Salie (Salvia officinalis)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Salie
Salie (Salvia officinalis)
Familie > Keukenkruiden > Lipbloemigen

Historiek

In het Kruidenboek van Macer uit de 10e eeuw staat “waarom gaat de mens dood aan ziekte als hij salie in zijn tuin heeft?”. Kort en krachtig samengevat hoe men destijds over salie dacht. Hetzelfde lezen we in een gedicht van Walahfrid Strabo uit de 9de eeuw en in het kruidenboek van Hieronymus Bock uit 1539.         In de geneeskunde van de oude Grieken werd salie het meest voorgeschreven.

Mensen plantten ook salie bij graven omdat men dacht dat dit de doden zou beschermen. De Gallische druiden meenden zelfs dat de plant de doden weer tot leven kon wekken. Ze gebruikten de plant ook om de toekomst te voorspellen en bij het communiceren met het hiernamaals. 

Voor de Romeinen was salie een heilige plant (herba sacra) en de bladeren folia salviae (gezondmakende bladeren). Salie mocht men alleen maar blootvoets plukken na zich te reinigen en te wassen en in een witte tuniek te hullen.

De studenten van de grote filosofen en aan de eerste universiteiten in de vroege middeleeuwen kauwden saliebladeren tijdens de lezingen, ze geloofden dat het kruid de geest verfriste, wijsheid bracht, tevredenheid schonk en inzicht gaf op de grote wereldvragen. Later schreven de artsen salie voor bij een slecht geheugen en een zwak brein.  Nieuwe studies bevestigen deze aanbeveling.

Vooral armen, die zich geen arts konden veroorloven, gebruikten het kruid. Men gebruikte het salviablad om de tanden te reinigen en bij slecht ruikende adem.

De vier dieven die in 1630, tijdens de grote pestepidemie van Toulon, de lijken plunderden zonder zelf ziek te worden, werden vrijgesproken omdat ze hun geheim verklapt hadden, ze wreven zich in met salieazijn. 

Via de kloostertuinen is salie zeer verspreid geworden (het was ook opgenomen in het Capitulare de Villis) en in de 17e eeuw werd de plant in vrijwel iedere tuin gekweekt.

Matthiolus (1500-1577) adviseerde tanden en tandvlees in te wrijven met verse saliebladeren om het tandvlees stevig en de tanden zuiver te houden.

Salie zou ook het leven verlengen (in feite goldt het als 'zinnebeeld voor het eeuwige leven'). Het zou ook het geheugen bij ouderen herstellen en de vruchtbaarheid bevorderen. Salie was bekend om zijn ontstekingsremmende eigenschappen. Men zette het in bij allerlei ontstekingen, met name bij aandoeningen van mond- en keelholte. Liefhebbers beweerden één blaadje salie per dag in thee virusinfecties zou voorkomen. Echter, niet iedereen kon en kan de smaak van salie waarderen! Genezers adviseerden saliethee om de lactatie te remmen, dyspepsie te verlichten en overmatig zweten -met name in de menopauze- te onderdrukken.

De naam “Jan Salie” was vroeger een scheldnaam voor slappe mensen. Die naam heeft zijn oorsprong in de slappe smaak van saliemelk die mensen in de winter dronken tegen de kou. Hoe zeer men salie waardeerde, blijkt uit de periode waarin Britten thee uit China invoerden. Chinezen hechtten zoveel waarde aan salie dat ze twee kisten thee omruilden voor één kist gedroogde Engelse salie!

Als keukenkruid is salie nog steeds bijzonder geliefd, vooral bij stoofschotels en in vleesgerechten. In hete melk getrokken is het een oud Nederlandse winterdrank, uit dit gebruik stamt ook het gezegde “de geest van Jan Salie”. Chinese genezers passen salie nog steeds veel toe, onder andere bij menstruatieproblemen, buikpijn, slapeloosheid, hepatitis en netelroos. In China neemt men de wortel van de Salvia miltiorrhiza -“dan shen”- om het bloed in beweging te brengen bij stagnaties en hitte te verminderen. Chinese artsen zien de saliewortel als een rustgevende en verkoelende remedie bij hittesymptomen van hart en lever.

 

Plantenprofiel

Voor medische en therapeutische behandelingen worden alleen de tuinsalie of echte salie (Salvia Off.) en de Griekse salie (Salvia triloba L.) gebruikt.

