Grote engelwortel (Angelica Archangelica L.)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Grote Engelwortel
Grote Engelwortel (Angelica Archangelica L)
Familie > Keukenkruiden > Schermbloemigen

Historiek

De grote engelwortel (Angelica Archangelica L. Syn. Archangelica Officinalis) behoort tot de familie van de Umbellifereae of schermbloemigen. De aanverwante Chinese Engelwortel (Angelica sinensis) wordt al eeuwenlang als het belangrijkste versterkende kruid na ginseng beschouwd in de Chineese geneeskunde en wordt ook gebruikt om de bloeddruk te verlagen en als antibacterieel middel. In de Ayurveda gebruikt men de geneeskrachtige Indische engelwortel (Angelica Glauca).  

Van dit plantengeslacht werd in Europa vooral de grote engelwortel gebruikt in de geneeskunde. Van de geschiedenis van dit kruid is echter weinig bekend. Toen men het in de warmere delen van Europa invoerde, bleek de plant op 8 mei, de dag van de Aartsengel Michaël (in andere vermeldingen Rafaël), te bloeien, vandaar de naam "Archangelica". Men gebruikte de plant in diverse rituelen, voornamelijk als bescherming tegen heksen en hun toverkracht.

In de kruidkundige geschriften en recepten uit de vroege kloostergeneeskunde zoals de "Macer Floridus" of de "Physica" van Hildegarde Von Bingen, is de plant nog niet te vinden terwijl men in Noorwegen, IJsland en Groenland de plant reeds als groente gebruikte sinds de 12de eeuw.

In het hoge Noorden van Europa is de grote engelwortel een heel oude heidense cultuurplant die als afweermiddel tegen heksen en kwade geesten fungeerde.

Vanaf de 14de en 15de eeuw werd de plant in de kloostertuinen aangepland en werd de wortel zowel in de volksgeneeskunde als in de kloosterheelkunde gebruikt als verteringsbevorderend middel. De aromatische etherische olie werd het bestanddeel van verscheidene kruidenbitters en likeuren. Het was één van de belangrijkste geneeskruiden vernoemd door Paracelsus tegen pest, lepra en andere epidemieën (zonder al te groot succes); uitwendig tegen jicht en reuma; tegen giften; om de levensduur te verlengen en om de spijsvertering te bevorderen.

Het dikke gelige sap van de aromatische vlezige wortelstok, dat een warme, wat bittere, smaak had, vormde een belangrijk ingrediënt van het Karmelietenwater. Deze remedie beloofde een lang leven, bescherming tegen betoveringen, vergiften en heksen waardoor het ook "Wortel van de Heilige Geest" werd genoemd.

Men gebruikte de wortel in de natuurgeneeskunde van de middeleeuwen voor verschillende doeleinden:

  • Voor medicinaal gebruik werd de wortel tot poeder vermalen of fijngestampt, in wijn afgetrokken en gedronken tegen koortsaanvallen, hondenbeten, galpijnen, verstoppingen, urineretentie, pleuritis, verkoudheid, ademnood en andere longaandoeningen.
  • Verder zou het de menstruatie bevorderen, de nageboorte uitdrijven en verstoppingen van lever en milt verhelpen. Het water dat uit de wortel werd gedestilleerd, werd in wijn gebruikt tegen pijnen en klachten die veroorzaakt werden door koude winden.
  • Als siroop werd het aanbevolen tegen voor een goede spijsvertering, als middel tegen indigestie en aandoeningen van de luchtwegen.
  • Een druppel van het sap in de oren was heilzaam bij doofheid en slecht zicht. Het sap was tevens een goed middel tegen kiespijn en zweren.
  • De wortel, tot poeder vermalen, werkte zuiverend en helend, een beetje poeder met pek vermengd deed men op beten van een dolle hond.

