Grote brandnetel (Urtica Dioica L.)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Grote brandnetel
Grote brandnetel (Urtica Dioica L.)
Familie > Wilde Planten > Brandnetelfamilie

Historiek

Hoewel brandnetel bij een groot deel van de mensen niet goed bekend staat, is het een uiterst waardevolle plant die op veel verschillende manieren kan worden toegepast. En dat wisten onze voorouders al heel lang.

Hippocrates beschreef reeds de urinedrijvende eigenschappen en de voedende waarde van brandnetel.

De Romein Plinius noemde de grote brandnetel Urtica. Dit woord is afgeleid van het Latijnse "urere", wat 'branden' betekent. Romeinse soldaten zouden de soort "Urtica pilulifera" mee naar het noorden hebben genomen. Volgens sommigen sloegen de Romeinse soldaten zichzelf met dit kruid warm. Dit is op zich niet zo gek, want de in de brandnetels aanwezige inhoudstof histamine zetten de bloedvaten open. Meer waarschijnlijk echter, stampten ze de plant fijn in olie en wreven zich ermee in. De plant komt nog altijd voor bij Romeinse ruines in Noord-Europa. De Engelse benaming voor deze soort is ook is Roman nettle.

Dioscorides beval de grote brandnetel aan bij tal van ongemakken oa kankerachtige verzweringen, verrekkingen en hondebeten.

Brandnetels werden in de klassieke kruidengeneeskunde op waarde geschat. Theophrastus (ca. 372- ca. 305 v. Chr.) gaf al de raad om de bladeren van de Brandnetel te eten bij bepaalde kwalen. 

Plinius de Oudere, schrijft hetzelfde over de plant, en noemt Olijfolie als middel tegen de jeuk veroorzaakt door de brandharen. Brandnetelzaad werd veel gebruikt in middelen tegen vergiftiging door Dollekervel en Bilzekruid, schimmels en kwikzilver. Ook een toepassing als voorjaarskuur en als afrodisiacum werd in die tijd beschreven.

In de middeleeuwen gebruikt in voorjaarskuren om zijn bloedzuiverende werking bij reumatische klachten en in "liefdespotions" en rituelen die een rol speelden doorheen de geschiedenis. Hildegard von Bingen had ook een hoge dunk van de Brandnetel: "Gekookte jonge, verse netels zijn een nuttig maal voor de mens, omdat ze de maag reinigen en een teveel aan slijm verwijderen". Zij zag in het "netelvuur", bij de prik van deze plant, het liefdesvuur en schreef er een afrodisiërende werking aan toe.  

Dodoens beschreef de vochtafdrijvende werking en schreef de Brandnetel eveneens bij tal van kwalen voor, bijvoorbeeld bij een moeilijke stoelgang, uitblijvende menstruatie, zwellingen aan de huig, de beet van dolle honden, kankerachtige zweren etc.

Middeleeuwse monniken gebruikte de brandnetel ook wel als boetewerktuig. Deze vorm van boetedoening werd later een manier om reuma, jicht en andere gewrichtsaandoeningen te genezen. Verder werd het kruid algemeen gebruikt bij verkoudheid, gezwellen en zweren en als middel tegen allerlei vergifitigingen van paddestoelen, kwikzilver en tegen de beten van slangen en schorpioenen.

Hoewel het kruid een goede vezelbron is, zag men het vroeger vooral als een waardevol middel tegen scheurbuik en ook als middel tegen niergruis en andere aandoeningen van de urinewegen. Brandnetel zit namelijk vol vitaminen en mineralen. Het kruid vond zijn weg in soep, pap, pudding en zelfs in brandnetelbier.

Ook in het volksgeloof was brandnetel een belangrijke plant. Planten met brandharen, stekels en doornen, hebben immers altijd een belangrijke rol gespeeld in de folklore. Deze planten werden als antidemonisch middel beschouwd en werden aan stallen en huizen gehangen om ze te beschermen tegen het kwaad. Zo ook de brandnetel

Bij de Germanen was de Brandnetel verder ook nog gewijd aan Thor/Donar, de God van de Donder, Vruchtbaarheid en Huwelijk, maar ook van de Oorlog (zie Mars).

Plinius de oudere schreef dat de plant moest gegeten wordt om een heel jaar gezond te blijven.