Door zijn verschillende vorm van bladeren is er verwarring ontstaan rond de correcte benaming van Salvia Fruticosa (P. Mill.). Waaronder de benamingen: S. libanotica, S. triloba (L.), S. lobryana, and S. cypria, dewelke nu Salvia fruticosa zouden zijn.

Merkwaardig is dat de variatie in blad, bij de Griekse salie, afhankelijk is van zijn standplaats, in het westen van Kreta is het blad bovenaan donkergroen, breed en vlak; in het oosten is het blad van dezelfde plant smaller, gelobd en geel-groen. Op heel het eiland zijn er zo verschillen te merken bij dezelfde soort. In 1781 kreeg deze salie de naam Salvia Triloba (door Carl Linnaeus), bleek dat dit dezelfde salie was die P. Miller in 1768 al Salvia Fructicosa genoemd had. Locale benamingen zijn oa. Khokh barri en Na’ama Hobeiq’es-sedr. Dit maakt de verwarring omtrent de juiste benaming alleen maar groter.

  • Groenblijvende, overblijvende, vrij winterharde, sterk vertakte, aromatische, struikachtige plant (30 à 60 cm à 2m hoog, tot 1m breed).
  • Heeft een houtachtig sterk vertakte penwortel, waruit vierkantige, behaarde, opgaande stengels groeien.
  • De stengels zijn onderaan houtig en hogerop vertakken ze zich sterk tot grijs-witte, viltig behaarde twijgen.
  • Door het breed uitgroeien zijn er soms takken die op de grond liggen en waaruit spontaan nieuwe wortels gevormd worden.
  • Echte salie draagt tot 5 cm grote, kruisgewijs tegenoverstaande, langgesteelde, dikke, gerimpelde en viltachtige bladeren.
  • De bladeren zijn langwerpig, elliptisch van vorm en hebben een fijn gekartelde bladrand.
  • De bovenkant is grijsgroen (soms wat paars) en onderaan wollig grijswit.
  • Aan de onderzijde van het netvormig generfde blad zijn er oliekliertjes die voor het kruidige aroma zorgen.
  • Vanaf het tweede jaar verschijnen er schijnkransen van 3 tot 10 violette, roze of witte sikkelvormige lipbloempjes.
  • De bloemen zijn tweelippig met een tweelobbige bovenlip en een drielobbige onderlip, ze hebben een lange bloembuis en 2 meeldraden; ze produceren overvloedig nectar.
  • De vruchtjes bestaan uit piepkleine, donkele, ovalen nootjes.
  • Alle delen van de plant hebben een aangename aromatische geur.

 

Bloeitijd

Van mei tot augustus (bij het toppen soms nog een tweede bloei). 

 

Voorkomen

De echte salie stamt uit het Middellandse Zeegebied, zoals zoveel kruiden, en daar groeit het nog steeds in het wild. De hele plant heeft een doordringende geur. Er zijn heel veel verschillende soorten salie. Sommige soorten kweekt men voor speciale doeleinden, bijvoorbeeld voor culinaire of medische bestemmingen. 

De plant is vooral inheems op de zonnige hellingen rond de Adriatische zee (oa. Italië, Zuid-Frankrijk, Griekenland) tot 800 m hoogte; van daaruit verder in Zuid- en Midden-Europa ingeburgerd. Tegenwoordig over heel de wereld gekweekt, als keuken-, tuin- en medicinaal kruid. Er bestaan talrijke cultivars (ong. 500) van echte salie, waarvan vele met een hoge sierwaarde bvb met een paars, gevlekt of gelig blad.

Groeit het liefst op:

  • vrij droge, goed gedraineerde, bij voorkeur alkalische, kalkrijke en luchtige grond.
  • open, beschutte plaatsen.
  • in volle zon.
  • in het wild vooral te vinden op zonnige hellingen en tussen krijtrotsen.

KWEEK:

  • door zaaien van april tot augustus.
  • door stekken van vingerlange, onverhoutte twijgen.
  • na ongeveer vijf jaar verhouten de struikjes en moeten ze verjongd worden door nieuwe planten.