 Aan het eind van de 16de eeuw was het een algemeen voorkomende tuinplant en men beschouwde het vooral als tegengif tegen de pest. Hierover schreven artsen als Hieronymus Bock (1546) en Leonhart Fuchs (1543) verscheidene werken. In 1665, het jaar van de grote pest in Londen, publiceerde het "College of Physicians" een pamflet waarin Angelicawater deel uitmaakte van een koninklijk recept tegen de pest. Men moest 15 gr nootmuskaat met, voor 3 stuivers, stroop en 3/4 L Angelicawater goed mengen en boven het vuur houden. Het mengsel werd door de bevolking gegeerd en ingenomen als bescherming tegen deze gevreesde ziekte. Vandaar de naam "Pestwortel".

Men vond het kruid terug in geconfijte vorm, vooral in Engeland van de 17de eeuw, wat het gebruik ervan aangenamer maakte. Daar werd de plant speciaal voor deze doeleinden gekweekt.

In de 17de eeuw beschouwde Parkinson dit kruid als het belangrijkste geneeskruid, hij roemde de aangename geur, smaak en aroma van zowel blad, wortel als zaad.

Volgens Culpeper (1616-1654) bevorderde de plant de spijsvertering en hielp ze na overdadig eten, bracht het de menstruatie weer op gang en dreef ze de nageboorte uit.

Aan het einde van de 17de eeuw werd de grote engelwortel bijna niet meer als artsenijkruid gebruikt, alhoewel het middel wel nog voorgeschreven werd tegen de "vuile wind" of winderigheid. Het middel werkte het beste wanneer men het in water oploste en verwarmd na de maaltijd dronk of een thee van de bladeren maakte.

In de "Britisch PharmaceuticalCodex" van 1934 stonden de zaden beschreven als ingrediënt van "Warburg's Tincture", een middel dat voorgeschreven werd tegen krampen. In andere Europese farmacopees zoals de Oosterijkse, de Duitse en de Zwitserse, wordt alleen de wortel als officieel geneesmiddel beschreven.

  

Plantenprofiel

De grote engelwortel is een schermbloemige plant die wel 2m hoog, met een doorsnede van 1 m, kan worden.

  • Het is een bitterzoetgeurende, forse, 2 of 3 jarige, winterharde plant. Ze bloeit niet in het eerste jaar.
  • Heeft een dikke, vlezige en spilvormige wortel met longitudinalegroeven. Deze heeft fijn vertakte haarworteltjes (als engelenhaar) en lijkt klein in verhouding tot de plant.
  • De stengel is sterk, hol en gegroefd. Het bovenste deel is vaak wat roodachtig van kleur.
  • De heldergroene bladeren onderaan hebben een ronde buisvormige steel, zijn 2 tot 3 voudig geveerd, eirond of langwerpig en ongelijk stekelig gezaagd.
  • De bovenste bladeren hebben een opgeblazen bladschede.
  • Bij kneuzing verspreiden de bladeren een muskusachtige geur.
  • De bloemen, die een scherm vormen, zijn klein en groenachtig wit. Ze vormen een opvallend, dicht, half bolvormig scherm met 30 tot 40 stralen (8 tot 15 cm doorsnede); het is een samengesteld scherm waarvan de bijschermpjes omwindselblaadjes bezitten.
  • De dopvruchten zijn 6mm lang (een dubbel nootje), bleekgeel, ovaal, langwerpig, tweedelig, met ribben en twee vleugeltjes langs de rand.
  • De bloemen trekken enorm veel insekten aan.

Niet te verwarren met de Angelica Sylvestris, die, alhoewel ze dezelfde habitat heeft, paarsachtige stengels bezit met witte, rozige bloemen van juli tot september. Deze veel voorkomende plant zien we in geheel Europa. In de kruidengeneeskunde werd ze wel gebruikt maar stond niet zo hoog in aanzien als de grote engelwortel. Men kan er een uitstekende gele verfstof van maken.

