudsbloem.

Ø  Infuus: bij luxatie, gewrichtsklachten, wonden, brandwonden...: 150 g op 1 L water, min 4 uur laten trekken

Ø  Afkooksel: 100 à 150 g op 1 L water, 15' laten koken, afkoelen en zeven

Ø  in Perubalsem bij kloven

Ø  Medicinale olie

Ø  Kruidbad: 5 à 20% gedroogd kruid /bad 

 

Synergie

  •  met Arnica Montana (Valkruid, bloemen) bij hematomen, kneuzingen en verzwikkingen
  • met Calendula Off. (tuingoudsbloem, bloemen): bij allerlei huidproblemen zoals kloven en slecht genezende wonden
  • met de EO van Rosmarinus Off. (roosmarijn, blad) of Lavendula Off. (bloemen): bij reumatische pijnen: 2 à 5 dr EO op 10 ml smeerwortelolie

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top