 

Gebruikte delen

 Folium Salviae:

  • De verse bladeren, net voor de bloei geplukt (in mei en juni), zowel van de S. Officinalis en de S. Triloba.
  • Het blad kan heel het jaar door geplukt worden, medicinaal zijn ze niet meer krachtig na oktober, maar culinair zijn ze nog smaakgevend.
  • Het regelmattig plukken van blad en twijgen zorgt voor een compacte struik en veel bijkomend blad.
  • De twijgen ongeveer 10 cm boven de grond afsnijden, het blad eraf plukken en snel laten drogen in de schaduw (droog bewaren).
  • In augustus kan er een tweede bladoogst gebeuren (de plant kan zich tegen de winter dan herpakken).

De bloeiende toppen.

 

Inhoudsstoffen

Werkzame bestanddelen:

  • Etherische oliën (<2.5%) als alpha-thujon (60%) en beta-thujon (10%), kamfer, oxiden: 1.8-cineool (tot 15%) en eucalyptol, kamfer (borneon 4,5 à 24,5%), linalol (tot 1%), borneol, pineen, limoneen, caryophyleen, linalylacetaat en terpenen...
  • Looistoffen (3-8%): salviatannine
  • Diterpene bitterstoffen: picrosalvine (=carnosol 0,35%); rosmanol; rosmadiol...
  • Triterpenen: oleanolzuur en derivaten, ursolzuur
  • Fenolzuren: rozemarijnzuur
  • Flavonoiden (1 à 3%)
  • Flavonen: derivaten van apigenine en luteoline
  • Fyto-oestrogenen: vnml door de ketonen
  • Saponinen
  • Hars (5-6%)
  • Choline

Opmerking: het gehalte aan etherische oliën van echte salie (Salvia officinalis) is veel hoger dan dat van andere salie-soorten.

 

Werking

INWENDIG: 

  • carminatief (windverdrijvend), krampwerend op maag en darmen, minder op de sfincter van oddi (ong. aan uiteinde van de galweg die in de dunne darm komt) en de galwegen (vnml door kamfer en bornylacetaat, door thujon)
  • maagversterkend, spijsverteringsbevorderend, galvormend (vnml door de bitterstoffen)
  • antiseptisch (infectiewerend): oa. antibacterieel (maar niet tegen staphilococcus aureus)
  • adstrigerend (samentrekkend): regenererend op de slijmvliezen van mond, keel, maag en darmen (door de looistoffen en de ketonen)
  • anti-inflammatoir (ontstekingswerend); antiviraal; matig fungicide (door eo met vnml ketonen en oxiden, door de looistoffen)
  • mild slijmoplossend: vnml door de oxiden
  • antihydrotisch (zweetremmend): centraal kalmerend op het warmteregulerend centrum oa. door rozemarijnzuur, ketonen, thujon.
  • emmenagogum (menstruatiebevorderend): vnml door kamfer, bornylacetaat, thujon
  • stimuleert de baarmoeder, bevordert de arbeid
  • fyto-oestrogene werking (regelt het hormonaal evenwicht bij de vrouw): heeft een zachte oestrogene werking bij oestrogeentekort en een afremmende werking bij een overmaat aan oestrogeen
  • afrodisiacum (bevordert de geslachtsdrift bij de vrouw) vnml door de ketonen
  • remt de zogvorming vnml door de thujon
  • remt de speekselsecretie; tonicum voor zenuwstelsel; opwekkend; versterkend; algemeen stimulans
  • hypertensivum (bloeddrukverhogend) vnml door EO en hydrolaat
  • stimuleert de bloedsomloop
  • bloedsuikerverlagend, reguleert klierstelsel
  • anti-oxiderend (vnml door het rozemarijnzuur)

UITWENDIG:

  • infectiewerend; antibacterieel; schimmelwerend; antiviraal (vnml door de EO met ketonen)
  • wondhelend (epitheelvormend); samentrekkend en ontstekingswerend (door de looistoffen en de ketonen)
  • remt overdreven talgsecretie, zweten (ontgeurt)
  • verstevigt het tandvlees en de tanden (ook zuiverend)