Een andere soort werd door de kolonisten gevonden in Maine (Amerikaanse Angelica of Angelica Antropurpurea). Deze soort is minder vertakt en bleker van kleur dan de Europese soort en heeft een paarsgekleurde wortelstok.

De plant wordt vermeerderd door zaaien in het najaar, onmiddelijk na het afrijpen van de zaden. Dit zaad is zeer kiemkrachtig, maar niet voor lang; ze zaait zichzelf ook uit.

 

Bloeitijd

Bloeit van mei tot augustus (meestal juli), met witte tot groengele bloemen.

 

Voorkomen

 Waarschijnlijk afkomstig uit Klein-Azië (Syrië). Nu inheems in Noord-, West-, en Oost-Europa, Noorwegen, Groenland, IJsland en Centraal-Azië.

Groeit graag op vochtige locaties, het liefst op rijke zure leemgrond; in de schaduw of in gefilterd zonlicht en beschermd tegen harde wind.

Komt voor op oevers van wateren en beekjes, in grachten en natte weiden, in gebergten en moerassen, op braakliggend terrein, rietlanden en slibrijke gronden.

  

Gebruikte delen

Vooral Radix Angelicae: de wortel van een twee jaar oude plant, geoogst in de vroege lente of herfst, grondig gereinigd en snel gedroogd (opgehangen).

Minder: Fructus Angelica: de zaden (bij rijpheid van de 2 jaar oude plant, in juli), eerder culinair (ook bij nierkwalen en reumatische aandoeningen)

Weinig: Folium Angelica: het blad (mei-juni, al van het eerste jaar) bvb thee en omslagen

De stengels (voor de bloei, alleen van de 2 jaar oude plant) eerder culinair (oa geconfijt)

De gehele plant geoogst in juni-augustus.

Olie: oleum Angelicae Fructus (wordt als grondstof gebruikt in de parfumindustrie)

 

Inhoudsstoffen

 Radix Angelicae:

  • 0,35% tot 1% etherische olie (Angelica Essentia; vnml monoterpenen)
  • bitterstoffen (lactonen)
  • orgenische zuren: 0,3% angelicazuur, koffiezuur, valeriaanzuur
  • cumarinen: 0,08% angelicin, bergapteen, imperatorin, xanthotoxin, umbelliprenine ea.

Fructus Angelicae:

  • 1,5% etherische olie (met vnml monoterpenen)
  • 17% vette olie
  • talrijke cumarinen en furocumarinen (zie wortel)
  • bitterstoffen (lactonen)

Verder zijn er nog inhoudsstoffen zoals flavonen (archangelenone); fenolzuren; looistoffen; adenosine; saccharose (=sucrose); Beta-sitosterol; hars; was; pectine; mineralen (vooral Ca); ea.

 De etherische olie bevat tot 70% monoterpenen waarvan:

  • alfa- en beta- pineen
  • alfa- en beta- fellendreen
  • limoneen
  • esters (tot 2%)
  • archangelicine
  • angelicine
  • umbelliferone
  • bisabolol

 

Werking

Bij orale inname van de wortel:

SPIJSVERTERINGSSTELSEL:

  • Amarum aromaticum: engelwortel is een aromatische bitterdrogerij met sterk op Acorus Calamus (kalmoes) gelijkende eigenschappen. Het is nuttig bij dYspepsiën met onvoldoende maagsapsecretie, bij chronische maag-darm en galstoornissen, bij winderigheid (carminativum)
  • Spasmolyticum: krampwerend door oa de bisabolol, angelicine, xanthotoxine; bij ulcus ventriculi en ulcus duodeni, alsook bij gastritis en enteritis. Deze eigenschap is vergelijkbaar met die van dille (Anethum Graveolens).
  • Het is een goede eetlustopwekker (aperitivum) en kan aangewend worden bij anorexia nervosa (bvb met fenegriekzaad) voor de maaltijd ingenomen.
  • Stomachicum: bevordert de maagwerking en de afscheiding van maagsappen.
  • Choleretisch: bevordert de galsecretie.
  • Cholagoog: bevordert de galafscheiding.
  • Pancreaticum: bevordert de pancreassecreties.
  • Digestivum: bevordert de gehele spijsvertering door de bitterstoffen en het umbelliferone.
  • Anti-inflammatoir: ontstekingswerend op maag en darmen oa door bisabolol, xanthotoxine en beta-sitosterol.