Brandnetels moeten bij voorkeur op bepaalde heilige dagen geplukt worden zoals het Germaanse Joelfeest, het Lentefeest, het Midzomerfeest, het Oogstfeest etc.  Na de kerstening werd dit dan Kerstmis-Nieuwjaarsdag-Driekoningen resp. Pasen-Pinksteren, het Sint-Jansfeest op 24 juni, Maria Hemelvaart op 15 augustus enz...

Ook werd de Brandnetel gebruikt om voorspellingen te doen. De urine van een zieke werd bijvoorbeeld over Brandnetels gegoten, of er werden Brandnetels onder het ziekbed gelegd, bleven de planten fris dan zou de zieke het overleven, als het kruid verwelkte dan zou de zieke sterven. Ook werd de Brandnetel gebruikt om de controleren of een meisje nog maagd was, men liet haar urineren over een bos Brandnetels, als de plant verdorde, was het meisje geen maagd meer.

In de amazone wordt een infectie bedekt met verschillende brandnetels. Deze prikkels zetten de pijn die door de ontsteking is ontstaan om in de pijn die ietwat vriendelijker aanvoelt. In het oude gesproken Quechua wordt brandneteluitgesproken als "brenshumie", hetgeen betekent "god van de prikkels".

Voordat in Europa katoen werd ingevoerd, werden de stugge 'bast' vezels van de brandnetel gebruikt voor het weven van stoffen. Dit werd door Hans Christian Andersen vereeuwigd in het sprookje van de prinses en de 11 zwanen: de mantels die zij voor hen moest maken, maakte ze van brandnetels. Tot in de 19de eeuw gebruikte men brandnetels om textiel van te maken, het zogenaamde neteldoek, dat zeer sterk en duurzaam is, vergelijkbaar met linnen of hennepvezels, in Nederland gebeurde dat vooral in Friesland. Ook vandaag de dag wordt er nog steeds neteldoek van gemaakt en worden brandnetels ook nog gebruikt bij de productie van papier.

Tijdens de wereldoorlogen was het een goede bron van viamine C.

Verder kan men uit brandnetel een prachtige groene resp. gele verfstof winnen door de bladeren resp. de stengels te koken met zout of pekel.

Wat de naam Urtica dioica betreft verwijst het eerste deel zoals gezegd naar het prikkende karakter van de plant. De soortnaam dioica betekent tweehuizig en verwijst naar de scheiding van de mannelijke en vrouwelijke planten. De Nederlandse naam is afkomstig uit het Angelsaksisch en afgeleid van het woord "noedl" of naald.

In tegenstelling tot het gebruik van het kruid, is het gebruik van de wortel -bij prostaatklachten- nog vrij recent (omstreeks 1980).

 

Plantenprofiel

  • winterharde overblijvende plant, die 30 cm tot 1,5 meter hoog wordt en onbeperkt groeit in de breedte
  • sterk ontwikkelde, ondergronds kruipende, sterk vertakkende, taaie, gele wortelstokken, waardoor ze hele oppervlakten bezet
  • ter hoogte van de knopen ontspringen dunne, draderige wortelhaartjes
  • de stengels zijn groen tot purper aangelopen, rechtopstaand, onvertakt, vierkantig en borstelig behaard
  • gesteelde, kruiselings geplaatste, eironde tot langwerpige, grof gezaagde en behaarde bladeren
  • de onderzijde van het blad is donsachtig behaard
  • op de bladstengel en het blad draagt de brandnetel haardunne, holle, stijve brandhaartjes die bij contact afbreken en een branderige sensatie veroorzaken, gevolgd door rood ontstoken, gezwollen, jeukende plekken (netelroos of urticaria vnml door het mierezuur en histamine)
  • de hangende, tot 10 cm lange bloeiwijzen, zijn okselstandige trosjes van kleine groene bloempjes
  • deze trosjes zijn vrouwelijk of mannelijk (tweehuizig), dat wil zeggen dat er afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke planten zijn.
  • de vrouwelijke bloemen leveren eivormige, geelbruine dopvruchtjes met 1 zaad

De brandnetel is een windbestuiver. De bloeiwijze van de mannelijke en de vrouwelijke plant verschillen van elkaar. De mannelijke planten hebben kortere zijtakken. De zijtakken van de vrouwelijke planten gaan na de bevruchting enigszins hangen.

Een verrassend verschijnsel is het plotseling openspringen van de mannelijke bloemen, waarbij de helmhokjes het stuifmeel in een wolk omhoog schieten. De bloei is van juni tot de herfst. Op de plant komen zowel gewone haren als brandharen voor.