Dierstudies en humane studies toonden antibacteriële, antivirale en fungicide eigenschappen aan. De etherische olie thujon is het belangrijkste werkzame bestanddeel bij genoemde eigenschappen en is werkzaam tegen een zeer grote groep bacteriën, virussen en schimmels.
Vervolgonderzoeken bij dieren brachten ontstekingsremmende, pijnstillende, wondgenezingbevorderende, bloeddrukverlagende en anticonvulsieve eigenschappen aan het licht. Wetenschappers vermoeden dat van alle etherische oliën rozemarijnzuur de krachtigste ontstekingsremmende werking heeft en pineen de sterkste spasmolytische activiteit bezit.
Door het uitvoeren van humane studies toonden onderzoekers de werkzaamheid tegen overmatige transpiratie aan (anti hyperhydrotische werking).
De ESCOP noemt als indicaties in haar monografie van Salvia officinalis: ontstekingen en infecties van mond en keel (stomatitis, gingivitis en pharingitis) en hyperhydrosis.

 

Indicaties

INWENDIG:

  • overdreven zweten, klamme handen, zweetvoeten, overdreven nachtelijk zweten tijdens de menopauze, zweten door hyperthyreoïdie, nerveus zweten, zweten bij virale infecties en koortstoestanden
  • preventie van griep en verkoudheden, luchtwegenaandoeningen
  • aandoeningen van: mond, keel, tanden, tandvlees, maag, darmen en slokdarm (ontstekingen, zweertjes, aften, pijnen,...)
  • anorexie, indigestie, leverinsufficiëntie, flatulentie, oprispingen, darmgistingen, opgezette buik, krampen en kolieken
  • problemen rond de menstruatie (onregelmatig, uitblijven, teveel, te weinig, hormonaal onevenwicht, tussentijdse bloedingen, premenstrueel syndroom en menopauze klachten)
  • gebrek aan libido bij de vrouw, steriliteit bij de vrouw, herstel na miskraam
  • melkstuwing, bij stopzetten van de borstvoeding
  • nerveuze uitputting, overwerktheid, zenuwzwakte, depressie, geheugenzwakte, verwardheid, herstel na ziekte, bloedarmoede
  • overmatig speekselvloed (bvb bij de ziekte van Parkinson)
  • hypotensie en slechte bloedsomloop
  • adjuvans bij ouderdomsdiabetes

 UITWENDIG:

  • als mondwater, mondspoelmiddel, om te gorgelen, zuigtabletten
  • vaginale spoelingen, zitbaden
  • omslagen en wikkels, in zalven en crèmes
  • lokaal aanstippen
  • in tandpasta (bij tandvleesbloedingen, tandvleesgevoeligheid of terugtrekken)

 Salie is een uitstekent middel om te gorgelen bij een etterige angina (keelontsteking), maar niet het middel bij uitstek voor prikkelhoest en droge hoest. Salie droogt de slijmvliezen nog meer uit. Hierbij zijn kaasjeskruid of smalle wegebree beter.

 

Contra-indicaties

  • De etherische olie van de plant is toxisch en dient men niet in te nemen. Salie bladextracten kunnen alleen in zeer kleine hoeveelheden worden ingenomen en zijn niet toxisch bij de aangegeven doses.
  • Bij diabetes of neiging tot hypoglycemie, enkel op advies van een arts (kan bloedsuikerverlagend werken)
  • Bij voorgeschiedenis van maagaandoeningen (maag-darm bloedingen)
  • Toegepast als keukenkruid treedt geen gevaar op.
  • Gebruik tijdens de zwangerschap (wegens stimuleren van de baarmoeder) en lactatieperiode is gecontra-indiceerd. Thujon heeft de reputatie een abortivum en emmenagogum te zijn. Daarnaast remt salie de lactatie.
  • Niet geven bij epileptische aanvallen
  • Niet geven bij aandoeningen die hormoonafhankelijk zijn (of bij een voorgeschiedenis daarvan) bvb alle vormen van borst of baarmoederkanker
  • Niet geven bij hypertensie, vooral het hydrolaat is bloeddrukverhogend

 

Bijwerkingen

De etherische olie van de salie kan zowel bij mensen als dieren convulsieve reacties oproepen, naast andere toxiciteitssymptomen. Deze toxische reacties ontstaan door de bestanddelen thujon en kamfer in de olie.

Langdurige inname aan een te hoge dosis (bvb 15 g blad per keer) of een teveel aan EO kan wel levertoxisch werken (oa door het thujon) met een droge mond, maagpijn met misselijkheid en braken, hartkloppingen, rusteloosheid, duizeligheid, verminderde reflexen...