WERKING OP DE REST VAN HET ORGANISME

  • Expectorans (slijmoplossend)
  • Antiseptisch (ontstekingswerend); bactericide en fungicide (bacterie en schimmel dodend)
  • Immunostimulans (weerstandsverhogend)
  • Antispasmodisch (ontkrampend) op de longen; de uterus
  • Diaforetisch (transpiratiebevorderend)
  • Febrifugum (koortsverlagend)
  • Emmenagoog (menstruatiebevorderend)
  • Algemeen versterkend en verwarmend
  • Kalmerend, tonicum voor het zenuwstelsel door de angelicine
  • Mild diuretisch; bloedzuiverend; stimuleert de doorbloeding; bloedverdunnend (door de coumarines); vasodilator van de coronairen (vaatverwijdend door de archangelicine); hypotensor (bloeddrukverlagend); venotonicum (aderversterkend); musculair relaxans (spierontspanner) door de angelicine; anticonvulsief

UITWENDIG

Werkt mild doorbloedingsverhogend en kan eventueel toegepast worden bij artrose en artritis (of reumatische klachten in het algemeen); neuralgie (zenuwpijn); contusie (kneuzing). Het uitwendig gebruik onder vorm van baden, compressen en smeersels ter behandeling van reumatische pijnen behoort eveneens tot de volksgeneeskunde.

GEBRUIK: thee; groente; geconfijte stengels; likeur; in de cosmetische industrie als geurstof; mondwater; omslagen van de bladeren (tegen borstvliesontsteking)

 

Indicaties

 In de VOLKSGENEESKUNDE gebruikt men engelwortel als diureticum en bij lichamelijke of psychische zwakte. Het zou een gunstige invloed hebben bij nerveuze slapeloosheid. De wortel werd gebruikt bij pijnlijke maandstonden.

 Kruid dat gebruikt wordt bij de industriële productie van likeuren zoals bvb Chartreuse en Benedictine.

Zowel voor behandeling als preventief bij allerlei aandoeningen van het spijsverteringsstelsel, lever en gal, longen en algeheel welzijn.

  • anorexie
  • indigestie; dyspepsie, maag- of darmontsteking;  zwakke spijsvertering; leverinsuficiëntie; preventie van maagzweren; kolieken; misselijkheid; braken; spastisch colon; spastische constipatie; opgeblazen gevoel
  • lluchtwegeninfectie; hoesten; bronchiale krampen; slijmen; griep; verkoudheden; koorts; preventie van besmettelijke ziekten; adjuvans bij astma
  • abcessen; steenpuisten;
  • pijnlijke maandstonden; menstruatie- en overgangsklachten
  • chronische vermoeidheid; herstel na ziekte; kouwelijkheid; bloedarmoede; ondergewicht; nerveuze uitputting; angsten; onrust; beklemmend gevoel
  • artritis en artrose, reumatische aandoeningen
  • adjuvans bij blaasontsteking
  • bloedsomloopstoornissen zoals de ziekte van Buerger
  • adjuvans bij hypertensie; angina pectoris (hartkramp); hartritmestoornissen 

  

Contra-indicaties

  • Mag niet gebruikt worden bij aanwezige maag en/of darmzweren, bij refluxoesofagitis, bij diverticulose en diverticulitis, bij colitis ulcerosa, bij ernstige leveraandoeningen (tenzij op voorschrift van de arts en dit dan na de maaltijd in te nemen).
  • Tinctuur niet gebruiken tijdens de zwangerschap, wel als keukenkruid.
  • Niet bij suikerziekte te gebruiken.
  • Vanwege het bloedverdunnend effect: niet te gebruiken voor een chirurgische of tandheelkundige ingreep; niet geven aan personen met een actieve bloeding. 