De grote brandnetel is van de kleine brandnetel (Urtica urens) te onderscheiden aan de meestal grotere hoogte. De kleine brandnetel bereikt een lengte van maximaal 50 cm. De stoffen in de brandharen van de kleine brandnetel worden beschreven als de pijnlijkste van de twee soorten. Een ander onderscheid is dat de kleine brandnetel een penwortel heeft.

Ecologie
De grote brandnetel is waardplant van onder andere de (dagvlinders); distelvlinder, atalanta, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia en landkaartje en de (nachtvlinders); brandnetelmotje, Anania fuscalis, Udea prunalis en netelmot.

De grote brandnetel is een indicator voor stikstof en verstoorde gronden (bv. ontwatering)

 

Bloeitijd

 juni - oktober

 

Voorkomen

Inheems in Afrika en West-Azië; nu terug te vinden in alle gematigde streken van Afrika, Azië, Noord- en Zuid- Amerika, Europa, Australië en op bergtoppen in de tropen.

Houdt van halfschaduw, vocht en beschutting, een grond rijk aan nitraten en organische meststoffen (nitrofiel). Daardoor dikwijls voorkomend op landbouwgronden, tuinen, moestuinen of composthopen; verder in voedselrijke bossen, nabij tuinafval en afvalplaatsen, op ruderale plekken, in hagen en op braakliggende gronden. Tot op een hoogte van 2400 meter.

Voor hetzelfde fytotherapeutisch gebruik kan ook beroep gedaan worden op Urtica Urens L. (kleine brandnetel) of van hun hybriden.

 

Gebruikte delen

Herba urticae: het bovengrondse kruid of de bladeren van de bloeiende plant, zowel de grote als kleine brandnetel kunnen worden gebruikt.

Radix urticae: de wortel geoogst in de herfst.

 

Inhoudsstoffen

Het kruid:

  • phenolcarbonzuren waaronder caffeoylappelzuur en caffeoylchinazuur (effect op de prostaglandinesynthese)
  • amines: acetylcholine (2%), histamine (3%), serotonine (0,02%), choline
  • mierezuur en azijnzuur (in de brandharen)
  • vitamines: beta-caroteen en andere carotenoïden als xanthofyllen, vit C, vit B1, B2, B5, choline en foliumzuur (B9), vit E, vit K
  • mineralen (tot 20%): vnml Fe, Si, Ca,  en K-zouten, verder nog boron, natrium, koper, magnesium, zink, zwavel, mangaan, chroom, nitraten...
  • chlorofyl a en b (veel aanwezig)
  • fenolzuur
  • organische zuren: oxaalzuur, citroenzuur
  • looistoffen (tannines)
  • glucokinine (secretine)
  • eiwitten, essentiële aminozuren en enzymen
  • flavonoïden: glucosiden en rutinosiden (oa quercetine en kamferol)
  • triterpenen
  • sterolen
  • lignanen: met een fyto-hormonale werking
  • verder nog: lecithine, slijmstoffen, feruleenzuur, betaïne, vezels

De wortel:

  • fytosterolen en glycosiden: vrij beta-sitosterol (0,2 à 1%)
  • vetzuren: vnml hydroxyvetzuren
  • polysacchariden (neutrale en zure)
  • lectine (0,1 à 2%): oa de UDA, urtica dioica agglutinine, een N-acetylspecifiek lectine, bestaande uit minstens 11 isolectines (plantaardige lectines zijn koolhydraat-bindende eiwitten die primair zijn geïdentificeerd door hun hemagglutinerend activiteit; Lectines kunnen verschillende stofwisselingsprocessen beïnvloeden, zoals de celdeling, de ribosomale eiwitsynthese, de agglutinatie van cellen  (hemagglutininen))
  • fenylpropanen: homovanillyalcohol en het glucoside ervan
  • triterpenen: oleanolzuur, ursolzuur
  • lignanen
  • coumarines oa scopoletine
  • verder nog: ceramiden, polyfenolen, looistoffen, monoterpeendiolen (vrij en glycosidisch verbonden)

 

Werking

 Uit het Cruijdeboeck van Dodoens (16de eeuw):

Cracht en werckinghe:

  • Tsaet van den Roomschen Netelen met huenich ghemenght/ ende dickwils gheleckt suyvert die borste/ van alle taye fluymen ende andere vervuylde vochticheden ende es midts dyen goet tseghen die corticheyt van den adem/ kieckhoest/ sweeringhen der longhene ende veroudert pleuresis.
  • Tselve saet met sueten wijn ghedroncken verweckt den mensche tot byslapen/ ende es goet tseghen die opblasinghe ende winden der maghen.
  • Tsaet van den selven Roomschen Netelen met Meede een half vierendeel loots swaer naer den eten tsavonts ghedroncken doet lichtelijcken overgheven als Plinius scrijft.
  • Die bladeren van Netelen met Mosschelen ghesoden ende gedroncken maecken saechten camerganck/ ende doen wel urine ende water maken.
  • Die bladeren van alle Netelen in water ghesoden/ ende daer af met Myrrha ghedroncken doet den vrouwen huer natuerlijcke cranckheyt comen. Tselve doet oock het saet met sueten wijn ghedroncken.
  • Tsap van den bladeren in den mont ghenomen ende ghegorgelt es seer goet voor den huych ende die swillinghe van dat lelleken.
  • Die bladeren van Netelen ghestooten ende met sout vermenght/ sijn goet gheleyt op die beet van dulle verwoede honden/ op groote quade sweeren gelijck op den Cancker ende dijerghelijcke stinckende ende vuyle sweeringhen/ ende op alderhande ghezwel/ als bloetsweeren ende sweeren by den ooren ende dijerghelijcke.
  • Die bladeren van Netelen met een salve van olie en was ghemenght ghenesen die herde milten daer op gheleyt.
  • Die bladeren van Netelen ghestooten ende op die nuese ende tvoorhooft gheleyt stelpen dat bloyen uut die nuese/ ende in die nuese ghesteken verwecken zy dat bloeyen.
  • Van den bladeren van Netelen met Myrrha ghestooten een Pessus ghemaeckt ende in die moeder ghedaen doet den vrouwen huer natuerlijcke cranckheyt comen.

 Overige:

Uit een kruidenboek van 1754:

Van den Steel kunnen draden als van Hennip en zelfs als van Vlas gewonnen worden, waar van ik gelukkige Proeven, die in ons Vaderland genomen zyn, gezien heb. In Noordlyke Landen, waar zy 6 en 8 voeten hoog groeit, wordt 'er zeker soort van Neteldoek van gemaakt. Hiertoe worden zy afgesneden, als de onderste bladen zwart worden; daar na geroot, tot de draden ligt geel worden; de grote stelen met een houten hamer geklopt; de tengere als Vlas gebraakt. Ook hier van Papier te maken: (Bulliard) door Scheffer hier van een Papiermonster gegeven.

Het wateragtig aftreksel der Plant verwt Linnen zonder eenig toevoegsel groenagtig geel. Het Keukenzout versterkt dit verwend vermogen, en de Aluin verhoogt de kleur: het sap wordt niet zwart door Yzer-vitriool. (Dambourney) De Wortels en bladen verwen geel (Bulliard, Reuss.)

1. Werking van het KRUID:

INWENDIG:

  • depuratief: bloed- en lymfezuiverend, ontgiftend, ontzurend, cheleert zware metalen (Chelatie is het proces van het vangen van positief geladen metaaldeeltjes (ionen) door bepaalde chemische verbindingen)
  • urinezuurafdrijvend: urinezuur uit de weefsels wordt naar de bloedbaan gedreven en via de nieren uitgescheiden; dit zonder verlies aan mineralen (integenstelling tot diuretica)
  • mild diuretisch: verhoogt de uitscheiding van urine en daarmee ook van ureum; helpt nierstenen voorkomen
  • antihypertensief (door diuretisch effect en stimuleren van vaatverwijding)
  • ontstekingswerend en pijnstillend (potentieert klassieke ontstekingswerende medicijnen)
  • antioxidatief (remt oa sterk de lipidenperoxidatie)
  • anti-reumatisch
  • ummunostimulerend; anti-allergisch (vermindert de allergische verschijnselen); antihistaminicum (vermindert de vrijstelling van histamine)
  • digestivum; galdrijvend en galvormend; maagversterkend: toename van maag-, gal-, en pancreas- en darmsecreties (oa door secretine en feruleenzuur); bevordert de peristaltiek
  • stimuleert de bloedvorming: door rijkdom aan mineralen, in het bijzonder ijzer, door de toename aan maagzuur en dus een betere opname van ijzer, door chlorofyl, dat de heemring voor hemoglobine aanlevert en door de vitamines
  • remineraliserend tonicum: vooral Ca en Fe
  • versterkt haren, nagels en kraakbeen: door Ca, Zn, Si, S, vit B2, B5, B9
  • bevordert beenopbouw (door boron, dat het verlies van Ca vermindert en dat de lichaamseigen hormoonproduktie stimuleert; door Ca, Si, Zn zn S)
  • stimuleert de melkproduktie (zogdrijvend); fyto-oestrogeen-like
  • adstringerend of slijmvliessamentrekkend (door de looistoffen)
  • bloedstelpend (oa. door vit K en de looistoffen)
  • hypoglycemiërend: verlaagt de bloedsuikerspiegel door het bevorderen van de insulinesecretie van de beta-cellen van de pancreas, oa door glucokinine)
  • immunostimulans
  • slijmoplossend en zweetdrijvend
  • anti-allergicum; anti-astmatisch

