Groot kaasjeskruid (Malva Silvestris L.)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Groot Kaasjeskruid
Groot Kaasjeskruid (Malva Silvestris L.)
Familie > Wilde Planten > Kaasjeskruidfamilie

Historiek

Groot- en klein kaasjeskruid zijn vaste planten uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae), een grote, economisch belangrijke familie met o.a. producten als cacao, katoen en de kolanoot.

Malva is afgeleid werd van het Hebreeuwse woord 'malluah' = saladeachtige groente. De Nederlandse naam kaas is afgeleid van de vruchtvorm, die iets van een Goudse kaas wegheeft. De naam staat ook voor "zacht" en verwijst naar de slijmstoffen, en "sylvestris" betekent "uit het bos".

Het zou al in de ijstijd gebruikt zijn! In "Ostra" (Oost-Duitsland) heeft men zaadjes uit die tijd terug gevonden.

De Bijbel citeert deze plant: Mozes zou thee van Malva gegeven hebben aan koortslijders en wordt het vermeld als voedsel in tijden van hongersnood.

Rond de 8ste eeuw v. Chr. Werd kaasjeskruid als groente gegeten door zowel de Egyptenaren als de Armeniërs en de Syriërs. Ook de Romeinen aten de plant bijna in zijn geheel. Zij aten het zaad, kookten de bladeren als kool en aten ze als voedzame groente. Het werd als medicinale plant gekweekt en als "panacee" gebruikt (middel tegen allerlei kwalen).

Tijdens de Romeinse tijd vermeldde Plinius de Oudere het dagelijks gebruik van een glaasje malvasap als bescherming tegen alle ziekten, ook bij de steek van een bij of een schorpioen. Bij bevallingen raadde hij aan om kaasjeskruidbladeren onder de kramende vrouw te leggen om de geboorte te versnellen.

Bij de Grieken beschouwden de volgelingen van Pythagoras de plant als heilig omdat de bloem zich naar de zon keert. Pythagoras adviseerde de plant ook om de geslachtsdrift tegen te gaan en als middel om de maag en het brein te reinigen.

Dioscorides zag kaasjeskruid als een tegengif voor verschillende vergiftigingen en heilzaam bij baarmoederklachten. Hippocrates gebruikte het dan weer bij wondverzorging van soldaten en inwendig als versterkend middel.

Karel de grote (Capitulare de Villis) liet kaasjeskruid verplicht aanplanten op al zijn domeinen.

In de Middeleeuwen werd het kruid als ‘omnimorbia’ beschouwd: goed tegen alle ziekten of een allesgenezend kruid. Men gebruikte de hele plant, maar de wortels bevatten echter de meest heilzame eigenschappen. In water gekookt verkreeg men een aftreksel dat diuretisch werkte, heilzaam bij nieraandoeningen en urineretentie, de schadelijke vochten in de ingewanden verdreef, evenals gal en nierstenen. Men zoette het met siroop van viooltjes en gebruikte het ook bij pijnlijk urineren, blaasontsteking (evenals een jam van de bloemen of een siroop van het sap). Van de verse of gedroogde bladeren, werd ook samen met andere kruiden, een aftreksel gemaakt dat men gebruikte als klysma (vooral in de 15de en 16de eeuw).

In Engeland raadde Nicolas Culpeper het aan bij longziekten, wespensteken en bevallingen. Bij inwendig gebruik heeft kaasjeskruid een verzachtende werking op de bronchiale slijmvliezen, dus bij hoest, bronchitis, heesheid, laryngitis en angina. Een alternatieve hypothese voor de afleiding van de naam Malva is trouwens dat het afgeleid is van het Oudgriekse woord 'malassoo' = verzachten.

Kreeg ook in het Italië van de 16de eeuw als "omniorbia" het predicaat van "middel tegen alle kwalen".

Werd in de volksgeneeskunde vaak gebruikt in plaats van het krachtiger heemst (bevat meer slijmstoffen).

In de Verenigde Staten werd het kaasjeskruid beschouwd als slijmbevattend kruid en daarom voorgeschreven in infusies als verzachtend middel bij hoest en verkoudheid, aandoeningen van de luchtwegen, bij diarree, nier- en blaasaandoeningen.