De etherische olie kan de huid irriteren. 

 

Interacties

  • met reguliere geneesmiddelen (anticonvulsiva) en de werking van onder andere sedativa versterken
  • met hormonen-bevattende medicijnen (zoals de pil, oestrogenen, androgenen, steroïden)
  • met orale bloedsuikerverlagende medicatie en insuline
  • met hypotensiva

Echte salie kan door zijn looistoffen de absorptie van bivalente mineralen (Ca, Mg, Zn) beïnvloeden

Contact met ijzer dient vermeden te worden, ijzerzouten zijn onverenigbaar met echte salie

 

Doseringen

Inwendig:

De aangewezen gemiddelde dagdosis bij inwendig gebruik: 4 à 6 g kruid; 0,1 à 0,3 g essentiële olie; 2,5 à 7,5 g tinctuur of 1,5 à 3 g vloeibaar extract.

  • Voor gorgelen en spoelen: 2,5 g kruid of 5 g alcoholisch extract in 1 glas water of 2 à 3 dr EO in 100 ml
  • Moedertinctuur: 3x 25 dr/ dag; tegen nachtelijk zweten: 50 dr voor het slapen gaan
  • Infuus: 1 tlp of 1 à 4 g per tas of 15 à 20 g op 1 L kokend water, 3' laten trekken, 3 à 4 tassen/ dag; bij nachtelijk zweten: 2 koude tassen 2 uur voor het slapen gaan; als gorgelmiddel of mondspoelmiddel: 30 à 40 g bladeren op 1 L kokend water of 1 spl fijngesneden bladeren op 2 tassen kokend water
  • poeder: bij overmatige transpiratie: 2 à 4 g/ dag
  • nebulisaat (1:4): 3x/ dag 50 à 100 mg
  • fijngemalen (onder lage temperatuur) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 0,4% etherische olie: 3x/ dag 1 capsule à 285 mg innemen voor of tijdens de maaltijd met een glas water
  • vloeibaar extract (1:1 in 45% alcohol): 1 à 4 ml (1ML = 20 dr) 3x/ dag of 1 klp s'avonds
  • kruidenmelk: 10 à 15 blaadjes laten macereren gedurende enkele uren in 1 L melk, daarna even laten opkoken, zeven en warm (ev gezoet met honing) opdinken
  • saliewijn: 100 g bladeren laten macereren in 1 L witte wijn gedurende 8 dagen, zeven, 1 klein glaasje voor de hoofdmaaltijd drinken of 50 ml verdeeld over de dag, bij nachtelijk zweten 1 klein glas voor het slapen gaan
  • de etherische olie best niet inwendig gebruiken, maar indien zo voorgeschreven max 1 à 2 dr op een tas warm water, ev gezoet met honing, voor de maaltijd drinken

 

Uitwendig:

Omwille van de antiseptische, adstringerende, ontstekingsremmende en verzachtende werking:

  • vaak toegevoegd aan tandpasta's voor wittere tanden en steviger tandvlees, met verse blaadjes de tanden inwrijven, het poeder kan bij de tandpasta gevoegd worden (of in zelfgemaakte tandpasta samen met glycerine, klei en EO van tea-tree, munt en mirre)
  • moedertinctuur: om te gorgelen of te spoelen: bij keelpijn, heesheid, tandvleesontsteking; op omslagen bij wonden en huiduitslag: 50 dr op een glas water; om zweetvoeten mee in te wrijven, onverdund
  • etherische olie, gorgelen bij slijmvliesontsteking: 2 à 3 dr op een glas water, meermaals per dag gorgelen
  • infuus: voor omslagen: 30 à 40 g bladeren voor 1 L kokend water
  • afkooksel: voor compressen op slecht helende wonden, zweren of als voetbad bij zweetvoeten: 100 g blad op 1 L water
  • poeder van de bladeren in sokken strooien bij zweetvoeten (eventueel vermengen met klei en EO van tea-tree)
  • vers blad gekneusd op insectenbeten
  • vaak verwerkt in haarwater, tegen futloos haar, om haren te verdonkeren en mooi te doen glanzen, om grijze haren te verhullen, om roos en haaruitval tegen te gaan
  • vaak toegevoegd aan cosmetica tegen acné (gezichtslotion, zeep...)
  • hydrolaat (!! let op bij verhoogde bloeddruk): bij vette huid, acne, eczeem, overmatig zweten
  • vaak te vinden in shampoo en badmiddelen
  • zitbad, bij witte vloed of vaginale ontstekingen: 4 handvol bladeren een nacht laten trekken in een grote kom koud water, nadien opwarmen tot kookpunt en aan badwater toevoegen
  • beroken: blaadjes branden zoals wierook
  • in zuigtabletten, bonbons en mondwater

