Copyright © 2017 Liber Vitae.
Het materiaal op deze website is zuiver informatief. Doe niet aan zelf-medicatie en raadpleeg altijd een arts of apotheker als je klachten hebt.

Nomenclatuur

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inleiding

Sinds de oudheid hebben geleerden geprobeerd de verschillende levende organismen te classificeren. Carolus Linnaeus, een Zweeds bioloog uit de 18de eeuw, heeft de begrippen soort en geslacht nader omschreven, waarbij het laatste een aantal soorten omvat die gemeenschappelijke kenmerken bezitten. Geslachten worden bijeengebracht tot families, families tot orden, orden tot klassen, klassen tot onderafdelingen en onderafdelingen tot afdelingen, die samen het gehele plantemijk vormen. Als benaming heefi Linnaeus een systeem ingevoerd, waarbij iedere plant gedefinieerd wordt door de naam van zijn geslacht, gevolgd door die van zijn soort

De nomenclatuur

Een algemeen geldende naamgeving (nomenclatuur) van de planten is in de loop van talloze botanische congressen uitgewerkt. Deze vervangt langzamerhand de te onnauwkeurige lokale benamingen en maakt een ook internationale bruikbare classificatie van de planten mogelijk. Men koos hier het Latijn voor, dat nauwelijks meer verandert, omdat het niet meer wordt
gesproken. Iedere plant heeft nu dus een Latijnse naam, die misschien wat saai aandoet, maar voor de wetenschap veel bruikbaarder is dan de vaak zeer sprekende volksnamen.

Malva sylvestris L. of Taraxacum officinale Weber bij voorbeeld zijn termen waarvan wandelaars en boeren zich nauwelijks zorgen zullen over maken: zij zullen Kaasjeskruid of Paardebloem prefereren. Maar Paardebloem wordt alleen in het Nederlandse taalgebied verstaan, terwijl Taraxacum in de gehele wereld kan worden begrepen.

Naast een wetenschappelijke naam heeft een plant vaak een groot aantal populaire of volksnamen, die misschien meer tot de verbeelding en het gevoel spreken dan de Latijnse naam.

Een plant kan diverse of zelfs vele namen hebben die van streek tot streek verschillen, of verscheidene in dezelfde streek, terwijl vaak dezelfde naam aan verschillende planten wordt gegeven. Een groot aantal volksnamen kan zijn voortgekomen uit vergissingen of de verwisseling van planten die op elkaar lijken, de poëzie, het volksgeloof of het enthousiasme van een genezen zieke. Van het Madeliefje bestaan meer dan 250 volksnamen, zoals Kassouwtje, Grasbloem, Meizoetje, Magrietjes en Straatblommekens.

Paardebloem staat onder de volksnamen bekend als Pisbloem en Beddepisser, deze namen slaan op de diuretische eigenschappen van de plant. Maar ook Mollesla, Wilde suikerrij,kruidkoek en Oorringen zijn volksnamen van de Paardebloem.

Soms gaat men in een bepaalde streek een plant een naam geven waarbij in een andere streek een andere plant mee bedlbeld wordt.
Maretak heet ook wel Vogellijm; een dubbelzinnige naam overigens: vogels verspreiden de planten doordat de onverteerbare zaden uit de bessen te zamen met de uitwerpselen aan boomtakken blijven hangen, maar ook kan uit de bessen een lang kleverig blijvende lijm worden bereid, die zeer geschikt is voor het vangen van vogels.

 

De L. in Calendula officinalis L.Carolus Linnaeus

Achter de Latijnse naam van de plant staat, dikwijls afgekort, de naam van de botanicus die hem heeft beschreven en van de desbetreffende naam voorzien. Een veel voorkomende afkorting is de letter L , deze is afkomstig van de Zweed Linnaeus Carolus ook wel Carl von Linné genoemd.