UITWENDIG:

  • tonicum voor de hoofdhuid
  • adstringerend, bloedstelpend, wondhelend
  • doorbloeding bevorderend, verwarmend
  • ontgeurend

2. Werking van de WORTEL:

INWENDIG:

  • remt de groei van prostaatadenoom
  • ontstekingswerend
  • ontzwellend op de prostaat
  • vermindert de obstructie op de urinebuis en verbetert de urinelozing bij prostaathypertrofie
  • bevordert de samentrekking van de blaasspier (musculus detrusor), heeft een versterkend effect op de blaashals (door de sitosterolen)
  • cholesterolverlagend (vnml door de sitosterolen)

UITWENDIG:

  • tonicum voor de hoofdhuid
  • doorbloeding bevorderend
  • ontgeurend

Cosmetisch gebruik:

Grote brandnetel zit vaak verwerkt in haarverzorgende lotions en shampoos, om de haargroei te bevorderen, tegen haaruitval en roos, tegen vet haar. Het zit ook vaak verwerkt in huidcrèmes en gezichtsmaskers voor een gevoelige en geirriteerde huid. Een stoombad met brandnetel heeft een reinigend effect. Een afkooksel van wortels in azijn wordt als stimulans voor de haargroei gebruikt.

Culinair gebruik:

  • de prik van het blad verdwijnt door koken of blancheren
  • vooral verse jonge bladeren (vanaf februari) worden gebruikt, ze hebben een zachte, zoete, kruidige smaak en worden klaargemaakt als spinazie
  • jonge blaadjes kunnen worden verwerkt in soepen en bouillons, groentestampot; geblancheerde jonge blaadjes doen het goed in kwark, smeerkaas en gehakt
  • in bepaalde streken wordt er sinds lang een brandnetelbier gebrouwen; de Engelsen brouwen nog steeds brandne­tel­­bier en maken zelfs brandnetellimonade.
  • Brand­netel­sap kan ge­bruikt worden voor de kaasbereiding als vervanger van kaasstremsel.

Overige:

  • uit de vezels van de brandnetel kan doek worden geweven; het winnen van de vezels is een milieuvriendelijk alternatief voor de katoenteelt, die gepaard gaat met een groot pesticidengebruik
  • chlorofyl wordt eruit gewonnen dat als kleurstof dient voor voedsel en medicijnen (E 140)
  • om de voedende waarde wordt brandnetel soms toegevoegd aan veevoer: ze bevordert zo de produktie van eieren bij pluimvee, melkproduktie bij vee, doet paarden meer glanzen
  • brandnetelaftreksel (gier) tegen luizen, witte vlieg en kleine rupsen in de tuin; verdund heeft het een bemestingswaarde
  • is een groenbemester (vermalen brandnetel door de grond vermengen)
  • uit de wortel kan een gele kleurstof, uit de bladeren een goedhechtende groene kleurstof gewonnen worden 

 

Indicaties

INWENDIG KRUID:

  • huiduitslag, acné, furonkels (steenpuisten), zweren, vette huid en haren
  • psoriasis, jeukende huidaandoeningen,allergische huidaandoeningen zoals netelroos, eczema, nerveus eczeem
  • ontsteking van de lymfeknopen
  • vermoeidheid, zwakte, voorjaarsmoeheid, herstel na ziekte
  • te hoog urinezuurgehalte, jicht, oedemen en vochtretentie, oedemen door veneuze insufficiëntie (spataderen)
  • oedemen door hart- en nierlijden (enkel onder deskundige begeleiding)
  • te weinig urineproduktie
  • adjuvans bij uremie (nierinsufficiëntie) en ascites (vochtophoping in de buikholte)
  • preventie van nierstenen en niergruis
  • preventie van ontstekingen van de urinewegen
  • adjuvans bij overgewicht en hypertensie (te hoge bloeddruk)
  • ondersteunend bij artrose en artritis (reumatische aandoeningen)
  • reumatoïde artritis (kan helpen om de ontstekingsremmende medicijnen te verminderen)
  • allergische neusslijmvliesontsteking zoals hooikoorts en huisstofmijtallergie; sinusitis
  • zwakke en moeilijke spijsvertering; lever- en galaandoeningen (geelzucht, galblaasontsteking, galwegenontsteking)
  • chronische constipatie
  • anemie
  • mineraaltekorten; beenkrampen; zwakte; vermoeidheid; ouderdomszwakte; herstel na ziekte;
  • zwangerschapstonicum (oa ijzerbron)
  • haaruitval, slechte haargroei, broze nagels, kraakbeenslijtage, botontkalking
  • borstvoeding (bij onvoldoende melkproduktie); onregelmatige of overvloedige menstruatie
  • diarree
  • bloedende aambeien; herhaaldelijke neusbloedingen
  • adjuvans bij: baarmoederbloedingen, bloed in urine, overgeven en ophoesten van bloed, maag-darm bloedingen
  • adjuvans bij ouderdomsdiabetes
  • bronchitis, astma, sinusitis, verkoudheden, hooikoorts

UITWENDIG KRUID:

  • haaruitval, vette haren, vette hoofdhuid, roos, slechte haargroei, zwakke en broze haren (afkooksel als haarwater en/of laatste spoeling)
  • mondontsteking, mondzweertjes, keelontsteking, keelpijn (als gorgelmiddel)
  • bloedende aambeien (omslagen met bvb vers sap)
  • witverlies (vaginaal spoelen met afkooksel)
  • wonden, brandwonden, zweertjes, insectenbeten, kneuzingen (bvb compressen)
  • artrose en artritis (reumatische pijnen), jicht, neuralgie (zenuwpijn), ischias

INWENDIG WORTEL:

  • milde tot matige goedaardige prostaathypertrofie (BPH, goedaardig prostaatadenoom)
  • mictieproblemen gepaard met prostaathypertrofie en prostatitis
  • verbetering van de urinestroom, krachtiger straal, minder nachtelijk plassen en minder resturine in de blaas
  • afname zwelling prostaat 
  • preventie van BPH bij vijftigplussers kan operatie uitstellen

 

Contra-indicaties

  • brandnetelkruid in hoge doses dient vermeden te worden tijdens de zwangerschap (mogelijks baarmoederstimulerend effect oa door serotonine-componenten)
  • tijdens de borstvoeding (geen te grote doses)
  • niet geven bij allergie aan urticaceae
  • bij oedeem door hart- en nierlijden
  • bij nierlijden en nierinsufficiëntie (door gehalte aan silicium dat kan kristaliseren) onder begeleiding van een deskundige
  • de wortelextracten niet geven aan kinderen onder de 12 jaar 

 

Bijwerkingen 

  • geen nevenwerkingen bij normale dosis; de grote brandnetel heeft een zeer lage toxiciteit
  • zeer zelden treden nevenwerkingen op: milde maagdarmklachten, allergische reacties (zoals jeuk, huiduitslag en oedemen)
  • bij te hoge doses: huidgloeiïng en dermatitis, maagprikkeling, oedeem, verminderde urinevorming door de nieren
  • bij voorgeschiedenis van urinezuurstenen, jicht, diabetes onder toezicht van een deskundige blijven
  • kan de stolbaarheid van het bloed doen toenemen (stoornissen in de bloedstolling)
  • bedwateren (opletten want meer urineproduktie en meer nachtelijk bedwateren)
  • de combinatie van brandnetelwortelextract met zegepalmbessenextract werkt even goed als finasteride (een medicijn dat bij prostaatklachten gegeven wordt),uiteraard moet hierbij eerst prostaatkanker uitgesloten worden en een arts geraadpleegd!
  •  

    Interacties

    Mogelijke interacties

    • met ontstekingsremmers (NSAID's zoals diclofenac), extract van brandnetelblad potentieert mogelijk het ontstekingswerend effect ervan
    • met orale bloedsuikerverlagende medicijnen en insuline (soms moet de dosis aangepast worden door de arts)
    • met MAO-remmers: Monoamino-oxidaseremmers, oftewel MAO-remmers, blokkeren de werking van monoamino-oxidase (MAO).