 

Plantenprofiel

Opgepast: niet te verwarren met de Hibiscus Sabdariffa, die als "malva-thee" verkocht worden. Deze behoren wel tot dezelfde familie als wilde malve, maar bezitten geen hoeststillende eigenschappen, wel laxerende (door de vruchtzuren).

Behoort tot de familie van de MALVACEAE of kaasjeskruidfamilie.

  • winterharde, meerjarige plant, die zich graag gedraagt als een tweejarige
  • heeft een vlezige penwortel
  • rechtopgaande of liggende, forse, tot 1,5 meter groot wordende plant
  • licht behaarde stengels, die zich aan de voet straalgewijze vertakken (maar verderop nauwelijks)
  • draagt grote gesteelde, ronde tot hartvormige, 3 tot 7 lobbige bladeren (helgroen tot donkergroen)
  • de afgeronde lobben van het behaarde blad hebben een getande rand
  • vanop een steel uit de bladoksels, bloeit de plant met prachtige licht tot paarsroze bloemen met 5 kroonbladeren die donkerpaarse nerven vertonen (er bestaan cultivars met witte tot blauwe en donkerpaarse bloemen)
  • aan de top zijn de kroonblaadjes uitgerand, aan de basis versmald
  • de vruchtjes zijn ronde, aan weerszijden uitgeholde, schijfvormige afgeplatte "kaasjes"; ze verdelen zich als ze rijp zijn in 9 tot 11 delen

 

Bloeitijd

Van mei tot oktober

 

Voorkomen

Inheems in Europa, Noord-Afrika en Zuid-West Azië; later ingevoerd in Noord-Amerika en nu overal verwilderd in gematigde en tropische gebieden. Er bestaan heel mooie kweekvariëteiten met grotere bloemen en een grotere sierwaarde (bvb de Malva Sylvestris subsp. Mauritiana, deze wordt voor de therapeutische werking van de bloemen graag gebruikt; voor dezelfde therapeutische werking van de bladeren kan ook de verwante Malva Neglecta gebruikt worden).

Groot- en klein kaasjeskruid (Malva Sylvestris en Malva Neglecta)

  • Houdt van een zonnige of deels beschaduwde, goed doorlaatbare grond
  • gedijt het best op stikstofrijke, humusrijke grond (vermijdt zure gronden)
  • wordt veel aangetroffen langs dijken, op braakliggend bouwland, ruderale terreinen (ruïnes, puin, stortplaatsen)
  • bij boerderijen, wegranden, akkers, langs fietspaden, heggen, langs muren en weilanden.

 

Gebruikte delen

Vooral de FLOS MALVAE, de bloemen: bij voorkeur van subsp. Mauritiana, geoogst in de zomer

Eventueel de FOLIUM MALVAE, de bladeren: geoogst in de lente

Zelden de RHIZOMA MALVAE, de wortel: geoogst in de vroege lente of herfst

 

Inhoudsstoffen

Bloemen:

  • slijmstoffen (gem. 10% tot 16%): met als bouwstenen: D-galactose, L-rhamnose, arabinose, D-galacturonzuur, glucose
  • anthocyanen (7% op drooggewicht), de malvidine-glucosiden
  • leucanthocyanen (< 0,1%)
  • looistoffen, beperkt
  • flavonoïden
  • alcoholoplosbare laxerende substanties
  • etherische olie
  • vitamine A, B, C
Bladeren:
  • slijmstoffen (gem. 8%) van een ongekende structuur, met als bouwstenen: arabinose, glucose, rhamnose, galactose, galacturonzuur
  • looistoffen (beperkt)
  • flavonoïdsulfaten

 

Werking

 