  

Bijwerkingen

  • Bij te hoge dosis: vermoeidheid en somnolentie.
  • Zeer hoge dosissen zouden abortief werken.
  • Kan fotosensibiliteit veroorzaken vooral bij gevoelige huidtypes en mensen met een bleke huid, tijdens het gebruik niet zonnebaden of UV-bestraling (door het gehalte aan furanocoumarinen kan dit leiden tot een vorm van foto-allergische dermatitisof fotodermatose. Gezien de slechte wateroplosbaarheid van deze coumarinen, is er minder gevaar bij het gebruiken van de theebereidingen).
  • Deze fotosensibiliteit kan ook optreden door contact van de huid met de plantensappen, vandaar dat het uitwendig gebruik niet zoveel meer wordt toegepast.
  • Contact met de ogen kan irriterend zijn.
  • Overdoses kunnen het centraal zenuwstelsel eerst overstimuleren en nadien verlammen; ze werken ook abortief.
  • De wortel is zeer hygroscopisch en trekt insekten aan, daarom droog en hermetisch afgesloten bewaren.
  • Bij een voorgeschiedenis van bloedingen of bij een maagaandoening enkel innemen op voorschrift van een arts/therapeut.

 

Interacties

 Er zijn theoretisch interacties mogelijk met medicijnen die:

Bloedverdunnend werken:

  • anticoagulantia (warfarine)
  • aspirines
  • anti-aggregantia (ticlopedine, clopidogrel)
  • NSAID'S (niet steroide anti-inflammatoire geneesmiddelen zoals ibuprofen= brufen)

Diuretisch werken:

Hierdoor kan de electrolytenbalans in het lichaam gewijzigd worden wat een effect kan hebben voor de werking van verschillende medicamenten zoals:

  • anti-aritmica
  • hartglycosiden (digoxine)
  • lithium
  • K-drijvende diuretica (thiaziden, lisdiuretica)
  • K-sparende diuretica (spironolactone, triamterene)
  • theophillinederivaten (bronchodilatoren bij astma)

 

Doseringen

Inwendig:

  • de aangewezen dagelijkse dosis bedraagt het equivalent van 4,5 gr van de gedroogde wortel of 1,5 gr per keer (3x per dag)
  • moedertinctuur: 3x 30 à 50 dr per dag voor de maaltijden
  • afkooksel: 40 à 50 gr gedroogde wortel op 1 L water, even aan de kook brengen, 3' laten trekken
  • warm infuus: 20 à 50 gr gemalen wortel of 15 gr gekneusd zaad overgieten met 1 L kokend water, daarvan 1 tas per dag drinken; 1 theelepel (1,5 gr gemalen of fijngesneden wortel) overgieten met kokend water, afdekken en 1 kop een half uur voor de maaltijden; 2 à 4 gr overgieten met 150 ml kokend water, 10' laten trekken, zeven
  • gedroogde wortel, wortelpoeder: 2 à 3x per dag een halve koffielepel of een mespunt of 4 à 10 gr per dag in gelijk welke vloeistof/siroop
  • fijngemalen (onder lage temp.) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 0,15% vluchtige oliën: 3x daags 1 capsule à 325 mg in een glas water bij de maaltijd nemen
  • droogextract: 200 mg 3x per dag
  • etherische olie: inwendig: 3x per dag 2 dr op een lepeltje honing/olie tot een maximum van 10 à 20 dr per dag; uitwendig: in massageolie bvb 10% in olijfolie
  • vloeibaar extract (1:1): 1,5 à 3 gr Per dag
  • wijn: 50 à 60 gr wortel laten macereren in een liter witte wijn gedurende drie dagen; 1 à 2 likeurglazen per dag voor de hoofdmaaltijd
  • kauwen van de zaden
  • Angelica Archangelica M.T. Ø 3x 40 dr per dag

De smaak van het infuus kan aangenaam verbeterd worden door gelijke hoeveelheden aardbeiblad toe te voegen.