    Monoamino-oxidase is een verzamelnaam voor een groep enzymen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van monoaminen in het lichaam. De werking van MAO is het afbreken van monoaminen, waaronder de neurotransmitters serotonine, noradrenaline en dopamine. Deze monoaminen zijn deels betrokken bij lichaamsprocessen die met de stemming te maken hebben, en zorgen doorgaans voor een prettig gevoel (de werking van monoaminen wordt ook beïnvloed door stoffen als cocaïne en amfetamine). Als de afbraak van monoaminen wordt geremd, dan blijft het prettige gevoel langer; depressieve mensen voelen zich gelukkiger.

    Voorbeelden van MAO- remmers:

    Catechine (aanwezig in cat's claw)
    Desmethoxyyangonine (aanwezig in kava kava)
    Epicatechine (aanwezig in cat's claw)
    Hydroxytyrosol (aanwezig in olijfolie)
    Curcumine (component van kurkuma)

    • door het diuretische werking kan er een effect op de electrolytenbalans van het lichaam zijn, mogelijk daardoor interactie met medicijnen tegen hartritmestoornissen, hartglycosiden en diuretica
    • met bloedverdunnende medicijnen: oa anticoagulantia, aspirine, NSAID's
    • met antihypertensiva (bloeddrukverlagende medicatie)
    • van het wortelextract met medicijnen tegen BHP (benigne prostaathypertrofie) zoals finasteride, in dit geval zeker inname onder controle van een arts
    • met kruiden als: Pygeum Africanum (rood stinkhout), Serenoa Repens (zegepalm) en Curcubita Pepo (sierpompoen).

     

    Doseringen

    Inwendig:

    De aangewezen  gemiddelde dagdosis bedraagt het equivalent van 8 à 12 gr kruiid (2 à 4 gr tot 3x/dag); voor een ontstekingswerend effect moet het kruid minstens 1 maand doorgenomen worden.

    • moedertinctuur: 3x 40 à 60 dr /dag
    • infuus: bij ontstekingen, onzuivere huid, zwakke spijsvertering: 3x /dag 3 à 5 gr kruid overgieten met heet water
    • infuus: bij anemie, voorjaarskuur, algemeen versterkend en remineraliserend: 30 à 60 gr vers blad overgieten met 1L kokend water of 1,5 à 4 gr fijngesneden vers blad per tas kokend water, 10' trekken, zeven, 3 tassen/dag drinken
    • afkooksel: 1 à 2 klp kruid per tas water of 30 à 40 gr op 1L water, 5' koken, 3x 1 tas /dag
    • kruidenpoeder: gestandaardiseerd op 0,6% silicium: 3x /dag 200 à 400 mg
    • fijngemalen (onder lage temperatuur) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 0,3% flavonoïden: bij acné, bij broze nagels, haaruitval en kraakbeenslijtage: 3x /dag 1capsule à 275 mg tijdens de maaltijden in te nemen
    • gevriesdroogd blad: 2 à 4x /dag, 300 à 1200 mg
    • vers sap van jonge netels (dmv sappers): 3x /dag 1 eetlepel of 3x /dag 10 à 15 ml vers brandnetelsap, gedurende 4 à 6 weken 

    Uitwendig:

    • moedertinctuur: 10% op water
    • afkooksel: bij haaruitval, vet haar, tonicum voor de hoofdhuid: 50 gr /1 L water, 5' koken, zeven, afkoelen en het haar mee spoelen
    • vers sap als gorgelmiddel, op omslagen bij huidaandoeningen, aambeien
    • verse bladeren bij ischias, lumbago en reumatische pijnen
    • haarwater: bij haaruitval, vette haren: 250 gr verse bladeren, in 125 ml water en 125 ml azijn, 10 à 15 min laten opkoken, zeven en op hoofdhuid aanbrengen (daar kan eventueel EO bij gedruppeld worden van salie, roosmarijn en/of ceder) 