  1. demilcens, emolliens, mucilaginosum (verzachtend) op de slijmvliezen van de luchtwegen (de slijmstoffen leggen een beschermende laag op de ontstoken slijmvliezen, waardoor het rauwe gevoel vermindert, de prikkel of kriebelhoest afneemt en waaronder het slijmvlies zich kan herstellen
  2. verzachtend op de slijmvliezen van het spijsverteringsstelsel
  3. mild adstringerend (samentrekkend)
  4. verzachtend op de slijmvliezen van de urinewegen, matig diuretisch (vochtafdrijvend); licht bacteriostatisch oa tegen E. Coli
  5. laxerend (oa door de slijmstoffen maar vooral door de alcoholoplosbare stoffen)
  6. verzachtend en mild samentrekkend op geïriteerde slijmvliezen (oa door anthocyanen)
  7. mild ontstekingsweren (oa door de anthocyanen)
  8. verzachtend, prikkelmilderend en uitrijpend op de huid
Kaasjeskruid wordt dikwijls meer uitwendig gebruikt terwijl heemst meer slijmstoffen bevat en inwendig gebruikt wordt, maar men kan ze beiden gebruiken!

 

Indicaties

 

  • acute bronchitis, hoest, droge hoest, prikkelhoest, kinkhoest
  • laryngitis (strottenhoofdontsteking), en heesheid, angina en faryngitis (amandelontsteking, keelpijn), rauwe keel, verkoudheden en griepale toestanden
  • gastro-enteritis (maag-darm slijmvliesontstekingen), gastritis (maagwandontsteking), refluxoesofagitis bij hiatus hernia (slokdarmontsteking door opstijgend maagzuur ten gevolge van een maagbreuk), pyrosis (brandend maagzuur)
  • diarree (door irritatie), enteritis (darmontsteking), dysenterie (infectieuse diarree), entero-colitis
  • preventie van zweren van maag en darmen
  • proclitis (ontsteking van de endeldarm==> clysma's)
  • cystitis (blaasontsteking) en pijnlijk urineren
  • constipatie (vnml bij kinderen); chronische constipatie, spastisch colon met factor constipatie
  • stomatitis (mondslijmvliesontsteking), gingivitis (tandvleesontsteking), aften (mondzweertjes), tandabcessen ==> mondwater, gorgelmiddel
  • aambeien, insectenbeten kneuzingen ==> zalven en crèmes
  • conjunctivitis (oogbindvliesontsteking) ==> oogbaden
  • uitrijpen en verzachten van abcessen, verzweringen, furonkels (steenpuisten); om de huid te verzachten en soepel te houden
  • bij eczemen, huiduitslag en insectenbeten

 

Contra-indicaties

Er zijn geen gekende contra-indicaties

 

Bijwerkingen

Geen acute of chronische toxische bijwerkingen

Bij culinair gebruik van de bladeren best geen planten gebruiken die op een kunstmatig bemeste bodem staan, omdat deze dan een hoger nitratengehalte hebben

Uitwendige gebruik remt wondheling af (het verse blad werkt hyperglycemiërend)

 

Interacties

Geen interacties met medicijnen bekend.

 

Doseringen

Bloemen:

De aangewezen gemiddelde dagdosis van de bloemen bedraagt het equivalent van 5 g;

 

  • infuus, inwendig gebruik: 1,5 à 2 g of 2 theelepels fijngesneden bloemen, per tas koud water en na 30' tot enkele uurtjes trekken, licht opwarmen, 10' trekken, zeven en meerdere tassen /dag drinken
  • infuus voor mondspoelingen: 1,5% warm infuus; voor oogbindvliesontsteking: &,5% warm infuus met op voorhand afgekookt water
  • afkooksel, als gorgeldrank, op verzachtende omslagen: 5% afkooksel; 50 g bloemen /liter water
  • poeder (15% gomslijm): 3x /dag 150 à 300 mg tot een max van 2 g
  • fijngemalen (onder lage temperatuur) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 7% slijmstoffen: 3x :dag 1 capsule à 250 mg tijdens de maaltijd met een glas water in te nemen, mag eventueel opgedreven worden tot 5 capsules /dag
  • moedertinctuur (niet zo efficiënt ivm slijmstoffen): 3x /dag 40 dr, of opgelost in water als gorgelmiddel
  • vloeibaar extract: 1 koffielepel in een thee, 2x /dag
  • het sap van de bloemen (voor de huid)
Bladeren:

 

 

Synergie

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top