Uitwendig:

  • gekneusde bladeren voor compressen op borst bij bronchitis en pleuritis
  • bad: bij reumatische pijnen: 100 gr wortel op 1 L water aan de kook brengen, 15' doorkoken, zeven en aan een ligbad toevoegen
  • wrijfmiddel tegen reumatische pijnen: sterke thee vermengd met wijnazijn

CULINAIR:

  • het blad heeft een verfrissende, aromatische en zoetachtige smaak wordt in desserts verwerkt; als groente gemengd in salades; in soep; klaargemaakt als spinazie; bij stoofappeltjes of fruittaarten; bij vis; versterkt de smaak van rabarber (daar ze het oxaalzuur neutraliseren en zo de zuurte wegnemen)
  • de stengels en jonge scheuten kunnen gepeld, als bleekselder, rauw gegeten worden; de stengels kunnen worden geconfijt, in stukjes gesneden verwerkt worden in cake, gebak, als snoep en voor desserts
  • er kan jam of marmelade van gemaakt worden en combineert goed met gember
  • de zaden worden eveneens in gebak en koekjes gebruikt
  • de zaden en de wortelskunnen gerechten en sauzen op smaak brengen; de wortel kan gekookt gegeten worden
  • de gedroogde wortel heeft een kruidig bittere en scherpe nasmaak
  • de stengels worden gebruikt in de bereiding van vermouth en chartreuse, terwijl de olie van het zaad gebruikt wordt in de parfumindustrie. De wortels worden gebruikt samen met jeneverbessen voor het maken van jenever, ofwel als vervangingsmiddel van jeneverbessen.
  • in Noorwegen droogt en maalt men de wortels en bakt er een soort brood van, terwijl men in Finland de jonge, in hete as gepofte, stengels als lekkernij beschouwt

 

Synergie

  • Met citroenmelisse, gember, echte kamille, zoethout: voor een goede spijsvertering, bij maagklachten, bij volheidsgevoel, als preventie van maagzweren, bij maagdarmkrampen
  • Met gele gentiaan en echte karwijzaad of venkelzaad of bittere sinaasappelschil: bij  gebrekkige eetlust, volheidsgevoel, winderigheid, en milde maag/darmkrampen
  • met anijsvruchten: bij moeilijke spijsvertering met winderigheid
  • met duizendblad of malrove: bij luchtwegenaandoeningen en bronchitis
  • met karwij, venkel en koriander: gelijke delen in een tinctuur: bij spastisch colon, 50 dr in water oplossen
  • mengeling van grote engelwortel wortel met basilicum, anijsvruchten, citroenmelisse, marjolein en dillevrucht in een verhouding van 10/25/25/20/10/10 gr bij nerveuze maag 1 koffielepel in kokend water laten trekken en na 10' zeven en opdrinken
  • mengeling van grote engelwortel met echte kamille, lavendelbloemen, citroenmelisse, zoethoutwortel, zomereikbast en tuingoudsbloem resp 10/20/20/15/10/15/10 gr bij maagwandontsteking en maagzweer, 1 koffielepel op een tas kokend water 10' laten trekken, zeven
  • mengeling van grote engelwortel, paardebloemwortel, pepermuntblad, lavendelbloemen, roosmarijnblad, citroenmelisse en bijvoet resp 15/20/20/10/10/15/10 gr ter bevordering van de galproductie, 1 koffielepel op een tas kokend water, 10' laten trekken, zeven

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top