De olie is een fixatief voor parfums; voor parfums wordt wel vooral de verwante scharlei gebruikt

Culinair:

  • vanwege het krachtige aroma wordt het best niet teveel ervan gebruikt en ook niet samen met andere kruiden behalve met look en ajuin
  • maakt zware en vette spijzen gemakkelijker verteerbaar (zoals vet vlees); soms in vette kazen (oa. Sage-Derby-kaas); bij vette vis; bij peulen, erwten en koolsoorten, vette sauzen
  • vulling van ui en echte salie is heerlijk bij vlees en gevogelte gerechten
  • salie bij tomaten neutreliseert de zure smaak
  • om flauwe groenten en aardappelen meer smaak te geven mag het meegekookt worden in het kookwater
  • gehakte salie in kwark of boter met wat ajuin en look erbij
  • de bloemen zijn eetbaar en kunnen als versiering en smaakgever dienen
  • in azijn of olie getrokken geeft het deze een heerlijk aromatische en frisse smaak, voor vinaigrettes of stoven
  • salie in honing laten macereren voor saliehoning 
  • als smaakversterker gebruikt in de voedingsindustrie vooral bittere en alcoholische dranken

Allerlei:

  • in het huishouden tussen het linnen goed of in geurzakjes, tegen insekten
  • verstuiven van EO kan ruimten verfrissen en desinfecteren

 Nog enkele recepten:

  • salie versterkingswijn: 2 à 3 handen vol saliebloemen een week laten macereren in 3/4 L portowijn, zeven en bij verzwakking en vermoeidheid 2 spl na de maaltijd innemen; saliebloemen versterken het lichaam en bevorderen de ijzeropname in het bloed.
  • saliewijn: 100 g gedroogd blad in 1 L goede rode wijn laten macereren, zeven en donker en koel bewaren; bij verteringsproblemen met opgeblazen en vol gevoel, een klein glaasje na de hoofdmaaltijd drinken (wegens het hoge gehalte aan thujon, alcoholische bereidingen niet langer dan enkele weken gebruiken).
  • salieazijn: "recept van de 4 dieven": in 3/4 goede appelazijn 1 spl gedroogde salie, tijm, rozemarijn en lavendel, 2 weken laten macereren, regelmatig schudden, zeven. Deze azijn is zowel culinair als vinaigrette te gebruiken als bij keelpijn en mondaandoeningen om te gorgelen (verdund 1 spl in een glas lauw water). Bij verkoudheden en griepale toestanden de borst en rug ermee inwrijven (doorbloedingsbevorderend, versterkend en antibacterieel).

 

Synergie

 Net als bij vele andere kruiden zijn er tientallen goede combinaties mogelijk met planten waarvan de inhoudsstoffen synergetisch werken (hier volgen enkele voorbeelden) zoals met:

  • groot kaasjeskruid (bloem), gulden sleutelbloem (wortel), vlier (bloesem), echte tijm (kruid) en zoethout (wortel): in een luchtwegenthee of siroop, bij bronchitis en hoest
  • rode zonnehoed (kruid), gulden sleutelbloem (wortel), echte tijm (kruid), smalle weegbree (kruid), toorts (bloem), heemst (wortel), sparreknoppen, vlierbloesem, grove den EO, steranijs EO: in een hoestsiroop bij bronchitis en hoest
  • rode zonnehoed, propolis, vitamine C in ontsmettende keelpastilles, bij keelpijn, heesheid en luchtwegeninfecties
  • zilverkaars (wortel) bij menopauzale klachten met zweetbuien en opvliegers
  • heermoes (kruid) en walnoot (bolster): bij nachtelijk zweten: resp 25 (salie)/ 50 (heermoes)/ 25 (walnootbolster)
  • gelijke delen tormentilwortel bij tandvlees en tand aandoeningen, spoelen met de tincturen

 

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top