    De wortel:

    De aangewezen gemiddelde dagdosis bedraagt het equivalent van 4 à 6 gr wortel of 600 à 1200 mg van een gedroogd 20% methanolextract (5:1)

    • moedertinctuur: 3x 30 dr /dag
    • infuus: 4 à 6 gr /dag; 1 tlp verpulverde wortel in een tas koud water brengen, opkoken gedurende 1 min, 10 min afgedekt laten trekken, zeven, meerdere tassen per dag drinken
    • afkooksel: 10 gr wortel op 1L water, 1 min laten opkoken, 10 min trekken, zeven, 2 à 4 dl /dag
    • fijngemalen totaalpoeder (onder lage temperatuur), gestandaardiseerd op 0,04% betasitosterol: s'morgends en s'avonds 1 capsule à 290 mg met een glas water innemen bij de maaltijd
    • droogextract (5:1, 20% methanolextract), bij BPH: 600 à 1200 mg /dag
    • extract: gestandaardiseerd om 1 à 2% silicium te bevatten: 1 à 3x 250 mg
    • vloeibaar extract (1:1) met 45% ethanol: 1,5 à 7,5 ml
    • ethanolisch extract (1:5) met 40% ethanol: 5 ml

     

    Synergie

    •  Met Arctium lappa (Grote klit, wortel) bij acné, jeugdpuistjes, ter huidreiniging en bij jeuk
    • Met Viola trícolor (Driekleurig viooltje, kruid) bij acné, netelroos en huidontsteking; ter kalmering van ontstoken huid
    • Met Arctium lappa (Grote klit, wortel) en Viola trícolor (Driekleurig viooltje, kruid) bij huídaandoeningen als eczema, acné; bij een vette huid; bij huidontstekingen, abcessen en verzweríngen
    • Met Arctium lappa (Grote klit, wortel), Viola trícolor (Driekleurig viooltje, kruid), Valeriana officinalis (Echte valeriaan, wortel) en de e.o. van Cymbopogon martinii (Palmarosa) bij huidaandoeningen als eczema, acné; bij een vette huid; bij een onzuivere huid, bij abcessen en verzweringen
    • Met Taraxacum officinale (Paardebloem, kruid), Betula pendula/pubescens (Ruwe/zachte berk, blad), Arctium lappa (Grote klit, wortel) en de e.o. van Juniperis
      communis (Gewone jeneverbes, bes) ter lichaamszuivering, ter bloedzuivering, bij voorjaarsmoedheid, bij allerlei huidaandoeningen
    • Met Oenothera bíennis (Middelste teunisbloem, olie) bij eczema, bij netelroos en huidirritatíe
    • Met Plantage lanceolata (Smalle weegbree, kruid) bij allergische huiduitslag, jeuk
    • Met Filipendula ulmaria (Moerasspirea, bloem), Thymus serpyllum (Wilde tijm, kruid), Sambucus nigra (Gewone vlier, bloemen), Glycyrrhiza glabru (Zoethoutwortel),
      Calluna vulgaris (Struikheidekruid), resp 25 (Grote brandnetel, kruid)/35/10/10/10 en 10g bij jicht
    • Met Rosmarinus offícinalis (Rozemarijn, blad) voor een lotion ter bevordering van de haargroei (50g van elk gedurende 10 dagen macereren in l L 30 % alcohol, zeven)
    • Met Vaccinium myrtillus (Blauwe bosbes, blad), Betula pubescens/pendula (Ruwe/zachte berk, blad) en Phaseolus vulgaris (Bonenpeulen) ter verlaging van het bloedsuikergehalte bij ouderdomsdiabetes
    • Met Tilia cordata (Kleinbladige linde, bloesem), Sambucus nigra (Gewone vlier, bloesem), Verbascum thapsus (Toorts, bloem), Rosa canina (Hondsroos, rozenbottel) en Angelica archangelica (Grote engelwortel, wortel) als zweetdrijvend en koortsverdrijvend middel
    • Met Harpagophytum procumbens (Duivelsklauw, bijwortel) en Bambusa arundinacea (Bamboe, tabashir) bij verhoogd urinezuur, bij jicht, bij reumatische aandoeningen
    • Met Betula pubescens/pendula (Ruwe/zachte berk, blad)  bij verhoogd urinezuur, bij jicht en ter voorkomen van nierstenen

     

    Literatuurlijst en Referenties * Top